Arbeidsmarkt
17 mei 2016 | door: Ed Rutten, vrijwilliger

Structurele weeffout zorgt voor een blijvende markt onder de arbeidsmarkt

De grote meerderheid van Nederlanders heeft niet met werkloosheid te maken en kan daarom moeilijk oordelen over wat het met een mens doet. Lees daarom wat ik ervaren heb.

"Deze markt moet je niet willen verkleinen, maar juist versterken"

Als 59 jarige werkloze heb ik met stijgende verbazing de afgelopen jaren te maken gehad met het stedelijk circuit van 'vrijwilligerswerk'. Ik spreek dus uit ervaring (uit eerste en tweede hand). Non-profit organisaties of maatschappelijke stichtingen hebben sinds de crisis te maken met minder subsidies, maar in het begin met een grote aanwas van (gratis) arbeidskrachten. De organisaties zijn nu veelal semi-bedrijfsmatig bezig. Er zijn zuivere productie- en meer creatieve 'bedrijven'.

 

Je kunt vraagtekens zetten bij de mate van concurrentievervalsing die dit veroorzaakt.

Ik wist niet dat er zo veel waren. In voorgaande decennia zijn ze vooral opgezet om kleinere doelgroepen te ondersteunen (o.a. sociale werkplaatsen). Er is nu enige uitstroom van jongeren, maar verder zijn er alleen onderlinge uitwisselingen, omdat mensen op zoek zijn naar de plek in deze onder- of basismarkt die het beste bij hen past, die hen perspectief biedt (zingeving / kansen?).

 

Bedrijven hebben in groten getale de weg naar deze semi-bedrijven gevonden om laag geschoold werk te 'outsourcen'. Er werden zelfs nieuwe 'bedrijven' opgericht. Onder druk wordt alles vloeibaar. Wordt het arbeidsrecht ontdoken? Worden deze nieuwe constructies gedoogd en hoelang?

 

De gemeenten zien deze instellingen als een opstap naar het bedrijfsleven, maar leggen bij aanmelding voor bijstand de nadruk op de sollicitatieplicht. De communicatie over het potentieel van deze, meestal, stichtingen die jou zinvol bezig kunnen houden met mogelijk nieuwe ervaringen (maar zonder erkende scholing) was bij aanvang van de crisis nihil.

 

Zo ontstaat (ontstond?) bij de kansarme (kansloze?) voorheen flexibele werknemer een machteloos, zeg maar kafkaiaans gevoel (confrontatie met bureaucratisch en dogmatisch denken).

 

Niemand wilde vooruitlopen op de impact van de crisis (saneringen en deregulering) op de nabije toekomst. Nu (na alle economische lijken die uit de kast zijn komen vallen) weten we iets over de diepte en de tijd die het gaat kosten om weer uit deze crisis te komen. Er ontstond in het begin vooral een politieke status quo / impasse over de schuld- en oplossingsvraag.

 

Het arbeidspotentieel in genoemde ondermarkt is zeer divers. Qua achtergrond, opleiding en taalniveau vind je er weinig aansluiting, maar wel grote uitdagingen. Je zou kunnen zeggen: Het lijkt erop dat maatschappelijke organisaties de tekortkomingen van de arbeidsmarkt (dat wat bedrijven, werknemers en scholen niet hebben voorzien / hebben laten liggen) moeten repareren.

 

Inmiddels is er veel tijd verstreken en de stap naar het bedrijfsleven is voor velen alleen maar groter geworden. Is er binnen het bedrijfsleven nog sprake van circuits van flexwerkers, vanuit de bijstand is de definitie van flexibel zijn plots enorm vergroot. Elke carrièrewending kent vele risico's en in onderhandelingen over de waarde van je ervaringen versus beloning leg je het altijd af. Begin maar weer onderaan!! Diploma's zijn niets meer waard. Solliciteren voor ouderen levert sowieso nog steeds geen uitnodigingen op. En bovendien zijn oudere werklozen het zat om als pingpongballetje tussen overheid en bedrijfsleven te fungeren, we voelen ons bij beide niet welkom.

 

Toch is er leven na de dood. Veel maatschappelijke organisaties laten nog mogelijkheden liggen. Enkele bieden wel seniorenbanen, helaas nog zonder functieomschrijvingen / omschreven visie. Voor een toekomstig duurzame samenleving hebben we mijns inziens steeds meer en beter fysiek inzetbare mensen nodig, die zelfs voedsel verbouwen leren waarderen en eenvoudige producten kunnen fabriceren en repareren. Niet omdat het direct economisch veel oplevert, maar omdat het van maatschappelijk inzicht getuigt en bijdraagt aan een noodzakelijk betere bredere basis.

 

Deze vaardigheden kunnen op een laagdrempelige manier, gelijktijdig met taallessen, aangeleerd worden in deze ondermarkt. De maatschappelijke organisaties dienen hiertoe wel beter samen te werken en deze inzichten meer publiekelijk te delen, misschien zelfs beter gelijk op trekken.

 

Deze markt moet je niet willen verkleinen, maar juist versterken. En dat begint met erkenning! Iedereen zou wel een tijdje in deze sociale omgeving moeten doorbrengen (sociale dienstplicht), ik ervaar het als een verrijking.

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer