Economie
15 juli 2016 | door: Martijn Hofman, Adviseur / Analist

Inkomstenbelasting als stuurmechanisme voor economische groei is onjuist

In plaats van belasting als fout stuurmechanisme voor werkgelegenheid moeten we sturen op directe economische groei, waardoor we juist minder hoeven te werken voor ons levensonderhoud.

"Het tegen beter weten in blijven sturen op groei in arbeidskrachten leidt dan namelijk niet tot meer economische groei, maar tot minder"

Het Centraal Planbureau (CPB) was eerder van mening dat groei in beroepsbevolking altijd op termijn leidt tot groei in werkgelegenheid. Vervolgens was de gedachte dat een groei in werkgelegenheid ook economische groei betekende. Beide gedachten zijn achterhaald!

 

Staatssecretaris van Financiën E.D. Wiebes stelt: “Een belangrijke reden om inkomstenbelasting te heffen op individueel inkomen is dat het de emancipatie, economische zelfstandigheid en arbeidsparticipatie bevordert.” Wiebes schreef dit 15 juni 2016 in de Kabinetsreactie op de CPB-notitie met de doorrekening van de standaardkoopkracht van voorbeeldhuishoudens.

 

Meer arbeidsparticipatie (lees groei in beroepsbevolking) leidt niet altijd automatisch tot meer werkgelegenheid (lees banen). Daarom zijn ook in vroeger jaren zoveel boerenzonen de oceaan overgestoken. Ze hadden niet het vertrouwen dat groei in de beroepsbevolking (door zelf de Nederlandse arbeidsmarkt te betreden) ook zou leiden tot een groei in werkgelegenheid zodat ze ook voldoende zouden verdienen om er van rond te kunnen komen. Ook in de visserij zien we hetzelfde. En wat te denken van de ontslagen die we afgelopen jaren, maanden, weken hebben gezien? Hadden die arbeidskrachten dan niet tot banen moeten leiden?

 

Hebben we met z’n allen liggen slapen?

 

Voor de financiële crisis was het wel zo dat het totaal aan werkgelegenheid (=banen) het arbeidsaanbod (=beroepsbevolking) volgde. In tijden van economische groei (hoogconjunctuur) investeerden bedrijven van hun winst en overheden van hun ruim budget. Deze investeringen leiden tot meer banen. Als er geen medewerkers (vaste dienst of ingeleend) waren voor die banen, bleven deze onvervuld (en vaak ook onvermeld) tot het moment dat deze wel ingevuld konden worden. Dit had een remmend effect op de economie. Instroom op de arbeidsmarkt leidde voor de crisis dan ook altijd op termijn tot meer banen. De tijd die hiervoor nodig was moet gezocht worden in bedrijfseconomische processen zoals instroom, doorstroom en uitstroom. Opleiding, scholing en training on the job waren hierbij de instrumenten. Banen die erbij kwamen waren namelijk vaak specialistisch terwijl de instroom op de arbeidsmarkt nog ervaring moet opdoen. De trekkende kracht van economische groei aan banen en vervolgens aan arbeidskrachten is er niet tijdens een periode van laagconjunctuur. Dan is het namelijk andersom. Investeringen nemen af waardoor het aantal banen afneemt en er dus ook minder arbeidskrachten nodig zijn. Als de digitalisering en de robotisering doorzet zal het nooit meer zo zijn dat de economische groei een trekkend effect heeft op banen en werkgelegenheid! Zodra dit het geval is kan het uitgangspunt dat de werkgelegenheid de beroepsbevolking volgt definitief de prullenbak in.

 

Het kabinet leunt sterk op het CPB. Het CPB leunt weer op de gehanteerde modellen. De gehanteerde modellen van het CPB zijn hoofdzakelijk gebaseerd op bevindingen en data van voor de crisis. Het gevolg is dat we iedereen de arbeidsmarkt op jagen met de oude gedachte dat we dan economische groei aan het bewerkstelligen zijn maar dat we in feite de werkloosheid en dus de maatschappelijke kosten vergroten en de economische groei juist tegenwerken. In tijden van economische achteruitgang moeten we deze actief ombuigen naar weer economische groei. Het tegen beter weten in blijven sturen op groei in arbeidskrachten leidt dan namelijk niet tot meer economische groei, maar tot minder. Werklozen kosten geld en verjonging van de arbeidsmarkt, doorstroom en mobiliteit stagneren. Het opkrabbelen uit een recessie duurt dan onnodig veel langer.

 

Resultaten in het verleden, bieden geen garantie voor de toekomst. Daarom moeten we voorzichtig zijn met algemeen gangbare principes en uitgangspunten. Tijden veranderen, de economie, de werkgelegenheid, de arbeidsparticipatie verandert. We moeten dus de stofkam moeten halen door alle ooit geldige uitgangspunten, beleidsregels en metingen . In een nieuwe tijd met nieuwe doelstellingen horen nieuwe regels en nieuwe metingen, want wat je meet, daar stuur je op en waar je op stuurt, krijg je ook.  

 

Daarnaast zorgt het misbruiken van inkomstenbelasting als stuurmechanisme dat alles commercieel wordt gemaakt. Oppas van Opa en Oma zijn zo verworden tot financiële aangelegenheden. Ook mensen die niet kunnen werken i.v.m. chronische ziekte of taken op het gebied van participatie en / of zorg worden nu gedwongen om te gaan werken. In tijden dat we een participatiemaatschappij voorstaan moeten we niet sturen op groei in arbeidsparticipatie. In plaats daarvan moeten we sturen op directe economische groei, waardoor we juist minder hoeven te werken voor ons levensonderhoud.

 

Nederland wordt geleid door het CPB als ons maatschappelijk GPS. Helaas werkt ons GPS met kaarten van zo’n 10 jaar oud, waardoor we gestuurd worden over binnenwegen met een lage snelheid. Nieuwe economische snelwegen zoals robotisering en digitalisering hebben niet meer (wel andere) banen nodig voor economische groei. Laten we daarom ons GPS-systeem updaten met kaarten van de toekomst!

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Martijn Hofman, Adviseur / Analist
Inkomstenbelasting als stuurmechanisme voor economische groei is onjuist - 15 juli 2016



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer