Europa
30 januari 2012 | door: Androulla Vassiliou, Europees commissaris voor Onderwijs, Cultuur, Meertaligheid en Jeugdzaken

Stel het Erasmusprogramma open voor iedereen

Het is niet meer van deze tijd om het succesvolle Erasmusprogramma alleen aan studenten te gunnen. Een kenniseconomie krijg je door te investeren in het talent van iedereen.

"Dit zal de overgang naar een moderner Europa versnellen."

Veel mensen maken zich zorgen over hun baan, als ze die nog hebben. En als ze die niet hebben, vragen ze zich af hoe ze die ooit zullen behalen. De VN-organisatie voor werkgelegenheid, de ILO, becijferde vorige week dat wereldwijd 600 miljoen mensen werkloos zijn. Dat zijn er 30 miljoen meer dan vóór de economische crisis, in 2007. De meesten van hen zijn jonge volwassenen.

 

Het probleem speelt niet alleen in arme landen, het treft eveneens het rijke Europa. Niet alleen de lidstaten die in de problemen zijn gekomen door de eurocrisis, maar ook Nederland zal dit jaar tienduizenden werkloze jongeren erbij krijgen. Politieke leiders doen er veel aan om het tij te keren, maar veel gedupeerden vinden dat zij de verkeerde keuzes maken.

 

Feestje

Het lijkt daarom vandaag, 30 januari, niet bepaald de tijd om een feestje te vieren. Toch wil ik met plezier de aandacht vestigen op het jubilerende Erasmusprogramma van de Europese Commissie. Niet alleen omdat het vandaag precies 25 jaar bestaat, of omdat de studenten en instellingen die ervan gebruik hebben gemaakt de economie zodanig weerbaar hebben gemaakt dat wij er weer bovenop kunnen komen. Ik kom er vandaag ook mee omdat wij het uitwisselingsprogramma willen uitbreiden. Erasmus is, als het aan ons ligt, voortaan open voor iedereen.

 

De metamorfose van Europa van een productiemaatschappij naar een kenniseconomie gaat met horten en stoten, maar is niet meer terug te draaien. Daarom is het van groot belang nu nóg meer te investeren in het talent van mensen en daarmee in de toekomst van Europa.

 

Waar Europese lidstaten zich terecht bezorgd maken over hun eigen begrotingen, zien wij nog ruimte in onze begroting voor de periode van 2014 tot 2020 om 70 procent meer aan onderwijs, opleidingen, jeugdzaken en sport te besteden dan in de huidige begrotingsperiode. Dat is een bedrag van 19 miljard euro, en toch slechts 1,8 procent van onze totale begroting, die niet wordt verhoogd ten opzichte van de periode 2007-2013.

 

Driehonderd euro per maand

Het Erasmusprogramma zoals wij dat nu 25 jaar kennen is vernoemd naar de beroemde Rotterdamse humanist Desiderius Erasmus en staat als afkorting voor 'European Community Action Scheme for the Mobility of University Students'. Het is vooral bekend als verrijking voor de 3 miljoen studenten en docenten die er sinds 1987 gebruik van maakten (alleen in het jaar 2009/2010 waren het er al meer dan 200.000).

 

Deze studenten kunnen hun studie tussen de drie en twaalf maanden volgen aan een hogeschool of universiteit in een van de 33 deelnemende Europese landen en hun overzeese gebiedsdelen. Daarbovenop krijgen zij van ons een beurs van bijna driehonderd euro per maand.

 

Het Erasmusprogramma ondersteunt ook  studenten die over de grens werkervaring willen opdoen, het personeel van de hoger onderwijsinstellingen zelf en  taalcursisten en bevordert de samenwerking tussen hoger onderwijs instellingen.

 

Volgens onafhankelijke onderzoeken heeft het Erasmusprogramma op verschillende niveaus substantieel effect gehad. De deelnemers doen vaardigheden op die hun toekomstige kansen op de arbeidsmarkt verbeteren. Daarnaast leidt het zichtbaar tot een verhoging van de kwaliteit van de deelnemende onderwijsinstellingen en hun studieprogramma's. En daar profiteert het bedrijfsleven weer van.

 

Niet meer van deze tijd

Toch is Erasmus slechts bedoeld voor een beperkte groep leergierige burgers in het hoger onderwijs. En dat vinden wij niet meer van deze tijd.

 

Natuurlijk heeft de Europese Commissie wel aandacht voor jongeren die een beroepsopleiding volgen of die bij niet-formeel leren (bijvoorbeeld vrijwilligerswerk) betrokken zijn, evenals aan leerkrachten, opleiders en jeugdwerkers in het primair en voortgezet onderwijs, de volwasseneneducatie en de jeugdsector. Met de programma's Comenius, Grundtvig, Leonardo da Vinci en Jeugd in Actie hebben wij al velen van hen bij- en nageschoold. Ook zo versterken wij de mobiliteit en kennisuitwisseling tussen de verschillende Europese landen. Europa heeft ook talrijke programma's om mobiliteit en samenwerking met hoger onderwijsinstellingen buiten de Europese grenzen te bevorderen, zoals het Erasmus Mundus of Tempusprogramma.

 

Wij stellen nu voor deze programma's te combineren met het sterke merk Erasmus, en dat vervolgens voor bovenstaande groepen open te stellen. Als de EU serieus werk maakt van haar kenniseconomie, dan opent zij dus 'Erasmus voor iedereen'. Daarom vraag ik de regeringen van de EU-lidstaten en het Europees Parlement ons voorstel te steunen. Zodat wij ook niet-studenten nieuwe vaardigheden in het buitenland kunnen laten opdoen. Uiteindelijk zal zo de kwaliteit van het onderwijs in de hele EU en daarbuiten verbeteren.

 

Natuurlijk zal het programma selectiecriteria en quota kennen. Toch zal het aantal mensen met een EU-beurs om in het buitenland te gaan leren en zich verder te ontwikkelen bijna verdubbelen als wij dit programma kunnen gaan uitvoeren. Ik ben er trots op dat dan in zeven jaar tijd bijna vijf miljoen Europeanen steun zullen krijgen om in het buitenland te studeren, een opleiding te volgen of vrijwilligerswerk te doen. Het spreekt voor zich de economie van de hele EU hier baat bij heeft.

 

Leerkrachten

We vergeten tegelijk de huidige groep studenten niet. Naast de verwachte half miljoen jongeren die we vrijwilligerswerk willen laten doen en 700.000 scholieren uit het beroepsonderwijs die we willen aanmoedigen, denken we tussen 2014 en 2020 opnieuw twee miljoen studenten uit het hoger onderwijs te kunnen verrijken. Voor degenen die hun hele master in het buitenland willen volgen, stelt de Commissie nieuwe initiatieven voor, zoals een leninggarantieregeling en een bundeling van het aanbod aan programma's om hen ook in staat te stellen buiten de EU te studeren.

 

Leerkrachten spelen een cruciale rol bij de verbetering van het onderwijs en bij de ontwikkeling van de vaardigheden van hun leerlingen en studenten. Daarom willen we leerkrachten meer mogelijkheden bieden om in het buitenland te studeren, een opleiding te volgen of te onderwijzen. Bijna één miljoen leerkrachten, opleiders, jeugdwerkers en andere personeelsleden zullen van 'Erasmus voor iedereen' kunnen profiteren.

 

Andere samenwerkingsvormen

Natuurlijk is dit niet genoeg om van de EU een kenniseconomie te maken. Iedereen in de hele Unie moet eraan meewerken. Onder mijn verantwoordelijkheid zullen we ons bij de Commissie ook nog inspannen om onderwijs en opleidingen te moderniseren, door intensiever grensoverschrijdend te gaan samenwerken. Verder zullen we instellingen voor hoger onderwijs, jeugdorganisaties en andere actoren (met name bedrijven) nog meer met elkaar in contact brengen, om zo innovatief en arbeidsmarktgericht onderwijs te bevorderen.

 

Bovendien zal het succesvolle e-twinning, waarbij scholen via internet met elkaar in contact komen, via ons programma worden versterkt en uitgebreid tot beroepsopleidingen, volwassenenonderwijs en jeugdzaken. Ten slotte zal 'Erasmus voor iedereen' de Europese dimensie van de amateursport en de strijd tegen doping, geweld en racisme in de sport ondersteunen.

 

Een bijdrage aan het herstel

Mijn wens om dit programma uit te voeren vloeit voort uit mijn overtuiging dat het de overgang naar een moderner Europa zal versnellen en dat het een solide bijdrage zal leveren aan de welvaart en het welzijn van de burgers in alle lidstaten. Onze voorstellen zullen we nu met de verantwoordelijke ministers bespreken en met het Europees Parlement, die de uiteindelijke beslissing over de toekomstige begroting van de EU zullen nemen. Ik roep hen op onze voorstellen te steunen en in onze toekomst te investeren.

 

In de tussentijd vieren wij vandaag zelfverzekerd het zilveren jubileum van het bestaande Erasmusprogramma. Dat doe ik met ambassadeurs uit de 33 deelnemende landen die graag willen laten zien hoe waardevol hun deelname aan het programma is geweest voor henzelf - en voor onze economie. Misschien kent u zelf ook wel zulke (oud-)studenten. Spreek hen aan, vraag hen de hemd van het lijf over hoe het beviel, want ook u  verdient Erasmus.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Androulla Vassiliou, Europees commissaris voor Onderwijs, Cultuur, Meertaligheid en Jeugdzaken
Stel het Erasmusprogramma open voor iedereen - 30 januari 2012
Cultuur en creativiteit zijn cruciaal voor Europa's reactie op de crisis - 11 januari 2012



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer