Midden-Oosten
20 mei 2016 | door: Nizam Cabbar

Erdogan de tiran, de obstakels en de opruiming

Het systematisch uitschakelen van alle kritische mensen is onderdeel van de strategie van Erdogan om alle obstakels op te ruimen die op de weg liggen naar de opbouw van absolute alleenheerschappij.

"Erdogan heeft een ziekelijke drang naar absolute alleenheerschappij"

In Nederland berichtten de media in de afgelopen tijd onder andere over drie belangrijke gebeurtenissen die recentelijk in Turkije plaatsvonden: de mislukte moordaanslag op journalist Can Dündar door een Erdogan-aanhanger; het feit dat premier Davutoglu onder druk van Erdogan zijn functie van premierschap zal neerleggen; en het fysieke geweld dat in het parlementsgebouw gebruikt is tegen de parlementariërs van de pro-Koerdische HDP. In deze gewelddadige actie veranderde het corps van AKP-parlementariërs ineens in een parlementaire knokploeg.

 

Eigenlijk zijn deze recentelijke gebeurtenissen niet echt nieuw, eenmalig of uniek in Turkije. Zeker niet gedurende de afgelopen 14 jaren dat de AKP aan de macht is. Want vanaf het eerste moment dat de AKP aan de macht kwam in 2002 werden door de AKP langzaam maar zeker de condities opgebouwd die het mogelijk maakten dat deze, soortgelijke en zelfs ergere gebeurtenissen zouden plaatsvinden. Sterker nog, het aantreden van de AKP tot de macht is een veelzijdige coupe op zich gebleken. De geschiedenis van de AKP en de AKP-regering onder leiding van Erdogan (achtereenvolgens als partijleider, premier en president) kenmerkt zich voor een belangrijk deel uit de successievelijke overname van de staatsorganen en de concentratie van de macht in de handen van de AKP en Erdogan. Deze geschiedenis is niet onverklaarbaar en past precies in de plannen die het VS-imperialisme voorhad met de Midden-Oostenregio. Erdogan werd toen door de VS gesteund en aangewezen als de gedoodverfde ‘procesmanager’ in de uitvoering van het Grote Midden-Oosten Project van het VS-imperialisme.

 

De (onlangs afgetreden) premier Davutoglu was als ideoloog en ‘architect’ van de toen gevoerde buitenlandpolitiek de belangrijkste adviseur van Erdogan. Maar de door Davutoglu ontworpen  buitenlandpolitiek van Erdogan en de AKP-regering bleek een misbaksel te zijn en resulteerde in een nagenoeg totaal fiasco. Het was een Turkistisch-Ottomanistische buitenlandpolitiek met een  neokolonialistisch-expansionistisch karakter waarvan de uitvoering zich kenmerkte door arrogante hoogmoed, veroveringsdrift en oorlogszuchtigheid. In een van zijn toespraken in de tijd dat hij premier was verzekerde Erdogan zijn aanhang dat hij op een ochtend even het ‘ongelovige leger’ van Assad zou verslaan, waarna hij in de Omajjadenmoskee van Damascus een aantal uren later het avondgebed zou verrichten om vervolgens tevreden en voldaan van een glaasje thee te genieten. Hoe gering moet het politieke verstand van iemand zijn om zich zoiets voor te kunnen nemen en zijn aanhang ervan te durven verzekeren?

 

Door deze buitenlandpolitiek werd Erdogan in eerste aanleg binnen de regio van het Midden-Oosten  in een isolement gedreven. De sympathie van de Arabische volkeren waar hij aanvankelijk in belangrijke mate op kon rekenen heeft hij door zijn neo-ottomanistisch, hegemonistisch en interventionistisch optreden verspeeld. De Arabische volkeren ontdekten  in de buitenlandpolitiek en het optreden van Erdogan een anti-Arabistische kern en tendens met een sterk Turkistisch-kolonialistisch motief. De verwerping van Erdogan en afkeuring van zijn verkeerde benaderingen door brede Arabische volkmassa’s in het Midden-Oosten was en is daarom logisch, verklaarbaar en meer dan terecht. Daarbij werd Erdogan ook door  belangrijke staten in het Midden-Oosten, zoals Egypte en Iran, stevig op zijn plaats gezet.

 

Maar daar bleef het niet bij. Door zijn verkeerde politieke opstelling, dubbele agendavoering,  gebleken ongeschiktheid en verlies van reputatie heeft Erdogan ook het vertrouwen van zijn imperialistische opdrachtgevers (de VS) gaandeweg zien afnemen. Hij bleek niet instaat tot adequate vervulling van de door hen aan hem toebedeelde rol.

 

Hard schreeuwen, liegen, stelen, intimideren, onderdrukken, oorlogvoeren, onschuldige mensen laten vermoorden, de rijken rijker en de armen armer maken, groepen mensen tegen elkaar uitspelen, relaties onderhouden en samenwerken met IS, Al Nusra, Ahrar-u-Shaam en andere islamistische terreurkrachten… …en anderen de schuld geven van zijn eigen fouten, valsheden en mislukkingen. Dat alles kon en kan hij als geen ander. Maar voor de rest bleek hij slechts  irrationeel, onbekwaam en onvaardig.

 

Erdogan werd uiteindelijk door de werkelijkheid gedegradeerd van een ogenschijnlijk ‘wonderkind’ naar een bespottelijke snotneus die door bijna niemand meer serieus genomen werd. Hij verkeerde uiteindelijk in de waan een ‘reusachtige wereldleider’ te zijn maar de verstrijkende tijd, de dagelijkse gebeurtenissen en zijn positie, opstelling en handelwijze binnen de voortdurend veranderende politieke realiteit ontmaskerden hem hooguit als een plattelandse, lokale en tirannieke misdadiger. Een misdadiger van kleine formaat, met een grootheidsmanie gevoed door een ernstig minderwaardigheidscomplex. Een misdadiger bovendien, die een zekere aandeel heeft in grote aantallen moorden die door IS en andere islamistische terreurbendes alsmede de Turkse strijdkrachten gepleegd zijn in het Midden-Oosten en in het bijzonder in Syrië, Koerdistan en Turkije.

 

Tegelijk met al het bovenstaande, gebeurde er ondertussen ook van alles in het binnenland. De buitenlandpolitiek van het regime had ook grote en massieve effecten op de mensen en het leven binnen Turkije zelf. Het volk had in toenemende mate te lijden onder een steeds sneller groeiende werkloosheid en toenemende armoede. Die gingen gepaard met een vernederende onderdrukking die steeds agressiever en bloediger op het volk werd uitgeoefend, terwijl humanitaire en democratische rechten door Erdogan en zijn politieapparaat aan de laars gelapt werden.

 

Die onderdrukking en vernedering bleven echter niet onbeantwoord. Het volk sloeg op zijn beurt terug door massaverzet en massale acties. Het Gezi-verzet dat in Istanboel begon en zich over het hele land uitbreidde… Een flink aantal aanhoudende  hardnekkige stakingen van arbeiders in diverse sectoren… Mensen in verschillende regio’s die massaal in actie kwamen tegen onder andere de bouw van schadelijke en daardoor ongewenste hydro-elektrische en geothermische energiecentrales… Boeren die protesteerden tegen de te lage bodemprijzen van hun gewassen… Studenten in het hele land die protesteerden tegen hoge onderwijskosten,  politionele repressie, ondemocratisch bestuur en sterke verlaging van het wetenschappelijkheidsgehalte van het onderwijs op de universiteiten en hoge scholen… De vrouwenbeweging die protesteerde tegen geslachtelijke discriminatie, geweld tegen vrouwen, verkrachtingen, seksuele intimidatie, uithuwelijking van minderjarige meisjes, seksueel misbruik van kinderen en het vermoorden van vrouwen… De Koerden die terecht samen met anderen voortdurend in actie waren voor vrede voor iedereen, zelfbestuur voor henzelf en democratie voor heel Turkije…

 

Deze en nog vele ongenoemde strijdbewegingen leidden bij de algemene verkiezingen van 7 juni 2015 onder andere tot een belangrijke zege van de pro-Koerdische HDP en in die mate tot een nederlaag van de AKP van Erdogan. Dat was een feitelijk gegeven die Erdogan niet kon verteren omdat dat gegeven een acute bedreiging vormde voor zijn machtsaspiraties, waaronder de sterke wens om zijn machtspositie op te waarderen tot het niveau van constitutioneel gedekte absolute alleenheerschappij. De verkiezingsresultaten van 7 juni 2015 werden door Erdogan als aanleiding gebruikt voor het inzetten van de aanval op het Koerdische volk in Oost- en Zuidoost-Turkije. Die aanval had verschillende doeleinden. Ten eerste, werden de Koerden collectief gestraft voor het feit dat zij niet voldoende op de AKP hadden gestemd. Ten tweede, wilde Erdogan met de ingezette aanval het Koerdische volk uit het politieke veld slaan en zo de behandeling van de Koerdische kwestie weer naar een militaristisch plan brengen. Daarmee zou het conflict rondom de Koerdische kwestie een blijvende rechtvaardiging voor oorlogvoering zijn. En zo lang zou Erdogan dan aan de macht kunnen blijven. En ten derde, hoopte Erdogan op die manier te voorkomen dat de Koerden in Turkije naar het voorbeeld van de Koerden in Syrië, eigenhandig een stelsel van democratisch zelfbestuur zouden kunnen opbouwen.  

 

Omdat de uitslagen van de algemene verkiezingen van 7 juni 2015 ongunstig voor de AKP zouden uitvallen, heeft de AKP iedere poging tot de vorming van een redelijke, realistische en werkbare regeringscoalitie tegengehouden. Er volgden vervroegde algemene verkiezingen. Die vonden op 1 november 2015 plaats. 

 

De vervroegde verkiezingen brachten formeel weliswaar betere resultaten op voor de AKP (waardoor zij weer in haar eentje de regering kon formeren) maar konden er niet voor zorgen dat de HDP onder de kiesdrempel (10%) geduwd werd. De HDP bleek wederom een belangrijke politieke speelster te zijn en bleef zij een doorn in het oog van Erdogan en zijn AKP. En dat ondanks de verkiezingsfraude van de AKP en het teugelloze geweld dat voorafgaand aan de verkiezingen tegen de HDP ingezet werd door de AKP, haar knokploegen en haar politieapparaat. Erdogan kon de HDP en de onderdrukte bevolkingsdelen die de HDP vertegenwoordigde maar niet klein krijgen. Dat maakte hem fanatieker in zijn streven naar de vergroting van zijn macht, waarmee hij ze wel klein dacht te kunnen krijgen.

 

Dat fanatisme van Erdogan kwam na de verkiezingen van 1 november 2015 tot uiting in  uitbreiding en opvoering van de oorlog en het oorlogsgeweld tegen het Koerdische volk en tegen iedereen die solidair was met het Koerdische volk en met de strijdbeweging voor vrede en democratie in heel Turkije. Met andere woorden, iedereen die enigszins kritisch was of ook maar uitsprak dat hij zou wensen dat de oorlog zou stoppen en er vrede zou komen, werd ‘vogelvrij’. Erdogan was tot alles instaat omwille van zijn absolute alleenheerschappij.

 

Het systematisch uitschakelen van alle kritische mensen op alle terreinen, in alle sectoren en op alle niveaus is onderdeel van zijn strategie om alle obstakels op te ruimen die op de weg liggen naar de opbouw van absolute alleenheerschappij, van tirannieke monarchie in de vorm van een ‘despotisch sultanaat’. De Ottomaanse dynastie heeft 36 sultans gekend. Erdogan wil feitelijk graag de 37ste sultan zijn.

 

In dat perspectief dienen alle pogingen tot opheffing van de onschendbaarheid van de volksvertegenwoordigers van de pro-Koerdische partij HDP gezien te worden. In dat perspectief dienen alle acties gezien te worden die erop gericht zijn de  volksvertegenwoordigers van de HDP uit het parlement te slaan. De fysieke aanval die recentelijk door parlementariërs van de regerende AKP op de HDP-parlementariërs werd ingezet dient ook in dat perspectief gezien te worden.

 

Ook de mislukte aanslag op journalist Can Dündar dient in het bovenbeschreven perspectief gezien te worden.

 

Maar niet alleen tegenstanders van Erdogan moeten het veld ruimen. Ook de medestanders bij wie Erdogan belangrijke delen van de verspreide macht weghaalt of dreigt weg te halen, beginnen te mompelen. Die worden door Erdogan ‘meedogenloos’ op het matje geroepen en moeten ook zij het veld ruimen als zij niet willen buigen. Dat overkwam onlangs premier Davutoglu. Hij is officieel nog steeds wel minister-president maar slechts tot 22 mei 2016. Dan houdt de AKP een buitengewoon congres en zullen er vervangende kandidaten ‘gekozen’ worden voor de vrijgekomen functie van ‘premier’ en voor de direct daaraan verwante functies. Ook deze actie moet in het bovenbeschreven perspectief gezien worden.

 

Erdogan beoogt met dat alles zowel het parlement als de AKP en de AKP-regering nog steviger in zijn greep te krijgen. Zijn motto is: ‘Het parlement, de partij en de regering onder mijn absolute controle of de hele ‘rotzooi’ aan de kant!’.  

 

De grote en middelgrote kapitalistische bedrijven in Turkije die in de organisaties ‘TÜSİAD’ en ‘MÜSİAD’ verenigd zijn, staan er bij en kijken naar dat alles als of het een spannende misdaadfilm zou zijn, maar wrijven ondertussen in hun handen. Want zij zijn nog wel zeer tevreden over de niets en niemand ontziende  neoliberale oorlogspolitiek van Erdogan en zijn regerende partij. Een politiek die uiterst vijandig is ten aanzien van de arbeidersklasse van Turkije als geheel, uiteraard met inbegrip van ook de Koerdische arbeiders.

 

Het recht op vrije en onafhankelijke vakbondsvorming en vakbondsactiviteit, het recht op staken en arbeidsactie, het recht op CAO-onderhandeling en arbeidsvoorwaardenvorming en andere vitale arbeidsrechten staan in Turkije dankzij het regime van Erdogan en dat van zijn AKP-regering, erg onder druk. Dat zijn rechten die het de arbeiders mogelijk zouden maken zich te verzetten tegen de kapitalisten en hun extreme uitbuiting, misbruik en vernedering. Maar deze rechten worden door de dictatuur dus met de voeten betreden. Daarmee wordt de arbeiders de mogelijkheid ontnomen om wettelijk voor een betere beloning, goede arbeidsomstandigheden  en een menswaardig bestaan te strijden. Arbeiders die toch staken of anderszins in actie komen, worden door het regime krachtens de terrorismewetgeving als terroristen beschouwd en worden zij als zodanig met politiegeweld onderdrukt en juridisch vervolgd.

 

Op die manier worden kapitalistische belangen veilig gesteld en worden de kapitalisten blij gemaakt. De kapitalisten steunen op hun beurt het Erdogan-regime en laten zij het toe dat Erdogan veel macht naar zich toetrekt omdat zij weten dat die macht in hun voordeel gebruikt zal worden. Dat de kapitalisten het gretig toejuichen dat Erdogan staatsterreur tegen het Koerdische volk inzet en hij de Koerdische steden en wijken laat verwoesten, heeft een belangrijke reden. Namelijk het feit dat er daarmee grote bouwopdrachten en andersoortige opdrachten voor hen in het vooruitzicht gesteld zullen gaan worden. Voor kapitalisten betekent dat uiteindelijk grof incasseren uit gemeenschapsgelden, terwijl het getroffen deel van het Koerdische volk onvrijwillig naar andere steden mag vertrekken of onder de bouwvallen in honger, dood, bloed, tranen en ellende mag creperen.

 

Desondanks geven de onderdrukten het niet op. Zij zetten hun strijd onder zeer zware omstandigheden voort. De strijdende, actievoerende en protesterende krachten in het land beseffen hoe langer hoe meer dat alleen een verenigd verzet hen tot de overwinning zal leiden. Sinds geruime tijd worden er inspanningen verricht om het verzet van progressieve en democratische krachten landelijk te verenigen. Dat vergroot de hoop. Hoe dan ook, de onderdrukten zullen uiteindelijk overwinnen en afrekenen met de dictator en zijn regime. Dat is onvermijdelijk en is slechts een kwestie van tijd. Maar interesse, aandacht en internationale solidariteit, onder andere vanuit Nederland, zijn en blijven daarbij wel van groot belang..!

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer