Vrijheid en Gelijkheid
1 december 2015 | door: Hilko Timmer

Racisme zit soms diep verscholen

‘Natuurlijk kunnen jonge mannen met felgekleurde kleren en een gouden ketting ook lieve vaders zijn,’ denk ik en probeer mezelf te overtuigen van een onschuldige vergissing.

"Volgens mijn broer ben ik geen racist en hij kan het weten."

Volgens mijn broer ben ik geen racist en hij kan het weten. Vroeger deed hij zijn uiterste best mij op te voeden. Mijn moeder deed dat alleen als het vanuit haar stoel kon. Kon dat niet, dan was Arend verantwoordelijk. Met een scherp oog controleerde hij of ik mijn kamer netjes had opgeruimd. Hij kende feilloos mijn trucjes. Op zijn knieën controleerde hij elk hoekje van de kamer en altijd vond hij de verdwaalde autootjes en legoblokjes die ik in mijn kinderlijke luiheid had verstopt in plaats van opgeruimd. Dan stond hij eerst op, glimlachte breed en keek me met gefronste wenkbrauwen aan. Als even later het speelgoed netjes in de doos lag, zei hij: ‘Goed zo! Ik zal mama zeggen dat je kamer netjes was.’

 

Dertig jaar later zit ik in de bus. Het is tegen vijf uur en druk op het traject van de universiteit naar het Centraal Station. Voor mij staat een kinderwagen op de plek die bedoeld is voor rolstoelgebruikers. Op de stoel ernaast zit een jonge vrouw. Ze heeft lang blond haar dat niet past bij haar korte benen die ze door haar dwarse zit midden in het gangpad heeft geparkeerd. Het moet de moeder zijn, want ze kijkt onophoudelijk naar de baby.

 

De bus is juist de eerste bocht door als haar uitzicht geblokkeerd wordt door een jonge zwarte man. Voor deze ervaring zou ik de huidskleur niet hebben genoemd. Toen geloofde ik zelf ook dat zoiets voor mij onbelangrijk was, maar nu maakt het niet meer uit. Leren is niet altijd leuk, vooral als het over jezelf gaat.

 

De man draagt een dikke gouden ketting, een felgekleurde wijde trui en heeft een gehaakte muts op met afwisselend gele en blauwe strepen. Hij staat over de kinderwagen gebogen en glimlacht naar het kind, alsof hij het zo zou willen meenemen.  De moeder kan haar kind hierdoor niet meer zien. Ze zegt er niets van. Ik bedenk dat de jonge man het waarschijnlijk ook niet kwaad bedoeld en dat hij waarschijnlijk snel het kind weer met rust zal laten. Dat gebeurt niet. In plaats daarvan pakt hij een rammelaartje uit de wagen en begint er enthousiast mee te zwaaien. Blijkbaar heeft de kleine lol, want hij lacht waarop de man hoofdschuddend meelacht en zijn vinger in de kinderwagen steekt. Nog steeds lijkt moeder het prima te vinden. Misschien is het haar man, maar die theorie wordt snel ontkracht als ze de arm van haar dikke buurman pakt, over haar schouder legt en zijn hand liefdevol afwisselend kust en streelt. Ik vind haar nu niet meer tolerant, maar onverantwoordelijk, wat de bedoeling van de jonge man ook is en kijk door het raam naar buiten. Het is mijn zaak niet. Op het station stapt de vrouw uit, hand in hand met haar buurman. Ze negeert de kinderwagen. Die wordt naar buiten gereden door de jonge man, nu gepromoveerd tot trotse vader.

 

Met een misselijk gevoel in mijn lege maag loop ik naar de trein.

 

‘Natuurlijk kunnen jonge mannen met felgekleurde kleren en een gouden ketting ook lieve vaders zijn,’ denk ik en probeer mezelf te overtuigen van een onschuldige vergissing. De gedachte maakt het misselijke gevoel alleen maar erger. Ik scheld mezelf uit voor vuile racist en beloof dat ik ervan geleerd heb, dat ik nu bewust ben, dat racisme nu eenmaal in de cultuur zit ingebakken. Nu ik het weet, kan ik er iets aan doen.

 

Mijn moeder spreek ik al jaren niet meer, maar als ik Arend vertel over het ritje in de bus, weet ik dat hij haar zal zeggen dat ik mijn kamer netjes heb opgeruimd. Dan voel ik me beter.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Hilko Timmer
Racisme zit soms diep verscholen - 1 december 2015



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer