Ontwikkelings-samenwerking
1 februari 2017 | door: Jade Boersma

Wij mogen ons idealisme niet uit het oog verliezen

Met zijn boek: Heineken in Afrika, heeft Olivier van Beemen voor flink wat opschudding gezorgd. Op basis van zijn bevindingen pleit hij voor het stoppen van Maatschappelijk Verantwoord Ondernmen (MVO). Daar ben ik het niet mee eens. 

"Omdat Heineken veel verdient in Afrika, heeft het de plicht om die invloed op een positieve manier te gebruiken"

Afgelopen zomer publiceerde De Correspondent een artikel over Heineken in Afrika. In dit stuk beschreef Olivier van Beemen: ‘Hoe Heineken een dictatuur in stand houdt in het een na armste land ter wereld’. Van Beemen heeft twee jaar lang onderzoek gedaan naar de werkwijze en invloed van Heineken in Afrika.

 

Vervolgens verscheen er een interview met Van Beemen, waarin hij beargumenteert dat verantwoord ondernemerschap zich zou moeten beperken tot bedrijfsvoering. Behandel je personeel goed, betaal netjes belasting, vervuil de omgeving niet, probeer regelgeving in zwakke staten niet in je voordeel te veranderen en hou je vooral bij je rol als bedrijf.

 

Dus: maak gewoon winst, zonder alle idealistische kletspraat – Tevens de titel van het interview. Van Beemen heeft een punt als hij Heinekens activiteiten in Afrika bekritiseert. Als je zijn boek (Heineken in Afrika) leest begrijp je waarom hij cynisch is over de framing van die activiteiten in termen van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Maar de conclusie die hij daaruit trekt – beperk MVO tot goede bedrijfsvoering -, deel ik niet. Een commercieel bedrijf heeft wel degelijk een verantwoordelijkheid naar de samenleving toe.

 

Gekocht idealisme

De tijd waarin bedrijven onbegrensd winst kunnen maximaliseren, zonder enkel oog voor de maatschappij, lijkt voorbij. Heineken is hierbij geen uitzondering – Mark Rutte noemt Heineken zelfs ‘een voorbeeld van hoe het bedrijfslevens de VN kan helpen om de milleniumdoelen te behalen’.

 

Als je Heineken googelt en kijkt naar de projecten die zij onderneemt in Afrika, geeft dat de consument een warm gevoel. Heineken maakt namelijk strategisch gebruik van maatschappelijk verantwoorde projecten. Deze projecten doen wat goeds, maar ze versterken vooral Heinekens positie op de markt. Je zou kunnen zeggen dat hier niets mis mee is – Zonder die projecten zou Afrika slechter af zijn. Maar dat is volgens Van Beemen een te makkelijke uitweg.

 

Veel van de liefdadigheid die Heineken uitvoert, zet niet echt zoden aan de dijk. Een van de projecten die zij hebben is het bouwen van scholen in kleine Afrikaanse dorpjes. In zijn boek geeft Van Beemen aan dat deze scholen een beetje halfbakken worden neergezet. Vaak werkt de elektriciteit niet of is er sprake van lekkages. Bovendien wordt er vaak een groot logo van brouwerijen op de school gezet, terwijl deze scholen voor jonge kinderen zijn bedoeld. Ondanks de twijfelachtige efficiëntie van dit soort projecten heeft Heineken er ontzettend veel baat bij.

 

Naast het feit dat de consument een goed gevoel krijgt over het imago van Heineken, haalt het bedrijf er ook fiscaal voordeel uit. Door de ‘goede projecten’ kan Heineken vaak om belastingvoordeel vragen – wat weer nadelig is voor de burgers van het gastland.

 

Met haar vele projecten in Afrika zorgt Heineken dat de situatie in Afrika iets is verbeterd. Meer mensen hebben een baan of worden op andere manieren ondersteund dan wanneer Heineken deze projecten niet zou uitvoeren. Dit is een karige oplossing wat wel spectaculair gemarket wordt. Heineken heeft maatschappelijk verantwoorde projecten, maar deze komen voort uit eigen belang en bereiken daardoor slechts een fractie van hun potentie.

 

Dit leidt tot problemen omdat zaken nooit echt worden aangepakt. Neem het voorbeeld van het schooltje. De prioriteit van Heineken ligt niet bij zorgen voor goed onderwijs in heel Afrika. Ze bouwen een school, zetten dit op de site, ontvangen subsidie of belasting voordeel en kijken (vaak) niet meer om naar onderhoud voor de school. Van Beemen geeft de realiteit hard weer, hij pleit ervoor dat bedrijven geen publieke taken meer op zich nemen.

 

Goed imago

In het interview zegt hij: ‘Bij Heineken lopen veel individuen rond die oprecht geloven in een betere wereld en daar moeite voor willen doen. Maar een bedrijf is iets anders dan de optelsom van werknemers. Uiteindelijk heeft de aandeelhouder bij Heineken het laatste woord, het gaat om de winst. Mens en planeet komen op het tweede plan.’

 

Vervolgens geeft hij aan dat verantwoord ondernemerschap zich zou moeten beperken tot bedrijfsvoering: behandel je personeel goed, betaal netjes belasting, vervuil de omgeving niet, probeer regelgeving in zwakke staten niet in je voordeel te veranderen en hou je vooral bij je rol als bedrijf.

 

Milton Friedman. Velen kennen hem als de man van ‘shareholder primacy’. Hij vond dat de enige sociale plicht van bedrijven is om winst te maken voor de aandeelhouders. Zolang bedrijven zich houden aan de wet en netjes belasting betalen, hebben zij geen enkele verantwoordelijkheid naar de maatschappij toe. Van Beemen argumenteert dat dit precies is wat Heineken zou moeten doen. Momenteel komt winst maken op de eerste plek, maar profileren zij zichzelf als een instelling dat veel ‘teruggeeft aan de gemeenschap’. Hier loopt van Beemen –terecht- tegenaan. Hij is dus van mening dat een bedrijf zich zou moeten gedragen als voorgeschreven door Friedman.

 

Ik ben echter van mening dat je wel kunt beargumenteren dat een bedrijf verantwoordelijkheden heeft die verder strekken dan slechts goede bedrijfsvoering.

 

Het feit dat er misbruik wordt gemaakt van het label ‘maatschappelijk verantwoord’ hoeft geen reden te zijn om te stellen dat bedrijven die verantwoordelijkheid niet hebben.

 

Kant over Heineken

Er zijn gegronde ethische redenen voor de stelling dat bedrijven een plicht hebben naar de maatschappij. Immanuel Kant heeft met zijn plichtethiek een tegengif voor waar van Beemen zich aan stoort. Kant heeft een ingewikkelde en veeleisende ethiek ontwikkeld welke goed kan worden gebruikt om Van Beemens ergernis uit te leggen.

 

Kants ethiek staat volledig haaks op het idee dat het vergroten van welzijn of geluk het belangrijkste is. Hij gelooft daarentegen dat moraliteit zich vooral moet bezighouden met rechtvaardigheid. Datgene wat rechtvaardig is, is niet altijd wat het meeste geluk brengt. Een belangrijk onderdeel van de ethiek van Kant is deze stelling:

 

Omdat mensen een vrije wil hebben en rationeel zijn, moeten ze altijd als doel op zich worden behandeld, nooit slechts als middel.

 

Als wij dit principe toepassen op een bedrijf en haar relaties tot alle belanghebbenden (personeel, consument, leverancier etc.), dan zou dit nogal wat gevolgen hebben. Bijvoorbeeld dat mensen in een zakelijke relatie niet misleid mogen worden. Of, ander voorbeeld, een bedrijf zou zo moeten worden ingericht dat het bijdraagt aan de ontwikkeling van de mens en haar morele capaciteiten – in plaats van die in de weg te zitten.

 

Kant raakt hiermee hetzelfde punt waar Van Beemen moeite mee heeft. Met de ‘strategisch’ maatschappelijk verantwoorde projecten van Heineken worden de mensen die hulp ontvangen van Heineken als middel gebruikt. Degenen aan het ontvangende eind van de projecten worden gebruikt als marketingmechanisme, of om belastingvoordeel mee te halen. De intrinsieke motivatie om hun leven te beteren is er niet. Als het er bij kan en niet teveel tijd of moeite kost wordt het even tussen gedaan. Maar de mens wordt niet als doel op zich gezien.

 

De huidige MVO-projecten van Heineken vallen dus moeilijk te verdedigen vanuit een Kantiaans perspectief. Heineken is in de eerste plaats een commercieel bedrijf dat winst wil maken. Dit heeft de eerste prioriteit en is hun goed recht. Volgens Van Beemen zou Heineken zich hierbij moeten houden, zolang ze dit op ethische wijze doen.

 

Het kan toch

Er zijn echter genoeg redenen dat Heineken wel een plicht heeft om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Heineken werkt namelijk in veel Afrikaanse landen waar talloze problemen zijn. Het bedrijf maakt gebruik van de grond voor brouwerijen, de infrastructuur en is verstrengeld in verschillende politieke relaties. De brouwerij maakt ontzettend veel winst over de ruggen van Afrikanen, door in te spelen op een grote vraag naar alcohol.

 

Ik ben het dus met Van Beemen oneens. Heineken zou zich wel bezig moeten houden met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Heineken heeft veel invloed op de politiek en economie in veel Afrikaanse landen. Omdat Heineken veel verdient in de Afrikaanse landen, heeft zij de plicht om die invloed op een positieve manier te gebruiken. Als wij als mens – en dit gaat ook op voor bedrijven – iemand zien lijden, en wij dit lijden kunnen opheffen, zonder iets van vergelijkbare morele waarde in te moeten leveren, zijn wij ethisch verplicht om dit te doen.

 

Daarnaast maakt Heineken gebruik van de grondstoffen en ruimte van de gastlanden. De overheid ontvangt hier belasting voor, maar de bewoners van het land zien hier niks van terug. Deze bewoners moeten gecompenseerd worden voor het gebruik van hun grondstoffen en ruimte – en dit moet door Heineken worden gedaan.

 

Afsluitend, ben ik het eens met Van Beemens ergernis naar de hypocrisie van Heineken en haar MVO-projecten. Toch deel ik zijn conclusie - dat bedrijven zich moeten beperken tot goede interne bedrijfsvoering – niet. Bedrijven hebben wel een plicht naar de maatschappij toe, laat pessimisme of hypocrisie niet het einde betekenen.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Jade Boersma
Wij mogen ons idealisme niet uit het oog verliezen - 1 februari 2017



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer