Onderwijs
17 augustus 2016 | door: Iris Westhoff, ZZP'er

Gelijke kansen creëer je niet met gelijke behandeling

Minister Bussemaker maakt zich zorgen om de groeiende kansenongelijkheid in het onderwijs. Ligt dit aan de leraar? Aan de CITO-toets? Aan de ouders? Nee. Het systeem is het probleem.

"Open brief aan minister Bussemaker"

Hooggeachte mevrouw Bussemaker,

 

De kranten stonden de afgelopen weken vol met artikelen over de ongelijkheid in het onderwijs. Het opleidingsniveau van ouders zou in hoofdzaak bepalend zijn voor het schooladvies van hun kroost. Volgens het jaarverslag van de Inspectie voor het Onderwijs neemt deze ongelijkheid alleen maar toe. De geijkte verklaringen voor deze ongelijkheid worden weer opgesomd:

  • Hoger opgeleide ouders stimuleren hun kinderen meer;
  • leraren hebben hogere verwachtingen van de zoon of dochter van een advocaat dan van die van een vuilnisman;
  • allochtone ouders zijn onvoldoende bekend met het schoolsysteem en snappen niet wat al die verschillende schooltypes inhouden;
  • de afkeer van leerfabrieken enerzijds en de afname van de leerlingenpopulatie anderzijds leidt tot een toename van categoralescholen, wat doorstroming naar een hoger niveau bemoeilijkt.

 

CITO-toets

En dan hebben we het nog niet eens over die beruchte Eindtoets Basisonderwijs PO gehad, beter bekend als de CITO-toets. De CITO-score mocht niet meer bindend zijn, omdat de leerkrachten in het basisonderwijs de leerlingen veel beter kennen en een veel betere inschatting kunnen maken van de capaciteiten van een kind dan dat een momentopname in de vorm van een papieren test dat kan. Nu is die CITO-uitslag ineens de oplossing: een objectief meetinstrument dat voor iedereen hetzelfde is en niet wordt gehinderd door menselijke onvolkomenheden als bevooroordeeldheid en subjectiviteit.

 

De CITO-toets was en is nooit als bindend bedoeld. Het doel van deze toets was en is nog steeds om een tweede (dus niet eerste) onafhankelijk advies (dus geen bindend oordeel) te geven als aanvulling op (dus niet ter vervanging van) het advies van de leraar. De CITO-score vormt dus een aanvullend advies; niet meer, niet minder. Laten we dit instrument alstublieft geen geweld aandoen door het te gebruiken voor iets waarvoor het niet is gemaakt.

Dit stukje gereedschap heeft nog een tweede functie die misschien nog wel waardevoller is, namelijk de school als geheel de maat nemen. Met de CITO-toets of een vergelijkbare eindtoets wordt in de gaten gehouden of de school als geheel voldoende presteert. Met andere woorden: levert de school voldoende leerlingen af met een voldoende instapniveau voor het voortgezet onderwijs? De toets meet dus niet alleen voor welk schooltype de leerling goed genoeg is. De toets meet ook of de basisschool wel goed genoeg is voor de leerling. Niet onbelangrijk.

 

Talentvolle kinderen

U zegt dat talent en motivatie bepalend moeten zijn bij de schoolkeuze. Kunt u mij uitleggen wat talent precies is? Hoe ziet talent eruit bij een kind in groep 8? En hoe meet je dat dan?

Ik was een talentvol kind. Mijn talent bestond uit het nagenoeg foutloos invullen van gestandaardiseerde tests. Mijn score op de SBD-toets (toen bestonden er al alternatieven voor de CITO-toets) was sensationeel. Toch bleek dit een matige voorspeller van schoolsucces.

Dan is er nog zoiets als motivatie. Je bent gemotiveerd als je een duidelijk doel voor ogen hebt waar je voor gaat. Hoe carrièrebewust is de gemiddelde 11-jarige? En wat als een kind gemotiveerd is voor zaken die niet op school worden aangeboden? Talent en motivatie zijn bij uitstek selectiecriteria die uitsluitend subjectief beoordeeld kunnen worden. Tenzij je de vereisten van het systeem ten onrechte als objectief beschouwt. Wie het beste in het systeem past, krijgt de gunstigste beoordeling.

 

Het systeem is in de kern nooit veranderd

Dat laatste is nu precies de belangrijkste factor voor succes. Wie succesvol het onderwijssysteem (of welk ander systeem dan ook) wil doorlopen, moet begrijpen hoe het systeem werkt. Wie ouders heeft die het systeem al succesvol hebben doorlopen, heeft meer kans om deze vaardigheden in de opvoeding mee te krijgen dan een kind van ouders die zelf minder goed met dit systeem uit de voeten kunnen. 

 

Alle onderwijsvernieuwingen ten spijt is het systeem in de kern nooit veranderd en ik durf te stellen dat overheden wereldwijd er alle belang bij hebben om die kern vooral nooit te veranderen.

 

Het onderwijssysteem bestaat in de eerste plaats om de maatschappij op orde te houden. Het onderwijs dient dan ook de belangen van de maatschappij als geheel en niet die van het individu. Het onderwijssysteem stoomt kinderen klaar om te kunnen functioneren in de maatschappij. Het gaat hierbij om het totaalplaatje. We hebben een grote middelbare beroepsgroep, een wat kleinere hogere beroepsgroep en een nog kleiner groepje dat nodig is voor specialistische, academische beroepen. Zolang die elkaar in balans houden, draait de economie het beste en worden de investeringen die in het onderwijs zijn gedaan terugbetaald door de mensen zelf. De salarissen zijn afgestemd op de te verwachten vaste lasten en nog wat extra voor leuke dingen. Mensen verdienen genoeg om niets te klagen te hebben, maar te weinig om zich van het systeem te kunnen distantiëren. De status quo blijft zo keurig gehandhaafd. Het gros draait netjes mee en er is rust in de tent.

 

Uiteraard is er altijd een zeker percentage afvallers. Die mensen worden zoet gehouden met hulpverleningstrajecten en uitkeringen. Geen enkel probleem, dit is allemaal ingecalculeerd. Het systeem is erop berekend.

 

Tijdsintervallen

Het systeem is zo gemaakt dat er voor alles een tijdsinterval is. Haal je dit interval niet, dan ondervind je daar de rest van je leven hinder van. Als je een jaar of 11, hooguit 12 bent, moet je klaar zijn met de basisschool. Dan ga je naar het voortgezet onderwijs. Liefst doe je daar niet langer over dan 4, 5 of 6 jaar, afhankelijk van het onderwijsniveau waarvoor je geschikt wordt geacht. Een vervolgopleiding duurt bij voorkeur niet langer dan 4 jaar (enkele uitzonderingen daargelaten), op welk niveau dan ook.

 

Daarna is het zaak te zorgen dat je vóór je 27e levensjaar een fatsoenlijke baan hebt gevonden, anders ben je te oud voor een startersfunctie en te onervaren voor een ander soort functie. Wie ergens in de dertig is, moet doorgroeien naar een senior functie. Als dat allemaal goed blijft gaan, kan je zonder pensioengat rond je 65e er de brui aan geven. Eindstreep gehaald. 

Navigeren in het systeem vereist niet alleen dat je alle stappen braaf in een vastgestelde volgorde doorloopt. Je hebt voor al die stappen ook nog eens een vastgesteld tijdsinterval. Gaat het ergens onderweg mis, dan heb je daar de rest van je leven hinder van, al was het maar in de vorm van een economische achterstand. Wie door aanleg of opvoeding of een combinatie van beide gebaat zou zijn bij een andere volgorde of minder stringente tijdsintervallen rest niets anders dan in de stront te zakken.

 

Meer regeltjes

In iedere organisatie, in welke vorm dan ook, worden de regeltjes strakker en uniformer naarmate de organisatie groeit. Kon je vroeger als werknemer gewoon even bij de directeur binnenlopen als er iets dwars zat, wordt je nu met meerdere managementlagen geconfronteerd. Kon je vroeger als student met je docent een afspraak maken voor een tentamen wanneer je daar klaar voor was, mondeling of schriftelijk naar keuze, moet nu iedereen op hetzelfde moment dezelfde lijst met meerkeuzevragen invullen. Zelfs het moment waarop je je voor het tentamen moet inschrijven, is van tevoren vastgelegd. Kon je vroeger als burger zonder meer bij de gemeente binnenlopen voor burgerzaken, moet je tegenwoordig van tevoren digitaal een afspraak maken en kan je weer opnieuw beginnen als je door onvoorziene omstandigheden vijf minuten te laat bent.

 

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Hoe meer mensen, hoe meer regeltjes. Weg met de menselijke maat! Voor iedereen hetzelfde, wel zo eerlijk, is de redenatie.

 

De maatschappij, die je ook als organisatie kan beschouwen, wordt steeds voller. Inwoner nummer 17.000.000 heeft zich onlangs aangediend. Daarnaast is onze maatschappij, en daarmee de leerlingenpopulatie, steeds minder uniform. Ook hier zien we dus de drang om die massa in bedwang te houden met uniforme en strakke regeltjes. Ook hier doet de doorgeslagen gelijkheidswaanzin ons geloven dat dat het eerlijkst is, want het is immers voor iedereen hetzelfde. Kansenongelijkheid in het onderwijs kunt u niet bestrijden met nog meer gelijke behandeling. Hoe meer uniformiteit in het onderwijssysteem, hoe meer leerlingen er zijn voor wie dat systeem niet passend is.

 

Diversiteit en ongelijkheid gaan hand in hand en zou je kunnen zien als twee kanten van dezelfde medaille. Voor het verminderen van kansenongelijkheid oftewel om maximaal van diversiteit te profiteren, is juist een minder rigide systeem nodig.

Helemaal uitroeien kan je kansenongelijkheid niet, want een systeem blijft een systeem. De één heeft nu eenmaal sneller door hoe hij zich eraan moet conformeren dan de ander, met gunstigere resultaten tot gevolg.

 

Mijn ervaring met het systeem

Ik had ooit de illusie dat ik de maatschappelijke ladder kon bestijgen door mijn uiterste best te doen in het onderwijssysteem. Studeren is in mijn familie geen vanzelfsprekendheid. Op de basisschool heb ik nooit noemenswaardige moeite gehad met welke lesstof dan ook. Lezen kon ik al voordat het me werd aangeleerd en schrijven leren ging vanzelf. Sociaal had ik geen aansluiting. Bovendien was ik langzaam. Daardoor zou meer dan mavo er niet inzitten. Dat wist de juf zeker. Dat ik zelden fouten maakte, deed er niet toe. Snelheid achtte zij in dit systeem van grotere waarde dan accuratesse. Deze accuratesse bracht mij het verbluffende resultaat op de SBD-toets, waardoor de juf werd “overruled” door de directeur. Ik mocht naar het gymnasium.

Dat mislukte op school 1. Ik dwong op school 2 een herkansing af, tegen alle adviezen in. Ik begon opnieuw in de brugklas. Tot en met de vierde klas hebben leraren gepoogd mij over te halen om af te stromen. Maar ik geloofde heilig in het systeem. Ik zette door. Het hard bevochten gymnasiumdiploma werd binnengesleept. Waardeloos op de arbeidsmarkt, maar wel mijn toegangskaartje tot de universiteit en daar was het mij om te doen.

 

Drie jaar na het behalen van de graad Master of Science kwam ik erachter dat ik het syndroom van Asperger heb. Door mezelf in de materie in te lezen begon ik mijn eigen functioneren beter te begrijpen en daarmee eindelijk het functioneren van de sociale wereld om mij heen. Inzicht dat een universitaire studie gericht op menselijk gedrag mij niet kon geven. Hoewel ik hard gevochten heb om aan de eisen van het systeem te voldoen en gaandeweg meer inzicht heb verworven in het functioneren van dat systeem, pas ik er kennelijk toch niet in.

In een ultieme poging mezelf van het uitkeringsinfuus te verlossen en mijn opgedane kennis en ervaring niet helemaal verloren te laten gaan, ben ik gestart als ZZP'er. Ik wil leerlingen met autisme helpen die in het onderwijssysteem zijn vastgelopen of dreigen vast te lopen. Zij verdienen dat. Het systeem maakt al genoeg slachtoffers. Het standaardadvies om af te stromen helpt hen van de regen in de drup. Hoe dat zit, leg ik uit op mijn website www.autimotive.nl. Uiteraard mag u ook contact met mij opnemen.

 

Mensen zijn niet gelijk. Gelijkheid is een verzinsel, gelijkwaardigheid is een keuze. Gelijke kansen creëer je niet met gelijke behandeling. Wie kiest voor gelijkwaardigheid zal recht moeten doen aan de ongelijkheid door het systeem in de kern te hervormen.

Misschien kunt u me vertellen wat ik verkeerd heb gedaan? Van welk mechaniekje in het systeem ik de werking niet voldoende heb doorgrond om te kunnen, nee, mogen functioneren in deze maatschappij?


So if you have a cure

To me would you please send

A picture of my life

With a letter telling how

It should really be instead

(fragment uit “Picture of my life”, Jamiroquai)

 

Met vriendelijke groet,

Iris Westhoff, MSc

Trefwoorden:
Onderwijs

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Iris Westhoff, ZZP'er
Gelijke kansen creëer je niet met gelijke behandeling - 17 augustus 2016



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 51
Maak een interview van uw opiniestuk
> Meer