Vrijheid en Gelijkheid
12 september 2016 | door: Brandon Pakker, Filosoof

Waarom culturen wel degelijk ongelijkwaardig genoemd mogen worden

In een tijd waarin termen als islamofobie en racisme misbruikt worden om elke vorm van kritiek op de ideologie teniet te doen, is het wachten tot deze pijlen ook op Schippers’ betoog worden gericht.

"Schippers heeft een punt wanneer ze beweert dat alle culturen niet gelijkwaardig zijn."

Minister Edith Schippers’ H.J. Schoo-lezing zal waarschijnlijk leiden tot felle discussie zowel binnen als buiten het politieke domein.[1] Het is dan ook nogal wat om te stellen dat ‘onze’ cultuur ‘beter’ is dan andere culturen. Vanuit de linkse hoek zal de kritiek duidelijk zijn: alle culturen zijn wel degelijk gelijkwaardig te noemen, en het idee dat ‘onze’ cultuur ‘beter’ zou zijn dan andere culturen getuigt simpelweg van nationale grootheidswaanzin en de misvatting dat er zoiets is als een statische en homogene cultuur.

 

Het is in een discussie met termen als gelijkwaardigheid, cultuur en goed en slecht van hoogst belang om deze helder en expliciet te definiëren. Veelal past men dergelijke termen toe zonder deze expliciet te duiden, en het gevolg is dat men langs elkaar heen praat en er geen dialogen maar monologen ontstaan. Dit kan ook als gevolg hebben dat men het aan de oppervlakte met elkaar oneens lijkt te zijn, maar dat een nadere analyse het tegenovergestelde doet blijken. 

 

Hieronder zal een poging gegeven worden om deze termen van definities te voorzien, en vervolgens zal ik aantonen dat men wel degelijk kan stellen dat culturen ongelijkwaardig zijn.

 

Met de komende verkiezingen in het achterhoofd is het niet verrassend dat men deze lezing afdoet als verkiezingsretoriek. De waardering van de lezing wordt ook negatief beïnvloed door eerder gemaakte keuzes van de VVD.[2] Maar ook de spanning tussen Schippers’ verantwoordelijkheid als minister en de werkzaamheden van haar partner zijn redenen voor twijfel aan haar integriteit.[3] Wat de waarheidswaarde van de inhoud van deze lezing betreft zijn zaken als strategische inzet en eerdere keuzes van de VVD of haar partner echter irrelevant. Timing en niet-gerelateerde keuzes uit het verleden vormen namelijk geen inhoudelijke kritiek op de inhoud van de lezing. Hier is meer voor nodig.

 

In een tijd waarin termen als islamofobie en racisme misbruikt worden om elke vorm van kritiek op de ideologie teniet te doen, is het een kwestie van wachten tot deze pijlen ook op Schippers’ betoog worden gericht. Hieronder volgt eerst een explicitering van enkele relevante begrippen, en vervolgens zal er naar Schippers’ gebruik van deze begrippen gekeken worden.

 

Gelijkwaardigheid

Formeel gezien wordt het gelijkheidsbeginsel als klassieke grondrecht in Artikel 1 (van Hoofdstuk 1) van de Nederlandse Grondwet uitgedrukt. Hierin staat expliciet dat iedere Nederlander recht heeft op een gelijke behandeling in gelijke gevallen, en dat irrelevant geachte factoren als geaardheid, geslacht en politieke gezindheid niet als gronden voor discriminatie mogen gelden.[4]

 

Cultuur

Cultuur is geen eenduidige term, en formeel gezien wordt het vervat in het complex van sociale grondrechten (bijvoorbeeld het recht op werk, huisvesting en onderwijs) die in tegenstelling tot klassieke grondrechten niet afdwingbaar zijn. Wel wordt van de overheid verwacht dat zij de voorwaarden schept die een klimaat realiseren waarin burgers zich kunnen ontplooien. In het kader van Schippers’ lezing is het geschikter om cultuur in informele zin als volg te definiëren: ‘Cultuur omvat de gewoonten en gebruiken waarover een volk in het land zelf beschikt of die een volk meeneemt uit het land van herkomst. Hieronder vallen onder andere het geheel van normen en waarden, de voeding, eetgewoonten, kleding, godsdienst en muziek en dans.’[5]

 

Goed en slecht

Ook de termen ‘goed’ en ‘slecht’ zijn op vele manieren te definiëren. In morele zin is de waardering van wat ‘goed’ of ‘slecht’ is volledig afhankelijk van welke ethische theorie men erop loslaat. Met betrekking tot Schippers’ lezing is het relevant om te analyseren in welke zin zij ‘onze’ cultuur als beter (als functie van goed) kwalificeert dan andere culturen.

 

De gelijkwaardigheid van culturen

Schippers concretiseert het begrip gelijkwaardigheid door het incident van Rita Verdonk aan te halen: “Rita Verdonk accepteerde niet dat een islamitische man [Ahmed Salam] weigerde om haar de hand te schudden. Zij maakte daar terecht een punt van.[6] Ze verdient daarvoor alle lof, maar kreeg ook veel onverwachte kritiek uit progressieve hoek. Want: ‘Als handen schudden met vrouwen nou niet wordt geaccepteerd in de cultuur van deze groep, dan moeten we daarvoor alle begrip hebben. Alle culturen zijn gelijkwaardig.’ Ik vind dat een verschrikkelijke misvatting. Frits Bolkestein zei het al in de jaren negentig: alle culturen zijn helemaal niet gelijkwaardig. En ik zeg het hem na: de onze is een stuk beter dan alle andere die ik ken. In elk geval voor de vrouw. In elk geval voor de homo of de transseksueel. In elk geval voor mensen die niet behoren tot de groep van de machthebbers. Voor mensen die de overheersende religie niet aanhangen.”

 

Naast het feit dat gelijkwaardigheid in de Nederlandse Grondwet is verankerd wordt deze eveneens in informele zin geaccepteerd en nageleefd. Gelijkwaardigheid als kernwaarde is voor de meeste Nederlanders zodanig verbonden met rechtvaardigheid dat het geen rechtvaardiging meer lijkt te behoeven. Gelijkwaardigheid impliceert de norm dat discriminatie op grond van geslacht of godsdienst niet is toegestaan. En het is hier waar zich een spanning openbaart: een man die op grond van zijn godsdienst weigert om de hand van een vrouw te schudden doet tegelijkertijd een beroep op diens godsdienstvrijheid en ondermijnt door discriminatie op grond van geslacht de norm die door gelijkwaardigheid wordt bepaald.

 

Het is onder andere het opereren vanuit gelijkwaardigheid dat tolerantie voor andersdenkenden toestaat. Doordat deze kernwaarde zo diep geworteld is in ons collectieve bewustzijn zijn we veelal geneigd om andere culturen te tolereren dan wel te omarmen, en dat is mijns inziens een groot goed. Maar het is wel van belang om in te zien dat andere culturen gelijkwaardigheid niet per definitie als (in)formele waarde hebben geïncorporeerd. Een cultuur onderscheidt zich van een andere cultuur door (onder andere) de set van normen en waarden die in (in)formele zin gedragen worden. Er zijn voorbeelden te noemen van landen die in dit opzicht verschillen van Nederland, en hieruit kan men al opmaken dat culturen niet gelijkwaardig zijn.

 

In formele zin worden waarden vertaald naar normen die wettelijke verplichtingen voor de inwoners van een rechtsstaat inhouden. Een probleem vormt het gegeven dat het begrip van een waarde bepalend is voor de normen die eruit ontstaan. Dit kan als gevolg hebben dat culturen dezelfde waarde hanteren die vervolgens verschillend wordt toegepast. Stel nu dat Nederland en Saoedi-Arabië beiden aangeven de waarde rechtvaardigheid te hebben gecodificeerd in respectievelijk de Grondwet en basiswet. Uit de meerduidigheid van de betekenis van de waarde rechtvaardigheid volgt dat het geenszins evident is welke normen hieruit ontstaan. Met een waarde als gelijkwaardigheid is dit echter wel af te leiden, omdat het begrip hiervan eenduidig is. Zo kan Saoedi-Arabië niet pretenderen gelijkwaardigheid te hebben gecodificeerd wanneer discriminatie op grond van geaardheid (of geslacht) wettelijk is vastgelegd (contradictio in terminis). Het is de meerduidigheid van het begrip van rechtvaardigheid dat het land toestaat dit te identificeren met de inhoud van de Koran, hoezeer deze opvatting ook moge verschillen met die van u of mijzelf.

 

Omdat bijvoorbeeld gelijkwaardigheid in Saoedi-Arabië niet bestaat zoals dat in Nederland het geval is, moet geconcludeerd worden dat deze landen verschillen in hun gedragen normen en waarden, en derhalve is het volkomen legitiem om te stellen dat de corresponderende culturen niet gelijkwaardig zijn. Schippers heeft dus een punt wanneer ze in lijn van Bolkestein beweert dat alle culturen niet gelijkwaardig zijn. En het is het verschil in normen en waarden dat een individu kan doen botsen met de set van normen en waarden die formeel en informeel in Nederland gedragen worden. Het is in die zin dat het ‘onze’ normen en waarden vormen, en een aanval tegen vrijheid als kernwaarde door bijvoorbeeld persvrijheid te verstoren of een aanval te plegen tegen een magazine dat opereert vanuit vrijheid van meningsuiting is wel degelijk als een aanval op onze normen en waarden op te vatten.[7]

 

Maar Schippers gaat verder wanneer ze vervolgens de Nederlandse cultuur vervolgens beter noemt dan de andere die zij kent: “En ik zeg het hem [Bolkestein] na: de onze is een stuk beter dan alle andere die ik ken. In elk geval voor de vrouw. In elk geval voor de homo of de transseksueel. In elk geval voor mensen die niet behoren tot de groep van de machthebbers. Voor mensen die de overheersende religie niet aanhangen.” We hebben geconstateerd dat culturen niet gelijkwaardig te noemen zijn, maar kunnen we de onze ook objectief beter noemen?

 

De betere Nederlandse cultuur

Schippers’ kwalificatie van de Nederlandse cultuur als beter dan alle andere culturen (die haar bekend zijn) wordt gekoppeld aan de vrijheden die in de Nederlandse Grondwet zijn vastgelegd. Beter dient hier te worden opgevat als een moreel goed, en in deze context veronderstelt dit een hiërarchisch spectrum waarin vrijheid samenvalt met het moreel goede. Het credo is: ‘hoe vrijer, hoe beter’. Wel geeft Schippers aan dat een absolute vrijheid niet mogelijk is, en dat deze moet worden beperkt om de vrije democratie te beschermen. Dit is de paradox van de vrijheid. Maar waaruit bestaat het moreel goede nu precies?

 

Wat ‘beter’ is in moreel opzicht is mijns inziens niet objectief vast te stellen. Het hangt er immers vanaf welke ethiek men erop loslaat, en het is niet evident dat er zoiets als objectieve, onafhankelijke morele ‘feiten’ bestaan. Het is niet voor niets dat er al eeuwen wordt nagedacht over wat het moreel goede behelst en hoe dit haar grondslag dient te krijgen in het politieke bestel. Het lijkt met betrekking tot de discussie in kwestie wel van belang om het onderscheid tussen formele en informele normen en waarden te benadrukken. Aan de ene kant is er de rechtsstaat die normen als vertaling van waarden verankert in de wet, aan de andere kant is er de cultuur die hieraan conformeert of niet. Dát de Nederlandse Grondwet discriminatie op grond van geaardheid of geslacht verbiedt betekent helaas niet dat de Nederlandse cultuur zich hier automatisch aan verbindt.

 

Dit vormt echter wel een wezenlijk verschil met landen waarin bijvoorbeeld homoseksualiteit wettelijk wordt afgekeurd of bestraft omdat bijvoorbeeld een theocratie dit dicteert. Dit laat de ongelijkwaardigheid van Nederland met dergelijke landen zien. Men kan—en moet—die ongelijkwaardigheid erkennen zonder hieraan een objectief waardeoordeel te verbinden. Het is hier waar Schippers wellicht te ver gaat. Hoewel pogingen om tot een objectieve moraliteit (en een hieruit voortvloeiende objectieve classificatie van ‘goed’ en ‘fout’) te komen mijns inziens vruchteloos zijn, wil ik wel zo ver gaan om een rechtsstaat waarin discriminatie op grond van geaardheid verboden wordt als ‘beter’ te bestempelen dan een rechtsstaat waarin dit niet het geval is. Cultuurrelativisme biedt hier geen legitiem tegenargument: niemand kiest voor zijn of haar geaardheid, en het is naïef en misschien zelfs laakbaar om te stellen dat homoseksuelen een verbod op en bestraffing van homoseksueel gedrag intrinsiek zouden accepteren. Geaardheid is geen keuze en het vormt een intrinsiek verlangen. Wanneer wetgeving de uiting van dit verlangen verbiedt kan van werkelijke acceptatie niet gesproken worden. Acceptatie ingegeven door indoctrinatie of angst vormt namelijk geen werkelijke acceptatie.

 

Een ander gevaar van cultuurrelativisme is dat het consensus de dictatuur van moraliteit maakt: de cultuur beslist. Consensus alleen is echter geen afdoende rechtvaardigingsgrond voor moraliteit. Stel nu dat alle burgers binnen een land vinden dat alle roodharige baby’s ritueel geslacht moeten worden. Is dit moreel goed te noemen omdat hierover consensus bestaat? Hoewel een werkelijk objectief of onafhankelijk ethisch systeem mijns inziens niet mogelijk is, zijn ethische theorieën de best mogelijke pogingen om tot een dergelijk systeem te komen.

 

Conclusie

Met haar lezing wijst Schippers terecht op de ongelijkwaardigheid van culturen. Door (in)formele verschillen in normen en waarden die door verschillende culturen gedragen worden te erkennen wordt deze ongelijkwaardigheid aangetoond. Schippers gaat echter te ver in haar poging om vervolgens de Nederlandse cultuur als objectief beter dan andere culturen te beschouwen. De intuïtieve afkeer van culturen waarin homoseksualiteit wordt bestraft alleen is niet voldoende, noch de poging om vrijheid met het moreel goede te identificeren. Hiervoor is een onderbouwing nodig die Schippers niet gegeven heeft.

 

[1] Zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/toespraken/2016/09/05/de-paradox-van-de-vrijheid.

[2] Bijvoorbeeld VVD’s stemming tegen het nietig verklaren van kindhuwelijken. Zie: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2015Z18483&did=2015D37668.

[3] Zie: http://www.welingelichtekringen.nl/politiek/554126/hoe-de-echtgenoot-van-minister-schippers-tonnen-verdient-aan-haar-zorgbeleid.html?utm_campaign=shareaholic&utm_medium=facebook&utm_source=socialnetwork.

[4] Zie: http://www.parlement.com/id/vhnnmt7jesyv/hoofdstuk_1_grondwet_volledige_tekst.

[5] Zie: https://www.ensie.nl/redactie-ensie/cultuur.  

[6] Zie: https://www.youtube.com/watch?v=JMq5iMUy07s.

[7] Zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/06/turkije-ontsteld-over-ruttes-pleur-op-in-zomergasten-a1519972.

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer