Veiligheid
2 september 2015 | door: Kees Jan Dellebeke, Oud-medewerker AIVD

Honderden extra undercover agenten voor AIVD

Het werken onder een andere identiteit voor een inlichtingendienst wordt steeds gevaarlijker nu steeds meer geavanceerde digitale controles plaatsvinden, onder meer bij grensoverschrijdingen.

"Inlichtingenofficieren voelen zich onveilig en krijgen een andere identiteit"

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en militaire collega-dienst (MIVD) krijgen meer bevoegdheden. Dat staat in het wetsvoorstel ter herziening van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv). Individuele burgers, media en privacy-organisaties als Amnesty International en Bits of Freedom maken zich grote zorgen. Vooral over de nieuwe, ruimere bevoegdheden voor het onderscheppen van bulk-communicatie en het binnendringen in computers of telefoons door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Deze organisaties staren zich helaas blind op de ruimere bevoegdheden voor het onderscheppen van metadata; er staan meer controversiële voorstellen in de wet.

 

Maar de gevolgen van ‘meer bevoegdheden’ zijn er ook voor de honderden overheidsfunctionarissen die de AIVD en MIVD aanwijzen om ‘werkzaamheden ten behoeve van de diensten te verrichten’. Onder die misschien wat geheimzinnig klinkende groep vallen van oudsher bijvoorbeeld politiemensen, ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee en FIOD- en douanepersoneel. Deze kring van functionarissen zal fors worden uitgebreid met onder meer medewerkers van de Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie alsmede van de Inspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

In de wetswijziging die nu voorligt, zouden deze honderden ‘externe’ functionarissen zich als operationeel medewerker mogen bedienen van een aangenomen identiteit en hoedanigheid, oftewel een cover. Zoals ook AIVD/MIVD-medewerkers dat mogen. En wel omwille van hun persoonlijke veiligheid. Dit vindt zijn basis in artikel 15, lid 4, waarin de zorgplicht van de inlichtingendiensten voor deze categorie medewerkers wordt geformuleerd.

 

Hier zitten nogal wat haken en ogen aan. Om te beginnen: waarom moet de zorgplicht van het management in een apart lid in een wetsartikel worden opgenomen? Ook onder de huidige wet is de leiding van de diensten verantwoordelijk voor het wel en wee van de mensen die ze aansturen. Is dat niet vanzelfsprekend?

 

Daar komt nog bij, de vraag of het zich bedienen van een ‘cover’ helpt. Is iemands persoonlijke veiligheid gegarandeerd wanneer de ‘aangewezene’ in gevaarlijke omstandigheden werkt onder een andere identiteit en in een andere hoedanigheid? Kenners, inlichtingenofficieren zelf en andere functionarissen in de nationale en internationale inlichtingenwereld twijfelen er überhaupt aan of die andere identiteit werkelijk de gewenste bescherming biedt. Steeds meer geavanceerde digitale controles, onder meer bij grensoverschrijdingen, werken belemmerend op de momenten dat er privéreizen worden gemaakt naar een land waar eerder onder een andere identiteit voor een inlichtingendienst werd gewerkt.

 

Ten slotte zijn er gevolgen voor toezicht en controle. Vermoedelijk zal er meer operationeel, human intelligence-werk plaatsvinden – anders gezegd: meer geheime operaties. Daaruit zullen ook meer inlichtingenproducten voortspruiten die steunen op de inzet van ‘bijzondere inlichtingenmiddelen’. Het is in dit verband de vraag of de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) over die ‘extra’ geheime operaties openbaar mag rapporteren of alleen aan de parlementaire Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD), de ‘commissie-stiekem’. Komt het openbare toezicht en de parlementaire controle niet verder onder druk?

 

Dat moet anders.

 

Natuurlijk kunnen medewerkers van inlichtingen- en veiligheidsdiensten hun werk lang niet altijd in de openbaarheid doen. Dat staat niet ter discussie en dat er een behoefte is aan hun inspanningen evenmin. Er zijn nu eenmaal landen, organisaties en individuen die een gevaar zijn voor de nationale veiligheid en zelfs, volgens de Memorie van Toelichting (MvT) voor de diensten zelf. Maar in plaats van een beperkte opvatting van de zorgplicht, zou het AIVD- en MIVD-management hun taken op dit vlak veel breder moeten opvatten dan het verstrekken van een andere identiteit.

 

Veel belangrijker is het voortraject. Allereerst moet er een noodzakelijke en strenge werving en selectie onder het eigen personeel worden toegepast. Niet alle AIVD- en MIVD-medewerkers komen ‘zo maar’ in aanmerking voor het uitvoeren van gevaarlijke, operationele werkzaamheden, laat staan dat zij onder een dekmantel kunnen en mogen werken. Het is beslist een nog grotere uitdaging om extra personeel bij andere ministeries te werven, te selecteren en - niet te vergeten - op te leiden.

 

Het is onverstandig om (burger-) personeel dat van het basisinlichtingenwerk geen kaas heeft gegeten, voor operationeel werk in te zetten. Het moet voor hen in veel gevallen immers een hachelijk avontuur zijn. Is dat geen beletsel, dan behoort niettemin tot de zorgplicht van het management om de externe medewerkers en hun gezinnen erop te wijzen dat er – in relatie tot privéomstandigheden (bijvoorbeeld het reizen naar het buitenland) - nogal wat consequenties zitten aan het werken met een andere identiteit en hoedanigheid.

 

De inlichtingendiensten achten het noodzakelijk om door toegenomen onveiligheid heel veel meer functionarissen van andere ministeries operationele werkzaamheden ‘undercover’ te kunnen laten verrichten. Daarmee groeit de kans dat het toezicht op de inzet van extern personeel versnipperd raakt, de uitvoering van werkzaamheden diffuus en de controle navenant problematischer. En dat terwijl veel Kamerleden juist meer zicht en parlementaire controle op de in hun beleving troebele werkwijzen van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wensen. Zij moeten bij de behandeling van deze wet goed op hun tellen passen.

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer