Veiligheid
8 maart 2017 | door: Gaia Willemars, student filosofie

We moeten meer praten over 'onze mannen' die onze vrouwen verkrachten

We denken, praten en schrijven op een verkeerde manier over verkrachting. Dit kan en moet anders.

"Zit er toch hier en daar toch een wolf tussen onze rammetjes?"

Eind januari 2017 werd er een live video op Facebook gezet waarin een vrouw urenlang verkracht werd. De media vragen zich af hoever de verantwoordelijkheid van Facebook gaat ten opzichte van dit soort filmpjes.

 

Ondertussen worden er talloze artikelen geschreven over moord en verkrachting in andere landen. Zo worden er vrouwen verkracht in Myanmar en Syrië door ‘monsters’ en ‘gekken’. Op Oudjaarsavond 2015 in Keulen werd er meteen door de media en zelfs de politiek besloten dat het wel vluchtelingen moesten zijn geweest. We willen niet bij ons kruis gegrepen worden, we willen niet aangeraakt of aangerand worden, niet fysiek en niet verbaal. Zeker niet ‘onze vrouwen’, gelukkig nooit door ‘onze’ mannen. Ik vraag mij af: zijn we wel kritisch genoeg tegen onszelf rondom dit onderwerp? Hoe staat het met ‘onze mannen’?

 

Zij doen dat dus, in vreemde landen, vrouwen verkrachten. Wij daarentegen weten wel beter. Onze mannen leren van jongs af aan een vrouw te respecteren en niet door te drammen als ze nee horen. Want onze mannen eten toch kaas en vrijen met hun boerinnetjes of studeren hard en maken boekjes over hoe mooi en gewillig de vrouwen in het corps zijn. Onze mannen weten dat je voor twintig minuten toch al snel vijftig euro kwijt bent. Maar, zouden onze mensen stiekem niet een beetje hetzelfde zijn als die van hen?

 

Dus hoe is het met onze mannen gesteld? Is er überhaupt wel sprake van verkrachting in Europa? Deze vraag lijkt simpel, maar als je opzoekt hoeveel vrouwen er verkracht worden in Europa, variëren de antwoorden tussen een op de vijf en een op de twintig. In 2014 heeft de EU Fundamental Rights Agency een 'survey on violence against women'-onderzoek gedaan. Daaruit bleek dat een op de twintig vrouwen vanaf 15-jarige leeftijd verkracht is. Dan laten we meisjes onder de 15 nog even achterwege. Ik probeer discussies rondom percentages te voorkomen, omdat het er op lijkt dat de meeste gesprekken over verkrachting daar al stranden. Ik hoop dat een op de twintig voor verkrachtingssceptici aannemelijk is.

 

Wordt er dan een op de twintig vrouwen verkracht op een zonvakantie in Syrië? Of zit er toch hier en daar een wolf tussen onze rammetjes? Uit de Eurobarometer uit 2016 komt de confronterende uitkomst dat meer dan een op de vier ondervraagden vindt dat seks zonder toestemming in sommige gevallen wel te rechtvaardigen is. Wanneer een vrouw alleen over straat loopt, dronken is, sexy kleding draagt, niet duidelijk genoeg ‘nee’ heeft gezegd of niet hard genoeg gevochten heeft dan is het wel te verdedigen. Dit zijn dan wij, de Europeanen.

 

We hebben het er wel eens over, iedereen ‘kent wel iemand die-’ of ‘heeft zelf wel eens maar minder erg-’. Iedereen weet dat het dichtbij is. We weten dat het echt is, dat onze vrouwen door onze mannen verkracht worden. Wat me stoort is dat er geen culturele zelfreflectie op volgt. Mij stoort dat de retoriek waarmee we over verkrachting praten steeds een afstandelijke analytische buiging maakt, of een individualistische racistische wending als het even kan.

 

De vraag of iemand wel eens verkracht is komt niet over onze lippen, dat is te heftig, te groot. Zelf durf ik het ook niet langer dan de vijf minuten dat we naar een slide in een powerpoint kijken te bespreken. Want dat is hoe lang we op de universiteit over verkrachting praten, vijf minuten tijdens een keuzevak over feminisme wat door maar liefst vijftien meisjes en twee jongens werd gevolgd. Op Cambridge en Oxford en veel meer universiteiten buiten Nederland zijn ‘sexual consent’-vakken verplicht of behoren ze tot de introductietijd van een student. Nederland loopt hierin gênant ver achter.

 

Maar feit is dat onze mannen onze vrouwen verkrachten. Het steeds maar over een wij en een zij hebben vind ik belachelijk maar zelfs binnen die gedachtegang is het wij net zo kwaad als het zij. Het maakt mij eerlijk gezegd niets uit wat voor kleur of ouders of sekse een verkrachter heeft, het maakt mij niet uit hoe dronken, sexy of alleen het slachtoffer was. Ik wil alleen dat we verantwoordelijkheid nemen, dat we beginnen met jongeren in Nederland voor te lichten. We moeten op middelbare scholen, hogescholen en universiteiten uit gaan leggen dat seks zonder toestemming of zelfs met expliciete afwijzing nooit goed is. Kinderen ‘nee’ leren zeggen en ‘nee’ leren horen. We moeten verantwoordelijkheid gaan nemen voor wat onze samenleving produceert.

 

Ik ben een witte Nederlandse student, ik ben op 15-jarige leeftijd verkracht door een witte Nederlandse jongen en zelfs ik kan me nog schuldig voelen. Schuldig voor de maatschappij die hem creëerde en mij beschadigde. Zelfs ik voel me nog verantwoordelijk voor de daden van mijn verkrachter. Niet omdat ik dronken was of sexy of niet hard genoeg geschreeuwd heb maar omdat ik deel uitmaak van een samenleving, van een fictief wij dat hem heeft gemaakt. Ik hoop dat, door me uit te spreken, door het taboe te negeren, door me niet te schamen voor wat mij is overkomen, mensen zullen volgen en we zo daadwerkelijk iets kunnen gaan veranderen.

 

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Gaia Willemars, student filosofie
We moeten meer praten over 'onze mannen' die onze vrouwen verkrachten - 8 maart 2017



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer