Arbeidsmarkt
22 september 2015 | door: Fedde Monsma, Arbeidsmarktdeskundige en oud-cao-onderhandelaar CNV

Vakbondsvernieuwing is het einde

Terwijl vernieuwing van de vakbond broodnodig is, lukt dat niet van binnenuit. Toch zijn er kansen, zeggen arbeidsmarktdeskundigen. De vakbond heeft toekomst, maar er is nog een lange weg te gaan.

"De vakbond staat op een kruispunt, eigenlijk al jaren; vernieuwing is noodzakelijk voor voortbestaan"

De vakbond staat op een kruispunt, eigenlijk al jaren. Het lukt de vakbond niet om leden te binden, maar ook niet om ze te behouden, tenzij ze met pensioen gaan. De oplossing wordt veelal gezocht in structuur- en organisatieverandering: FNV fuseert een groot aantal bonden, De Unie zocht het in (mislukte) fusie met CNV Vakmensen en CNV Dienstenbond en die laatste wordt nu zelf overgenomen door CNV Vakmensen.

 

Gemene deler van deze initiatieven: er worden structuuroplossingen gezocht van uit de vakbeweging zelf. Dat lijkt me een doodlopende weg, de vakbeweging is onvoldoende in staat om zichzelf opnieuw uit te vinden om de snelle veranderingen op de arbeidsmarkt bij te houden. Immers, als dat wel zo was, dan was de vakbond al fors gemoderniseerd. En dat dat nodig is blijkt ook uit een interview met werkgeversvoorzitter Harry van der Kraats (AWVN) in de Telegraaf van 19 september jongstleden: “Volgens Van de Kraats dreigt de traditionele vakbeweging op een zijspoor te belanden als die er niet in slaagt namens meer personeelsleden te spreken. De vakbonden moeten daarom vernieuwen, anders wordt het in de toekomst een heel moeilijk verhaal.”

 

In 2014 ben ik zowel door collega’s van CNV Dienstenbond als door de vereniging gevraagd om mij beschikbaar te stellen als voorzitter van deze vakbond. Die vraag kwam voort uit het vertrouwen dat collega’s en leden hadden in mijn werkwijze en visie op vernieuwing van de vakbond. In de voorbereiding op een mogelijk voorzitterschap heb ik enkele arbeidsmarktdeskundigen[1] opgezocht om te praten over de toekomst van de arbeidsmarkt, de veranderingen en de positie van de vakbeweging daarin. Nadrukkelijk heb ik gezocht naar mensen die geen inhoudelijke relatie hebben met de vakbeweging; ik wilde nu eens van buitenstaanders horen hoe zij kijken naar de vakbond en de toekomst daarvan.

 

Vloeken in de kerk

Het goede nieuws is dat mijn gesprekspartners het er over eens waren dat er wel degelijk een toekomst voor de vakbeweging is, mits deze de urgentie van verandering inziet. De veranderingen op de arbeidsmarkt zijn volgens hen namelijk onomkeerbaar en daar dient de vakbeweging op in te spelen door zich opnieuw te positioneren als zaakwaarnemer. Maar zaakwaarnemer van wie? Er bestaat een ‘imperfectie’ in de verhouding tussen enerzijds de vakbondsleden en anderzijds de samenstelling van de arbeidsmarkt. Er zal voor het voortbestaan van de vakbond een scherpe keuze gemaakt moeten worden tussen het dienen van de belangen van de huidige leden en de toekomstige leden. Dat is vloeken in de kerk: ‘bijt nooit de hand die je voedt’. De huidige leden zijn lid geworden om hun belangen te laten vertegenwoordigen door middel van de traditionele dienstverlening van de vakbond. 

 

Verandering en vernieuwing is niet altijd in hun belang en daarmee wordt vernieuwing intern geblokkeerd. Met als gevolg dat de vakbeweging niet aantrekkelijk is voor nieuwe (jongere) potentiële leden en in rap tempo  vergrijst. Terwijl de vakbeweging is opgericht en haar bestaansrecht ontleent aan het vertegenwoordigen van de belangen van werkenden (en tijdelijk inactieven), niet van de groeiende groep pensionado’s.

 

Logisch zou zijn om die pensionado’s te organiseren in een overkoepelende Ouderenbond voor alle sectoren, net zoals FNV Jong en CNV Jongeren er al is voor jongeren. Maar dit zal niet snel gebeuren: in de eerste plaats wil de oude garde de verworven positie en rechten niet opgeven, en – belangrijker nog – in de tweede plaats zijn bonden financieel afhankelijk van de contributie die deze groep binnenbrengt. Daarmee zitten de bonden gevangen in het onvermogen om vernieuwende keuzes te maken.

 

Leiderschap en visie

De vraag is ook of de huidige vakbondsleiders voldoende geëquipeerd zijn om leiding te kunnen geven aan de broodnodige vernieuwing. Mijn tegenkandidaat als voorzitter bij CNV Dienstenbond was al 20 jaar voorzitter en ging voor zijn 5e termijn om halverwege deze termijn zijn pensioen te halen. Geen wonder dat vernieuwing van binnenuit niet lukt. Wat dat betreft ben ik wel gecharmeerd van het initiatief van De Unie, die een bewuste keuze maakt om mensen van buiten de vakbeweging in dienst te nemen om verandering en vernieuwing te bewerkstelligen.

 

De succesfactoren in een (vernieuwde) vakbeweging bestaan uit aansprekend en dienend leiderschap en een omvattende cultuur die op gezamenlijk resultaat gericht is. Dat vraagt ook om visie. Je kan van Aldi zeggen wat je wil, maar de Aldi-cultuur is in alle geledingen van het bedrijf van toepassing, er is geen misverstand waar je werkt en hoe zaken aangepakt dienen te worden. Dat zou ook voor de vakbonden moeten gelden.

 

In plaats van te reageren op wat op hen afkomt (zoals nu vaak gebeurt), moeten ze een visie ontwikkelen en daar aan vast blijven houden. Het is dan wel noodzakelijk dat vakbonden veel meer moeten weten waar ze het over hebben. Dat betekent dat er meer moet worden geïnvesteerd in onderzoek. Een eigen koers varen brengt je verder dan telkens van koers veranderen als de wind draait. Dat vereist een aansprekende kapitein die de weg wijst en zijn bemanning weet te verbinden. Vertaald naar de bond: de voorzitter moet de bestuurders snappen en vertegenwoordigen en die bestuurder moet op zijn beurt ‘met de poten in de klei staan’. Een betrokken cao-onderhandelaar heeft regelmatig contact met het bedrijf of branche waarin hij actief is. Je komt niet alleen opdagen tijdens de jaarlijkse cao-onderhandelingen, maar moet ook tussendoor contact onderhouden met de verschillende spelers: ondernemingsraad, werknemers (leden en niet-leden!), afdeling P&O/HRM en directie. Zo weet je wat er speelt. Bovendien, als je als vakbond serieus genomen wil worden, moet je de andere belanghebbenden ook serieus nemen.

 

Dat ligt in lijn met de suggesties die ik tijdens de gesprekken terugkreeg. De vakbeweging moet zich veel meer vraaggericht ontwikkelen. De vakbond moet een imago hebben dat hij de dagelijkse problemen kan oplossen. Essentieel daarin is luisteren, dichtbij de mensen zijn. Een mooi initiatief zou een ‘luistercampagne’ kunnen zijn.

 

Heroriëntatie

Het is daarin nodig dat er een heroriëntatie komt op de werkwijze en dienstverlening. Daarbij moet ook eens goed gekeken worden naar wat tot nu toe de kerntaak van de vakbond is: het afsluiten van cao’s. De positie van vakbonden bij cao’s vind ik minder belangrijk, het gaat om het niveau van arbeidsvoorwaarden. Collectieve regelingen blijven belangrijk, maar in een flexibelere arbeidsmarkt moet er meer ruimte zijn voor het individu. Recente initiatieven als de icao en de door CNV Jongeren geopperde ‘schuif-cao’ zouden hier mooi bij aan kunnen sluiten. Enerzijds gaat het dan om de eigen verantwoordelijkheid van medewerkers en de ondersteuning die daarbij nodig is, anderzijds gaat het om nieuwe arrangementen om medewerkers individueel rechten op te laten bouwen die meegenomen en naar eigen inzicht ingezet kunnen worden. 

 

Dergelijke regelingen zouden ingepast moeten worden in een raam-cao, waarin alleen overlappende onderwerpen als loon en pensioen zijn dichtgeregeld. Andere thema’s kunnen op bedrijfsniveau worden geregeld. Idealiter zou die raam-cao een regio-cao zijn: een cao die geldt voor alle aangesloten bedrijven, ongeacht bedrijfstak, zodat werknemers hun rechten en plichten behouden in een flexibele arbeidsmarkt in de regio en werkgevers veel zelf kunnen regelen per bedrijf, eventueel in afstemming met vakbonden of OR.

 

Naast het afsluiten van de (regio-)cao, zouden bonden zich moeten richten op thema’s. Dat kan per bedrijf/sector/regio anders zijn, en ook worden bepaald door de actualiteit. Je kunt daarbij denken aan thema’s als roostering en Het Nieuwe Werken. En zeker ook aan duurzame inzetbaarheid. Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat bij de uitvoering van de Participatiewet vakbonden het geheel laten afweten, zij hadden de draaischijf kunnen zijn in het van werk-naar-werk begeleiden. Een gemiste kans. Vakbonden zouden meer moeten werken aan tripartite constructies, samen met overheid en werkgevers op regionaal niveau werken aan mobiliteit. Daartoe kan de vakbond zich ook regionaal omvormen tot een transitiebedrijf. Om dat te bereiken moeten bonden meer kijken naar regionale organisatie dan naar sectorale organisatie. Taken die daarbij horen zijn gericht op werk-naar-werk-begeleiding; het matchen van werknemers aan banen, ook en zeker intersectoraal. 

 

Zo ontstaat de nieuwe vakbond: een bond met visie, die het voortouw neemt om binnen een netwerk verschillende stakeholders, ook commerciële dienstverleners, bij elkaar te brengen om het gewenste resultaat te behalen.

 

Ontslag

Kortom, de bond zal het roer flink moeten omgooien, vernieuwing is broodnodig. Met die insteek en op basis van mijn gesprekken met arbeidsmarktdeskundigen stelde ik me in 2014 kandidaat voor het voorzitterschap van de CNV Dienstenbond. Mijn kritische blik, mijn visie op een toekomst voor de vakbeweging is geïnterpreteerd als wantrouwen en tegendraadsheid en heeft bijzonder veel interne weerstand opgeleverd bij het Dagelijks Bestuur. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat ik ben ontslagen. Het geeft maar weer eens aan hoe moeilijk het is de bond van binnenuit te veranderen omdat er teveel gevestigde belangen meespelen. Terwijl er toch zoveel kansen liggen. Voor de arbeidsmarkt hoop ik dat die urgentie snel wordt opgepakt, de vakbond heeft namelijk echt toekomst, maar er is nog een lange weg te gaan.

 

Dit (aangepaste) artikel is eerder gepubliceerd in Zeggenschap Magazine: http://www.zeggenschap.info/zeggenschap/in-het-septembernummer-2015/ Het artikel is terug te lezen op: http://feddemonsma.nl/2015/09/vakbondsvernieuwing/ Daar is ook het verslag van mijn gesprekken te downloaden en verwijzingen naar meer publicaties over dit onderwerp en achtergronden.

[1] Wilco Brinkman (ex-A-Advies, partner bij HS Arbeidsvoorwaarden), Roos Wouters (voorzitter van de stichting Het Nieuwe Werken Werkt!), Peter Lindenbergh (senior director Reward & Labor Relations Ahold Europe), Wiebe Draijer (ex-voorzitter en kroonlid van de SER), Jaap Jongejan (directeur SBI), Michiel Hietkamp (voorzitter CNV Jongeren), Ronald Dekker (arbeidseconoom bij Reflect, Universiteit Tilburg), Maarten Wals (adviseur arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen AWVN), Henk Strating (oprichter HS Arbeidsvoorwaarden). Het volledige verslag van mijn gesprekken is op te vragen via info@feddemonsma.nl.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Fedde Monsma, Arbeidsmarktdeskundige en oud-cao-onderhandelaar CNV
Hoge servicekosten ticketbureaus door monopolie - 26 augustus 2016
Vakbondsvernieuwing is het einde - 22 september 2015



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer