Geschiedenis
27 februari 2017 | door: Benjamin Rocco Benevento, jurist en docent

Geloof in een Europese natiestaat

De noodzakelijke ontwikkeling van een Europese federale staat zal de vorming van een Europese natie als waarborg voor een Europese democratie tot gevolg hebben.

"Europa staat zoals ooit Nederland voor bedreigingen en de technologie dwingt tot schaalvergroting."

Bij de verschillende nationale verkiezingen die dit jaar in Europa zullen worden gehouden, te beginnen in Nederland, zal de toekomst van Europa een zwaarwegend thema zijn. Terwijl in de omstandigheden van de eenentwintigste eeuw alleen verdergaande Europese eenwording uitmondend in federalisering een noodzakelijk en levensvatbaar toekomstbeeld oplevert, is onder grote delen van Europese bevolkingen en onder bepaalde spraakmakende politici sprake van een terugverlangen naar de vertrouwde natiestaat.

 

De omstandigheden aan het begin van de eenentwintigste eeuw worden in sterke mate bepaald door de laatste fase van globalisering die de wereld doormaakt, in hoofdzaak veroorzaakt door de digitalisering van het leven, waardoor de wereld verder verkleind is en de tijd verder versneld is. Voortgaande Europese eenwording vormt een daarmee in de pas lopend vergroting van bestuursmacht ofwel van soevereiniteit, zowel intern binnen Europa als extern tegenover de rest van de wereld.
 
De weerstand tegenover de schaalvergroting van soevereiniteit tot Europese proporties is veelal terug te voeren op ongeloof in de mogelijkheid van het bestaan van een natie op Europese schaal. Zonder natie als door de burgers als deelgenoten daarvan ervaren gemeenschap en praktijk van lotsverbondenheid is geen democratisch politiek systeem mogelijk, zo luidt de redenering.

 

Omdat een natie voor de natiegenoten behalve dat daarbinnen een band van vertrouwen, lotsverbondenheid en solidariteit ontstaat ook nog eens sterk identiteitsvormend werkt, is de weerstand tegen een natie shift begrijpelijk. Toch is het bestaan van de weerstand binnen een land als Nederland ook opmerkelijk te noemen, omdat de situatie van de Nederlandse natie vanaf zijn ontstaan de nodige overeenkomsten vertoont met de huidige situatie waarin Europa verkeert.

 

De Nederlandse natiestaat is ontstaan doordat aan elkaar grenzende daarvoor soevereine staten in de zestiende eeuw een unie hebben gevormd om daarmee een blok te vormen tegenover de Spaanse overheerser en om daarnaast het economisch leven gegeven de toen bestaande stand der technologie te beschermen en te reguleren. De statenbond is aan het begin van de negentiende eeuw doorontwikkeld tot de nog altijd bestaande gecentraliseerde eenheidsstaat.

 

Binnen de gevormde staat is de Nederlandse natie ontstaan, die een levensvatbare democratie heeft mogelijk gemaakt. Nederland is daarom eerder een staatsnatie te noemen dan een klassieke natiestaat. Een vergelijkbaar traject kan in de eenentwintigste eeuw leiden tot de vorming van een Europese natie. Europa wordt zoals Nederland ruim 400 jaar geleden omringd door bedreigingen en de stand der technologie dwingt tot schaalvergroting, politiek en economisch.


De grote Europese natiestaten hebben hun huidige rechtsstatelijke vorm gekregen in de negentiende eeuw. Bepalend voor de ontwikkeling van de Duitse federale staat in de tweede helft van de negentiende eeuw is in aan de ene kant de stand der technologie uit die tijd (spoor en industrialisering), die een economie en een economisch stelsel op nationale schaal mogelijk maakte en waaraan vooraf was gegaan de Duitse Zollverein, een handelsverdrag tussen latere Duitse deelstaten.

 

Aan de andere kant speelden externe bedreigingen hun rol, zoals de Franse agressie onder Napoleon aan het begin van de negentiende eeuw. Een vergelijkbaar verhaal van opschaling van soevereiniteit valt te vertellen over de Italiaanse staat die ook in de tweede helft van de negentiende eeuw gesticht werd. In beide grote Europese landen ontstond binnen enkele tientallen jaren een al te virulente natie die heeft geleid tot de al te bekende betreurenswaardige gevolgen.

 
De huidige Europese Unie aan het begin van de eenentwintigste eeuw vertoont overeenkomsten met de Europese natiestaten gevormd (Duitsland en Italie) en doorontwikkeld (Nederland) in de negentiende eeuw. Opnieuw is er de behoefte aan opschaling van soevereiniteit, voortkomend uit de stand der technologie en uit de aanwezigheid van externe bedreigingen. Externe bedreigingen voor Europa zijn er deze eeuw in de vorm van de overige mondiale grootmachten maar ook in de vorm van de opwarming van de aarde.

 

Gesteld kan worden dat waar in de negentiende eeuw het economische leven in hoofdzaak nationaal bleef en het politieke leven Europees, in de eenentwintigste eeuw het economische leven in hoofdzaak Europees is geworden en het politieke leven mondiaal.

 

Alleen een politieke eenheid van voldoende massa kan in staat worden geacht om de door de huidige Europese natiestaten gedeelde bedreigingen adequaat te beantwoorden. Voor Europa geldt dat, zoals uit de geschiedenis geleerd kan worden, volgend op de stichting van een Europese federale staat een Europese natie zal ontstaan als waarborg voor een levendige Europese democratie.

Trefwoorden:
EuropaGeschiedenis

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Benjamin Rocco Benevento, jurist en docent
Geloof in een Europese natiestaat - 27 februari 2017



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Nu 50% korting: 9,95 euro incl bezorging!