Debat
10 februari 2017 | door: Dave Boots, Lamaverzorger en hobby-schrijver

Wie serieus wil debatteren, wordt al snel geblockt

Er wordt gezegd dat er te veel louter wordt geschreeuwd, te veel "toon" is, maar wie dat probeert te overstijgen, die komt van een koude kermis thuis. Ook bij hooggeschoolde GroenLinksers.

"Op debat met het iets andersdenkende klootjesvolk zit men diep van binnen helemaal niet te wachten"

Er is vaak alleen nog maar toon en eigenlijk helemaal geen debat meer”, aldus schrijver en essayist Bas Heijne onlangs bij De Wereld Draait Door. Een punt dat hij eind december vorig jaar ook al maakte in het NRC-Handelsblad en dat zonder meer hout snijdt. De wereld is beter af met pennen dan met zwaarden en zeker in deze tijd van kloven en polarisatie is het van belang om in gesprek te gaan én te blijven.
 
Een goed gesprek echter, een goed debat, is geen eenrichtingsverkeer. Het is niet alleen maar zenden, met doppen in de oren het eigen gelijk er hardop uittetteren, maar ook ontvangen. Een debat, om met Van Dale te spreken, is een gedachtewisseling, en niet louter een gedachtezending. Alleen toon maakt nog geen debat, maar hoe terecht dat statement van dhr. Heijne enerzijds ook is, er hangt anderzijds een beetje een ondertoon aan vast als zou het vooral bedoeld zijn voor boze witte mannen, tokkies, Trump-stemmers, rechtsen en GeenStijlers.
 
Met iemand die tegen “de islam” ageert en niets van de EU moet hebben, zo wil het cliché immers, is discussie op z'n minst heel moeilijk en misschien zelfs wel gewoon onmogelijk. Het andere uiterste daarentegen, zoals bijvoorbeeld een wethouder of Kamerlid van GroenLinks, is progressief, hoogopgeleid en daarmee wél in voor debat, zo is menigeen snel geneigd te denken, maar het zal je verbazen (of niet): niets is minder waar.
 
De gemeente Hoorn, in Noord-Holland, heeft een wethouder van GroenLinks, die stomtoevallig ook kandidaat-Kamerlid is, en deze Samir Bashara vindt Wilders' weigering afstand te nemen van gewelddadig protest tegen asielzoekersopvang, zo twitterde die, “walgelijk”. Ik vroeg hem daarop vervolgens of “GroenLinks, PvdA, D66, de Publieke Omroep, de kranten, etcetera eigenlijk ooit afstand [hebben] genomen van de moord op Fortuyn” (dit gezien al het grove verbale geschut, van onder andere GroenLinkser Rosenmöller, dat aan de moord voorafging) en die vraag van mij had Bashara op verschillende manieren kunnen beantwoorden.
 
Hij had 'm, optie één, kunnen negeren. Of, optie twee, kunnen vragen waarom ik vroeg wat ik vroeg. Hij had aan kunnen geven de vraag irrelevant te vinden, hij had kunnen stellen dat die afstand al of niet was genomen (en dat al dan niet kunnen onderbouwen met een bron), hij had kunnen zeggen het niet nodig te vinden of hij had om het even welk andere antwoord kunnen geven. De GroenLinkse wethouder echter, volgens de partij “een man die graag bruggen wil slaan” en volgens zichzelf iemand die staat voor een democratie “waarin elke stem gehoord wordt”, besloot anders en ging ertoe over, zonder verder één woord te wisselen, mij onverbiddelijk te blokkeren.
 
Toch jammer. Besluit je je heil eens niet te zoeken in boosheid, niet in gescheld, geen dreigementen, geen “landverrader!” of “gutmensch!”, maar in een zonder verdere schuttingtaal geformuleerde vraag, word je geblokkeerd. Een kinderachtig stukje dedain en een wethouder onwaardig, wat mij betreft. Men is gefixeerd op de splinters in boze volkse ogen, maar blind voor de balk in het eigen zogenaamd zo gedistingeerde aangezicht. Er is, zeker nu het campagnetijd is, een hoop verheven, verschillige en progressieve toon, vaak van mensen die juist het goede voorbeeld zouden moeten geven, maar op debat met het iets andersdenkende klootjesvolk zit men diep van binnen eigenlijk helemaal niet te wachten.

Trefwoorden:
Debat

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 46
Een zuiver debat bestaat niet
> Meer