Rechtspraak
22 november 2016 | door: Henny A.J. Kreeft, schrijver / columnist / journalist

Strafproces Wilders: heeft hij dezelfde rechten als Jan met de Pet?

In de Strafzaak Wilders gaat het om aanzetten tot haat en discriminatie en groepsbelediging van Marokkanen. Maar volgens mij moet er ook bij: heeft Jan met de pet dezelfde rechten als een politicus?

"Ik ben van mening dat een politicus zich moet realiseren dat hij een grote verantwoordelijkheid heeft."

Het strafproces Geert Wilders kruipt verder en verder en maandag 21 november is het weer een lange dag (dag twee) van de verdediging. Ondanks dat de heer Wilders niets van Europa en daarbuiten wil weten, behalve van gelijkgestemden dan, valt het op dat de verdediging alles uit de kast haalt aan jurisprudentie wat er op de wereld te vinden is. Op zich knap dat de verdediging van alles (in de tijd) gevonden heeft, met name stukken om alles wat het OM heeft gezegd, onderuit te halen.

 

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft ingezet op aanzetten tot haat en discriminatie en groepsbelediging van Marokkanen. De verdediging gaat er van uit dat het strafproces helemaal niet mag plaatsvinden, daar de woorden van de heer Wilders behoorde tot het beleid van de PVV. Wat mij opvalt is dat er niet gesproken wordt over ‘ophitsing’ of ‘opruiing’. Tevens is voor mij een andere vraag nog van belang: mag een politicus meer zeggen dan ‘Jan met de Pet’ - Johan of Mohammed - op straat of niet.

  

In mijn column ‘Strafzaak Wilders: Eis OM van € 5000’ voor de site Metro Nieuws ben ik hier ook al op ingegaan.

  

Groepsbelediging

Het Openbaar Ministerie gaat uit van het standpunt dat het hier draait om groepsbelediging van Marokkanen en aanzetten tot haat en discriminatie gebaseerd op artikel 137 van Wetboek van Strafrecht. Wat er gebeurde is dat op 19 maart 2014 op een bijeenkomst (van waarschijnlijk de politieke partij PVV) in een donker cafe in Den Haag het publiek ‘Minder, minder, minder’ scandeerde op de vraag of men meer of minder Marokkanen wilde, waarna de heer Wilders antwoordde: ‘Dat gaan we dat regelen’.  

 

Tijdens de avond heeft een spreker het publiek voorbereid op de komst van de heer Wilders en het publiek ‘Minder, minder, minder’ laten schreeuwen als de volgende drie vragen werden gesteld: ‘Bent u voor meer or minder Europa?’, ‘Bent u voor meer of minder Partij voor de Arbeid?’, ‘Bent u voor meer of minder Marokkanen?’

 

Natuurlijk moet het bij de heer Wilders bekend zijn geweest dat deze vragen gesteld moesten worden en wat het effect van de vragen en de antwoorden zouden zijn.

  

Volgens de verdediging zijn door de heer Wilders gedane uitlatingen wel bedoeld voor Marokkanen, maar niet voor alle Marokkanen, maar alleen bedoeld voor criminele Marokkanen. De verdediging heeft aangegeven dat de heer Wilders dit ook heeft uitgelegd middels een interview dat daarna gehouden is, maar heeft dit niet op het podium gemeld.

 

Staand beleid

Volgens mij heeft dus het publiek wat aanwezig was in het café in Den Haag, niets kunnen horen van dit interview op het moment of vooraf aan de drie vragen die gesteld werden en zeker niet toen het hele verhaal werden ingestudeerd. Mijns inziens kan dit punt dus niet gebruikt worden als verdediging voor de heer Wilders. De verdediging is van mening dat de heer Wilders vijf interviews heeft gehouden voor de uitspraken in het café in Den Haag, waardoor - nogmaals volgens de verdediging - iedereen kon weten hoe de uitspraken van de heer Wilders tot stand zijn gekomen. Mijns inziens gaar het hier niet om; in het café is duidelijk een grens overschreden en heeft het alle schijn van ophitsen gehad, zeker als van te voren alles ingestudeerd is.  

 

Tevens heeft de verdediging regelmatig genoemd dat de uitlatingen van de heer Wilders hoorde tot het staande beleid van de PVV. Nu is het zo dat de PVV al vanaf het begin een partij is waarvan maar een persoon lid is en dat is de heer Wilders alleen. In feite wordt het beleid van de politieke partij ook door dat ene lid uitgedacht en beschreven. Dat de heer Wilders hiervoor andere mensen nodig heeft, doet niets ter zake.

  

De verdediging geeft tevens aan dat de standpunten van de heer Wilders reeds jaren vaststaan en dat iedereen bekend kan zijn met deze standpunten. Volgens mij heeft dit ook niets te maken met wat er in het cafe is gebeurd.

 

Ik heb in mijn boek ‘Allahu Akbar’ erop gewezen dat de heer Wilders en de PVV de aanval op Marokkanen had ingezet. Ik heb in een column in 2014 aangegeven dat we niet mogen spreken over haatzaaien door de heer Wilders - het zou eens strafbaar kunnen zijn -, maar dat het heel dichtbij haatzaaien ligt, wat hij deed in het café in Den Haag.

 

Opruiing en ophitsen

Dit is ook wat het Openbaar Ministerie heeft aangedragen in haar pleidooi, aanzetten tot haat en discriminatie, naast groepsbelediging van Marokkanen. Wat mij opvalt, is dat het OM heeft gekozen voor deze items in de strafzaak, zijnde artikel 137 Wetboek van Strafrecht. Naar mijn mening zou het ook mogelijk zijn om ook artikel 131 toe te voegen aan de strafzaak; dit artikel gaat over opruiing.

 

Volgens Diederik Samsom (zie RTLNieuws van 20 maart 2014) heeft de heer Wilders zich schuldig gemaakt aan ‘ophitsen’ en ‘haatzaaien’. In hetzelfde interview geeft de heer Samson dat hij geen aangifte gaat doen, daar hij van mening is dat de uitlatingen van de heer Wilders politiek bestreden moeten worden. Volgens de heer Samsom hoort dat dus in de Tweede Kamer te gebeuren.  

 

Het Openbaar Ministerie heeft de punten ‘ophitsen’ en ‘opruiing’ niet gebruikt, maar is verder gegaan met artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht.

 

Vrijheid van Meningsuiting

De verdediging heeft vanaf het begin van het proces al aangegeven dat het compleet fout is dat de heer Wilders in de rechtbank moest verschijnen. Het is namelijk ten ene male fout dat een politicus voor zijn uitspraken in een strafzaak moet verschijnen, daar de uitspraken horen tot de politiek en dat in de politieke arena de uitspraken van de heer Wilders weerlegd zouden moeten worden, aldus de verdediging. Zie hierbij de woorden van Diederik Samsom.

 

Is dat nu wel zo? Is het zo dat een politicus zogenaamd boven de wet staat en dat een politicus alles mag zeggen wat hij wil? Want daar lijkt het op. Als dat zo zou zijn, zou ik meer mensen willen adviseren om politicus te worden, zodat men meer kan zeggen dan ‘Jan met de Pet’ op straat.

 

Heeft alleen een politicus de vrijheid van meningsuiting of hebben u en ik dat ook?  Mijns inziens hebben we allemaal de vrijheid van meningsuiting, maar dat wil niet zeggen dat we met deze vrijheid andere groepen in de maatschappij moeten beledigen. Ik heb wel eens aangegeven dat de vrijheid van meningsuiting van de een stopt waar de orden en waarden van de maatschappij beginnen, waar de bescherming en veiligheid van de ander begint. Je hoeft door middel van de vrijheid van meningsuiting geen mensen te beledigen, geen groepen mensen binnen onze maatschappij aan te vallen.

 

Terug naar het punt van de politicus, die meer zou mogen zeggen dan u en ik. Is dit nu correct binnen onze maatschappij? Mijns inziens zou een politicus meer mogen zeggen, maar dan wel in de politieke arena, waar hij dan tegenspraak kan krijgen. Dat er in de Tweede Kamer nauwelijks tegengeluiden komen, ligt aan het feit of dat men niet durft of kan tegenspreken, of dat men in de Tweede Kamer het eens is met de heer Wilders. Als dit laatste van toepassing is, dan houd ik mijn hart vast, want dan wordt de afstand tussen de straat en het blauwe pluche alsmaar groter.

 

Daarnaast ben ik van mening dat een politicus die buiten de politieke arena toespraken doet als de heer Wilders, hij zich moet realiseren dat hij een grote verantwoording heeft en zich moet realiseren wat zijn woorden tot gevolg kunnen hebben. Ik kan me niet van de indruk onttrekken dat zijn woorden de mogelijkheid met zich meebrengen dat de maatschappij gewelddadig wordt en dat groepen mensen tegen elkaar komen te staan.

Trefwoorden:
Rechtspraak

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer