Media
31 januari 2017 | door: Jannet Vaessen, directeur WOMEN Inc.

Trump heeft een punt: de media zijn niet neutraal 

Het wordt tijd dat mediamakers het controleren op onbewuste vooroordelen tot een cruciaal onderdeel van de journalistieke gereedschapskist maken. Het wordt tijd voor een ‘bias-check’.

"Pas als je je bewust bent van je eigen vooroordelen, kun je ze bijsturen. "

Je kan veel over Donald Trump zeggen. Heel veel. Dat zijn onlangs afgekondigde reisverbod pure discriminatie is. Dat het stopzetten van het fonds voor familieplanning en veilige abortus wereldwijd enorme gevolgen heeft voor vrouwen en meisjes. En dat hij absurde uitspraken over vrouwen heeft gedaan. Maar soms heeft zelfs Trump een punt. Bijvoorbeeld als hij media verwijt niet neutraal te zijn in hun verslaggeving.

 

Was de National Mall nou halfvol of half leeg bij de inauguratie van 45ste president van de Verenigde Staten? Gekissebis over ‘alternatieve feiten’ ten spijt, is het vooral een journalistieke keuze waar je bij actualiteiten als deze de nadruk op wil leggen. Mediamakers kiezen beelden, koppen en woorden bij het verhaal dat ze willen vertellen, in lijn met de kleur van het medium waarvoor ze werken.

 

We weten hierbij allemaal dat de Telegraaf doorgaans andere koppen maakt dan de Volkskrant, NRC of Trouw. Woord- en beeldkeuze zijn doorslaggevend voor de kleur van een verhaal en hoe het daarmee overkomt op lezers of kijkers. Maar wat weinig mediamakers openlijk erkennen is dat elke journalist – al dan niet bewust – een beperkt beeld van de werkelijkheid heeft en geeft. Dat is niet zo gek: wij mensen hebben allemaal een beperkt zicht en zijn slechts in staat om een klein stukje van de werkelijkheid te zien. Zo werken onze hersenen nu eenmaal. En al worden journalisten beroepsmatig getraind om zichzelf zo onafhankelijk en neutraal mogelijk op te stellen, het is een utopie om te denken dat dit altijd lukt. 

 

In de academische wereld ligt doorgaans een grote nadruk op het omgaan met bias, met onbewuste vooroordelen. Hiertoe zijn wetenschappelijke onderzoeken van heldere kaders voorzien en worden controlemechanismen opgetuigd. Ook in de journalistiek zijn mechanismen ingebouwd om tot een kwalitatief, betrouwbaar en stevig onderbouwd verhaal te kunnen komen. Denk aan het toepassen van hoor- en wederhoor en het grondig controleren van feiten. Vooral rond dat laatste is sinds de Amerikaanse verkiezingen en de aandacht voor het fenomeen ‘nepnieuws’ veel gesproken. Feiten zijn belangrijker dan meningen, klinkt het dan. Maar ook feiten zijn niet neutraal. Alleen gedegen duiding maakt feiten interessant en relevant voor een verhaal. Duiding door mensen die, met al hun onbewuste vooroordelen, juist allesbehalve neutraal zijn. 

 

Terug naar de inauguratie van Trump. Is het nou écht het meest interessant om de focus zo te leggen op de aantallen bezoekers op het plein? Misschien waren er wel voor het eerst heel veel laagopgeleide bezoekers die hiervoor nooit eerder kwamen? En bleven de mensen eigenlijk langer of korter dan vier jaar geleden? Hadden ze meer of minder contact met de andere bezoekers? Media buitelen de afgelopen dagen over elkaar heen met feiten en berekeningen over volkstellingen en metroverkeer om zo hun eigen betrouwbaarheid en neutraliteit te tonen. Maar over het waarom achter de keuze om de bezoekersaantallen zo uit te lichten, gaat het maar weinig.

 

Het is tijd dat verantwoordelijke mediaprofessionals openlijk erkennen dat ze niet neutraal zijn. Dat ze, net als wij allemaal, onbewuste vooroordelen hebben en dat het belangrijk is dat ze zich bewust zijn van hun eigen profiel en het beeld dat ze op basis daarvan scheppen. Want pas als je je bewust bent van je eigen vooroordelen, kan je ze bijsturen. Daar zijn op de werkvloer al heel veel slimme maatregelen voor bedacht: van een meer divers personeelsbeleid tot het dubbelchecken van verhalen bij collega's die een ander profiel hebben.

 

Toch is dat niet genoeg. Het wordt tijd dat mediamakers naast hoor- en wederhoor en het checken op feiten ook het controleren op onbewuste vooroordelen – noem het een ‘bias-check’ – tot een cruciaal onderdeel van de journalistieke gereedschapskist maken. Daar zal ook een mentaliteitsverandering in de beroepsgroep voor nodig zijn. Wie nu de code van hoofdredacteuren op internet opzoekt, ziet vooral benadrukt dat deze code op geen enkele manier bindend is. Elke journalist is – voor alles – immers onafhankelijk en objectief. Yeah, right. Bias check first.

 

Jannet Vaessen is directeur van WOMEN Inc. en auteur van het boek IEDEREEN Inc. Deze week (26 januari) is de publicatie ‘Beperkt zicht. De rol van mediamakers in beeldvorming’ gelanceerd.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Jannet Vaessen, directeur WOMEN Inc.
Trump heeft een punt: de media zijn niet neutraal  - 31 januari 2017



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer