Geschiedenis
3 januari 2017 | door: Benjamin Benevento, jurist en docent rechten

Onze bestemming: Europa

Over de Europese toekomst tekent zich een scherpe tegenstelling en strijd af. Anders dan door een crisis lijken de noodzakelijke federalisering en aansluitende Europese natievorming onbereikbare doelstellingen geworden.

"Het is bijna hopen op een stevige crisis die noopt tot handelen, om een negatiever toekomstbeeld te voorkomen."

Burgers die ‘klaar zijn met Europa’ roepen in verschillende landen om exit referenda. Over de politieke toekomst van het continent wordt sterk wisselend gedacht. In 2017 zijn er verkiezingen in belangrijke lidstaten als Duitsland en Frankrijk, waar nationaal georiënteerde Euro-sceptische kandidaten naar verwachting zullen groeien.

 

Ook de uitkomst in Nederland is belangrijk en kan verdere Europese tegenwind losmaken. Het hoogst haalbare voor voorstanders van Europa in 2017 lijkt stilstand te zijn.

 

Tegenover de verlaters staat een groep die in het uittreden van Groot-Brittannië, als lidstaat altijd tegen politieke eenwording geweest, een kans wil zien om Europa eindelijk verder te brengen richting federalisering. Beide groepen hebben een vertrekpunt gemeen bij hun keuze over de Europese toekomst. Ze kunnen het met elkaar eens zijn dat het huidige Europa niet goed functioneert omdat het niet goed in elkaar zit.

 

Europa is nu een door de lidstaten gevormde organisatie die wel een aantal trekken van staatsvorming vertoont, als een Europees burgerschap of een trias politica-stelsel, maar die een aantal wezenlijke trekken ontbeert om zelf staat te kunnen zijn, zoals de bevoegdheid om belasting te heffen bij zijn burgers, een open wetgevingsbevoegdheid en een leger. En daarmee te zeer afhankelijk blijft van de inzet van zijn lidstaten.

 

De unie moet intussen wel functioneren in de wereld van de eenentwintigste eeuw die bepaald wordt door een als gevolg van aanhoudende technologische vooruitgang voortgaand proces van globalisering. Tijd en ruimte zijn grootheden die in korte tijd spectaculair veranderd en veranderend zijn. Interactie op velerlei gebied tussen burgers onderling en tussen burgers en overheden is een tastbare werkelijkheid geworden op nooit eerder bestaande wijzen. Door een proces van interactie concentratie is in Europa een roep om bestuurlijke schaalvergroting ontstaan die uiteindelijk overgaat in overgang van soevereiniteit.

 

Ook op mondiale schaal zijn de verhoudingen wezenlijk veranderd, is het speelveld definitief mondiaal geworden en moet Europa als eenheid effectief kunnen handelen tegenover andere politieke en economische wereldspelers, staten en ondernemingen. Daarnaast moet Europa meerdere bedreigingen het hoofd kunnen bieden, acuut zijn de klimaatcrisis, de vluchtelingencrisis en het islamitisch terrorisme.

 

Terugverlangen naar de nationale staten is als terugverlangen naar de negentiende-eeuwse verhoudingen, toen met de bestaande stand der technologie economieën op nationale schaal geïndustrialiseerd zijn. Leerzaam is met name de ontwikkeling van Italië en Duitsland die in de tweede helft van de negentiende eeuw als staat werden gevormd uit kleinere delen. Beide landen waren aan het begin van die eeuw binnengevallen door Napoleon en aan de Duitse eenwording is vanaf de jaren dertig van die eeuw een handelsverdrag voorafgegaan, een Zollverein. De overeenkomsten met het huidige Europa zijn sprekend. Waar het internationale speelveld toen Europa was en de economie hoofdzakelijk nationaal bleef, is in de eenentwintigste eeuw het internationale speelveld mondiaal en het economische minimaal Europees maar zeker ook mondiaal.

 

Het inzicht dat schaalvergroting van soevereiniteit noodzakelijk is, stuit bij velen, en dat lijken trekken van tragiek te zijn, vooralsnog op weerstand. De weerstand komt voort uit een ongeloof in de mogelijkheid van een Europese natie, die een levenskrachtige democratie mogelijk kan maken. Gewezen wordt vooral op culturele verschillen tussen de landen, waarbij de grens tussen het katholieke zuiden en het protestante noorden opdoemt.

 

De weerstand is zeker in Nederland bijzonder, een land dat zelf in de zestiende eeuw onder de dreiging van een externe mogendheid ontstaan is als bond van aangrenzende, economisch ontwikkelende, de facto zelfstandige staten met ieder verschillende culturen waarbij dwars door het latere Nederland ook de genoemde religieuze grens loopt. De religieuze wortels bepalen nog altijd in sterke mate de nationale cultuur binnen een staat en voor de Nederlandse natievorming geldt dat de Hollandse protestante dominantie daarin bepalend is geweest.

 

Voor de Europese natievorming kan in het tegenwoordige Europa op vergelijkbare wijze tussen de noordelijke protestante en de zuidelijke katholieke staten een rol toekomen aan de Duitse protestante dominantie. Cultuur en natievorming blijken geen immobiele concepten, zeker wanneer de protestante religie wordt opgevat als samengaand met een moderniseringsetappe.

 

De religieuze grens is de vroegere grens van het vroegere Romeinse rijk die met uitzondering van Polen en Ierland langs de Rijn en Donau door heel Europa loopt. Door uit het bonte geheel aan culturen gelegen aan het afstroomgebied van de Rijn een statenbond te vormen die later een gedecentraliseerde eenheidsstaat werd, is de huidige Nederlandse natie ontstaan. De Nederlandse natie is een staatsnatie en geen natiestaat, die een levensvatbare democratie mogelijk heeft gemaakt.

 

De gelijkenissen met het Europa aan het begin van de eenentwintigste eeuw springen in het oog, alleen moet nu anders dan toen een electoraat worden overtuigd om over de gevestigde natie en gevormde identiteit heen te stappen. Een stap die naar valt te vrezen voorbij het voorstellingsvermogen van velen ligt en die nog eens bemoeilijkt wordt in het post ideologische, culturele tijdperk waarin wij leven, waarin eerder uitstervend gewaande demonen als de natie (in Europa) en religie (als de islam) zo sterk herleefd zijn. Het gaat om een essentiële vraag van grote reikwijdte, die als het niet is door een aankomende crisis in ieder geval vraagt om doortastend en overtuigend leiderschap.

 

De blikken en verwachtingen zijn bovenal gericht op Duitsland dat ook in het aspect van leiding nemen over zijn schaduw heen zal moeten springen. Een van de aansprekende voordelen van het ontstaan van een Europese natie en identiteitsbesef is dat daarin veel beter niet-Europese migranten in zullen kunnen integreren dan in de huidige variëteit aan lidstaat culturen.

 

Europa moet een staat worden om de grondrechten van zijn burgers te kunnen beschermen en om trouw aan zijn eigen Christelijke en humanistische wortels, zich in te zetten voor de rechten van andere mensen.

 

Europa moet over voldoende kritische massa beschikken om de huidige uitdagingen en bedreigingen effectief tegemoet te treden, zonder te willen vertrouwen op een onzeker Amerikaans militair valscherm.

 

De kans bestaat dat het Europese project dat begonnen is bij de economie als programma van elkaar oproepende stapjes van verdere eenwording en nu de vorm heeft van een onvolkomen organisatie met wel trekken van staatsvorming maar zonder voldoende soevereine macht, niet alleen stilvalt maar ook uit elkaar valt.

 

Niet iedereen lijkt te willen of kunnen zien dat meer, nee, veel meer Europa niet als probleem moet worden gezien maar als urgent noodzakelijke oplossing van een veelheid aan vraagstukken en problemen. Het is bijna hopen op een stevige crisis die noopt tot handelen, om een negatiever toekomstbeeld te voorkomen. Waarmee Europa trouw zou blijven aan haar Griekse oorsprong, die van de tragedie.

 

Trefwoorden:
EuropaGeschiedenis

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Benjamin Benevento, jurist en docent rechten
Onze bestemming: Europa - 3 januari 2017



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer