Onderwijs
7 april 2017 | door: Katinka Reuling

Zet sociale vaardigheden centraal in kinderopvangbeleid

Kinderopvang wordt nog te vaak gezien als arbeidsmarktinstrument en eerste voorbereiding op het basisonderwijs. Dat is achterhaald en moet veranderen, zo stelt Katinka Reuling.

"Opvang die voor iedereen toegankelijk is, vormt een belangrijke aanvulling op de opvoeding thuis."

Natuurlijk is het een goede zaak dat gedegen kinderopvangbeleid de arbeidsparticipatie van vrouwen of de cognitieve competentie van de allerjongsten bevordert. Maar vooral bij het aanleren van de steeds belangrijker wordende sociale vaardigheden speelt kinderopvang een cruciale rol. Het is dan ook van groot belang dat kinderopvang voor alle kinderen toegankelijk is. En dat alle ouders, of ze nu werken of niet, vrij zijn om te kiezen welke voorschoolse voorziening zij het beste achten voor de ontwikkeling van hun kind.

 

Het is wellicht een cliché, maar met het voorbereiden van kinderen op een volwaardige deelname aan de maatschappij kan je niet vroeg genoeg beginnen. We leven in een snel veranderende samenleving waar ‘21ste-eeuwse’ vaardigheden als samenwerken, creativiteit, communiceren en probleemoplossend en kritisch denken steeds belangrijker worden. Het fundament voor deze competenties wordt al in de eerste vier levensjaren gelegd. Bijvoorbeeld in de kinderopvang en op peuterspeelzalen: plekken waar veel kinderen hun eerste sociale levenslessen meekrijgen en prille vriendschappen worden gesmeed.

 

Notie van bestaansrecht

Hoe pril ook, het belang van zaken als vriendschap is evident. Het geeft je zelfvertrouwen en een notie van bestaansrecht wanneer je weet dat iemand je belangrijk vindt. Zo’n proces voltrekt zich bij jonge kinderen veelal onbewust, maar ook voor hen is het essentieel om dit al op vroege leeftijd te ervaren. Over dergelijke effecten van kinderopvang op de ontwikkeling van de allerjongsten is al veel bekend. En met name op het gebied van sociale vaardigheden blijken kinderen in grote mate van voorschoolse voorzieningen te profiteren.

 

Dit merken we ook in de praktijk. Kinderen die naar de kinderopvang gaan, zijn veelal zelfstandiger en in grotere mate sociaal attent. Bijvoorbeeld omdat ze al vroeg leren om te delen, zich in een groep te bewegen en hun grenzen ten opzichte van anderen aan te geven. Voor veel kinderen van nul tot vier jaar is het lastig om deze vaardigheden buiten de kinderopvang op te doen. Ze komen simpelweg minder in aanraking met andere kinderen, waardoor ze ook minder kunnen oefenen met het aanscherpen van hun sociale vaardigheden.

 

Mini-maatschappij

Een kinderopvang die voor iedereen toegankelijk is, kan daarom een belangrijke aanvulling bieden op de opvoeding die kinderen thuis meekrijgen. Bijvoorbeeld op het gebied van inclusie en diversiteit: de opvang is in het ideale geval een soort mini-maatschappij en daardoor in staat om kinderen hele andere ervaringen en uitdagingen te bieden dan thuis het geval is. Elk kind zou dan ook recht moeten hebben op kwalitatief goede kinderopvang, ongeacht de thuissituatie.

 

De afgelopen jaren is het niet eenvoudig geweest om dit wensbeeld te bereiken: de sector heeft een onstuimige tijd achter de rug. Als gevolg van de economische crisis, maar ook door sterk wisselend overheidsbeleid. “Er moet een einde komen aan het jojobeleid dat door de jaren heen in de kinderopvang gevoerd is”, zo maande de Sociaal Economische Raad vorig jaar niet voor niets tijdens de presentatie van hun adviesrapport over de toekomst van de sector. 

 

Verkiezingsprogramma's

Een terechte waarschuwing, maar om de opvang te realiseren die onze kinderen verdienen is meer nodig dan de continuïteit van beleid en investeringen. Een blik op de verkiezingsprogramma’s leert dat het gros van de politieke partijen kinderopvang met name ziet als manier om kinderen vanaf hun tweede levensjaar de cognitieve competenties bij te brengen die de overgang naar het basisonderwijs eenvoudiger zal maken.

 

Het is te hopen dat de uiteindelijke regeringspartijen tot het inzicht komen dat niet cognitieve, maar juist sociale vaardigheden belangrijker zijn dan ooit. Dat voorschoolse voorzieningen als de kinderopvang bij uitstek de plekken zijn waar kinderen deze vaardigheden opdoen. En dat alle kinderen daar recht op hebben.

 

Katinka Reuling is vicevoorzitter van de brancheorganisatie kinderopvang en bestuursvoorzitter van Partou, met 300 vestigingen de grootste kinderopvangorganisatie van Nederland. Om het belang van vriendschap te onderschrijven organiseren zij van deze week (3 t/m 7 april) de Nationale Vriendjesweek.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Katinka Reuling
Zet sociale vaardigheden centraal in kinderopvangbeleid - 7 april 2017



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Nu 50% korting: 9,95 euro incl bezorging!