Kunst en Cultuur
4 november 2016 | door: Dimp Nelemans, Kunstpromotor en onderzoeker

Het Rijk zet beeldende kunst buitenspel en de kunstenaars bij de voedselbank

Onverschilligheid regeert. Kabinet maakt beeldende kunst tot sluitpost musea. Wat de galeriesector als kunstpromotor en redelijk functionerende bedrijfstak van de kaart veegt. Het leven is kort, kunst is lang. Wie heeft er nog een oor?

"Beeldende kunst werd listig uit de begroting, nationaal geheugen én opbouw erfgoed voor komende generaties, gewist."

In 2001 vestigde toenmalig Staatssecretaris OCW, Rick van der Ploeg er al de aandacht op:

De galeriebranche wordt tegengewerkt door de overheid. Kunstuitleningen beconcurreren hen met subsidie uit de algemene middelen. Als musea rechtstreeks contact onderhouden met kunstenaars verstoren zij de bemiddelende rol van de galeries. Een goede afstemming tussen de overheden zou de samenwerking en daarmee het publieksbereik kunnen bevorderen. Als bij galeries het publieksbereik stagneert, heeft dat gevolgen voor hun ontwikkeling, de bemiddelende rol met de kunstenaars en daarmee de particuliere verkoop van hedendaagse kunst.

 

Het zittende kabinet had maling aan deze waarschuwing. En, Van der Ploeg kon gaan. Wat daarna ongezien bleef was dat onterecht ingrijpen in de marktwerking door bevoordeling van musea. Wat marktscheefgroei veroorzaakte. Omdat deze onbalans ontstond als gevolg van bemoeienis van het Rijk en andere overheden, spreken we hier van overheidsfalen.

 

Tot voor kort was het publieksbereik van Nederlandse musea beeldende kunsten en dat van de 475 galeries nog nagenoeg gelijk. Het had even tijd nodig, maar de inspanningen van de museale sector om de galeries buiten het zichtveld van kunstvertoning te plaatsen was een listig plan. Anno 2016 is het publieksbereik bij de galeries tot een dieptepunt gedaald.

 

Museumdirecteuren, conservators en curatoren schreven in hun logboek: missie geslaagd!

 

Museumshops

Maar is dat ook zo? Zijn we er allemaal cultureel rijker van geworden? Oh ja, we hebben nu 1,1 miljoen museumjaarkaarthouders. Het overgrote deel daarvan heeft, vanwege uittreden uit het arbeidsproces met een degelijk opgebouwd pensioen, zeeën van niet geagendeerde tijd over. Grafieken in de leeftijdsopbouw van museumbezoekers tonen het aan. Lange rijen gegoede AOW’ers wachten geduldig de hen toegewezen bloktijd af om zich daarna schuifelend over de rode lopers te vergapen aan oude kunstwerken. De aanblik ervan is vergelijkbaar met een wandelend buffet. Je staat uren in de rij en daarna krijgt je een minuutje de tijd om je keuze te maken. ‘Neen, neen, niet teruglopen, gewoon doorlopen…..” Als je buiten staat vraag je je af. “Was dat het nou?” Ja, dat was het, meer is het niet!

 

Museabesturen en directies die al decennialang door de rijksoverheid worden gepamperd, lachen zich een breuk. De subsidie voor de kunstappreciatie stroomt alleen nog maar hun kant uit. En, elke bezoeker is een dubbele ‘catch’. Aan het eind van de tentoonstelling loopt het publiek de museumshop binnen en koopt nog een hebbedingetje! Kassa. De verkoop uit de shop moet, en doet het museum overleven. Desondanks hangt de kleine en middelgrote musea buiten de provincies Noord- en Zuid-Holland nog altijd een dreigend faillissement boven het hoofd als de Provincies en Gemeentes de subsidies nog verder afromen.

 

Bemoeigoederen

Waarschijnlijk komt het doordat iemand in het zittend Kabinet de definities uit de SER-aanbevelingen voor bemoeigoederen in handen gaf van de Nederlandse Museum Vereniging.

 

De SER zette musea in het rijtje Bemoeigoederen. Zodat voor die categorie de overheid: als ze vindt dat er meer gebruik van moet worden gemaakt zodanig tot faciliteren over kan gaan dat musea gratis te bezoeken zijn. En zo geschiede.

 

Het werd voor museumjaarkaarthouders mogelijk gemaakt om meer dan 400 musea gratis, zonder enige aandrang tot kunstaankoop, te bezoeken. Het Van Gogh Museum scoorde, met die overheidsprikkel in 2015, meer dan 1 miljoen bezoekers en belandde daarmee als nummer één op de lijst van meest bezochte musea. Aan de andere kant van het spectrum zien we de galeriesector die het aantal bezoekers met bijna 3 miljoen zag dalen. Terwijl SEO-onderzoek  de successtory voor musea verklaart met: “Zonder het bestaan van de museumkaart hadden de museumkaarthouders naar schatting ruim 3.4 miljoen minder bezoeken aan de deelnemende musea gebracht”.

 

Kunst blijft bestaan

Is het nadelig als het Van Gogh Museum zoveel publiek trekt? Welnee, het geeft aan dat er een grote appreciatie voor kunst leeft die niets met de 17e-eeuwse meesters van doen heeft. Vincent van Gogh wordt door velen gezien als tijdgenoot en dat verkoopt. En alhoewel de directies van musea, volgens het internationaal museum verdrag, geen omzet mogen maken begeven zij zich maar al te graag op het commerciële pad. Het verhandelen van reeksen ‘limited editions’ in uitvoeringen van asbak, onderzetters tot luxe foto-reproducties met een Van Gogh afbeelding heeft niets te maken met kunst, maar levert wel kassa.

 

Nog altijd existeert de Nederlandse galeriebranche als een fijnmazig netwerk, over het hele land. En brengt de ontwikkeling van hedendaagse kunst met gratis toegang en bezichtiging dicht bij publiek. Publieke belangstelling voor hedendaagse kunst is van levensbelang voor de ontwikkeling in artisticiteit van de beeldende kunstenaar en van cruciaal belang voor de appreciatie, innovatie in hedendaagse kunst en particuliere verkoop.

 

Onderzoek toont aan dat een bezoek aan een galerie voor 91% van de kunstkopers en beginnend verzamelaars nog altijd dé manier is om zich te oriënteren. In tegenstelling tot de successen van webshops en social media voor de dagelijkse benodigdheden, is het gebruik van internet voor aankopen van kunst in die zin nog altijd beperkt. Dat onderschrijft de stelling dat het bestaan van de galerie een belangrijke rol speelt in de particuliere verkoop. Het is ook dáár waar de verzameling van kunst begint. De zoektocht naar talent en het signaleren van nieuwe trends in de kunst vindt in de galerie plaats. Hedendaagse kunst is het toekomstige erfgoed voor komende generaties. Het is de spiegel van de tijd waarin we leven. Wie zal over 300 jaar de Rembrandt van de 21e eeuw zijn?

 

Missie geslaagd?

Maar, wat betreft het wegwissen van appreciatie voor hedendaagse kunst en scheppende beeldende kunstenaars, kan Kabinet Rutte zich op de borst kloppen. Sterker nog, de hele Nederlandse hedendaagse kunst, ooit gewag makend van naam en wereldfaam, is van de kaart geveegd. Veilinghuizen Sotheby en Christie's zetten hun activiteiten al op een laag pitje. TEFAF, die de overstap maakte van Kunst & Antiek naar Moderne Kunst (tot 1960), vierde dat met de tien meest bekende kunstenaars van de wereld. Er was niet één Nederlander bij.

 

Sterker nog, TEFAF Markt Onderzoek kwam onlangs met de conclusie dat Nederlanders, van alle bewoners in Europa, het minst uitgeven aan kunst. Nog even en de paar talentvolle Nederlandse kunstenaars die we hebben, doen er verstandig aan te vertrekken naar het buitenland. Mijnheer Rutte kan dan rustig in zijn zetel neerzijgen en tevreden ademhalen. Mission Limited Vision Completed.

 

Woordspeling

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Het terugdringen van de positie die de galeriesector in de Basisinfrastructuur van de beeldende kunst inneemt is al tientallen jaren aan de gang. En het houdt niet op. Huidig OCW-minister Jet Bussemaker heeft, analoog aan het advies van haar huidige ambtenarencorps, het begrip Beeldende Kunst voor de komende periode alleen nog als woordspeling op de begroting voor 2017-2020 genoteerd. Andere indicaties die de indruk moeten wekken dat Nederland überhaupt nog hedendaagse beeldende kunst met subsidie stimuleert zijn een bijscholingsbudget voor Postacademisch onderwijs voor 86 cursisten (4,3 miljoen) en 6 presentatie-instellingen 2,56 miljoen.

 

Naar het Mondriaanfonds gaat ruim 25 miljoen en een bedrag van 10 miljoen voor het daaronder ressorterende Letterenfonds. 

 

Ziende blind

Het Mondriaanfonds heeft, blijkend uit onderzoek onder 100 galeriehouders, een ‘merkwaardig’ toekenningssysteem. Alle aangeschreven galeries zagen hun publieksbereik teruglopen. Enkele dienden een aanvraag in met een projectvoorstel dat de neergaande spiraal zou keren. Geen enkele van hen heeft daarop een toezegging uit Mondriaanfonds van enige betekenis ontvangen. Wat op zichzelf opmerkelijk mag heten omdat de taak van het fonds is om de hedendaagse beeldende kunst te promoten, kunstenaars te stimuleren in (door) ontwikkeling en galeries voor Distributie en Vertoning te benutten.

 

Directeur van de toenmalige Stichting Mondriaan, Melle Daamen, schreef daarover in Kunst te koop! (2001) “In naam zijn we voor véél particuliere kunstaankopen, sterke galeries en meer particuliere opdrachten. In de praktijk subsidiëren we de musea die galeries passeren, steunen we vooral opdrachten uit de gesubsidieerde (semi-) publieke hoek”. Mondriaanfonds zou er goed aan doen het zuurverdiende belastinggeld van de maatschappij aan te wenden voor de aan haar overgedragen opdracht.

 

Het zou daarbij een voorbeeld kunnen nemen aan het Letterenfonds dat met, minder dan de helft van het subsidie wat aan Mondriaanfonds wordt toegekend, in een jarenlange campagne heel Nederland aan het boeklezen hield, een paviljoen in Frankfurt tijdens de Messe 2016 laat openen door de Koning en elke maand een promo voor auteurs door boekhandelaren doet geven bij DWDD.

 

In het Financieel Dagblad sprak eind vorige eeuw Bonnefantenmuseumdirecteur, Alexander van Grevenstein, zijn afkeur uit over het bestaan van galeries. “Nederlandse musea hebben de taak van galeries overgenomen. Die overname is terecht. Eigenlijk moeten jonge kunstenaars rijpen bij een galerie. Maar dat gebeurt niet. Daarom moeten musea inspringen.“ Deze leugen gaf een bijna voodoo-achtige connotatie aan een redelijk goed functionerende bedrijfstak.

 

Het zijn de galeries die, in tegenstelling van de zwaar gesubsidieerde museale sector, op eigen kracht de hedendaagse kunst en beroepskunstenaars een podium geven. Ondergetekende heeft 15 jaar die taak op zich genomen en daarbij 370 pas afgestudeerde, talentvol geselecteerde, kunstenaars een kans gegeven met promotie, tentoonstelling en bemiddeling. Van hen is, na 15 jaar, 10% nog steeds actief als kunstenaar. De helft daarvan vertrok naar het buitenland. En, met oprecht advies van een galeriehouder met 30 jaar internationale kunstuitwisseling ervaring. Van musea zullen de jonge kunstenaars het niet moeten hebben. Zij kiezen de kunstenaars vanuit het pluche. En zelfs dát heeft er nog niet toe geleid dat Beelden aan Zee op het Lange Voorhout Den Haag het oeuvre van een Nederlandse beeldhouwer met trots aan de reputatie van dit wereldwijd geroemde internationale publieksevenement heeft toegevoegd. De vraag is nu. Is er nog een weg terug?

 

Arbeidsmarktpolitiek

Het Rijk, verantwoordelijk voor de basisinfrastructuur van de beeldende kunst, wijst met de ene hand voor vertoning/distributie en particuliere kunstaankoop naar de galeriesector. Met de andere hand schenkt het, uit de algemene middelen, miljoenen aan musea voor stimulering van publieksbereik dat de galeriesector nekt. En dan is er nog een Ministerie van Financiën dat de beeldend kunstenaar opzadelt met de status van ZZPer.

 

De scheefgroei die door het Rijk werd veroorzaakt toont Pareto dis-efficiency, ofwel marktfalen. En omdat het hier gaat om scheefgroei die is veroorzaakt door bemoeienis van het Rijk en andere overheden spreken we hier van overheid falen. Wat ertoe resulteerde dat:

 

  • duizenden beeldende beroepskunstenaars tot de armenzorg zijn gedicteerd

  • de publieke appreciatie voor hedendaagse beeldende kunst, als selectieve bron voor toekomstig erfgoed, uit het collectief geheugen werd gewist

  • innovatie van de beeldende kunst en nieuwe trends evenals particuliere kunstverkoop, en opdrachten hedendaagse kunst voor de openbare ruimte stagneert

  • de bemiddeling en coaching van kunstenaars, die hun eerste stappen zetten in de wereld van vraag en aanbod werd verambtelijkt. Waardoor

  • het noodzakelijk engagement in de beeldende kunst netjes en regentesk inblikte!

 

We moeten het tij keren voor het te laat is.

 

Trefwoorden:
Kunst en Cultuur

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Dimp Nelemans, Kunstpromotor en onderzoeker
Stel kunst in dienst van de aarde - 11 januari 2017
Het Rijk zet beeldende kunst buitenspel en de kunstenaars bij de voedselbank - 4 november 2016



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Nu 50% korting: 9,95 euro incl bezorging!