Rechtspraak
28 april 2017 | door: Judith Houben, rechercheur

Verjaring moord onmenselijk

Sinds 2006 kunnen moorden in Nederland niet meer verjaren. Maar dat geldt niet voor moorden die vóór 1988 zijn gepleegd. Nabestaanden vinden dit onbegrijpelijk en terecht, dit kan niet.

"Wat weegt zwaarder: het rechtvaardigheidsgevoel van een verdachte of dat van nabestaanden?"

Moord kan in Nederland niet meer verjaren. Dat betekent dat een verdachte na bijvoorbeeld vijftig of zelfs zeventig jaar nog opgepakt kan worden. Waarom? Omdat het om een levensdelict gaat. De Eerste en Tweede Kamer vinden dit zo ernstig dat ze ruim tien jaar geleden hebben besloten dat een verdachte niet meer na achttien jaar een onbezorgd leven kan gaan leiden terwijl de slachtoffers en nabestaanden levenslang hebben.

 

Deze wetswijziging in 2006 geldt echter niet voor alle moorden. Zaken die op dat moment al verjaard waren, zijn en blijven nog steeds verjaard. Over deze moorden gaat dit artikel. Tijdens een onderzoek naar de vermissing van de Astense vrienden Hans Martens en Piet Hölskens werd me duidelijk hoe frustrerend het is dat oudere moordzaken verjaard zijn.

 

Rechtszekerheid

Dat oude zaken verjaard zijn, heeft alles te maken met het de rechtszekerheid van de verdachte, het zogeheten ‘legaliteitsbeginsel’. Dit komt er kortgezegd op neer dat een verdachte niet geschaad mag worden in zijn vertrouwen in de rechtsstaat. Met andere woorden: als je er eenmaal vanuit mag gaan dat je niet meer opgepakt kunt worden, dan mag je niet jaren later opeens in het holst van de nacht alsnog van je bed worden gelicht. Dat zou niet eerlijk zijn. Het zou het leven van jou als verdachte, en dat van jouw familie te zeer overhoop halen en jullie vertrouwen in de rechtsstaat beschadigen.

 

Dat brengt ons meteen bij de kernvraag: wat weegt zwaarder, het belang van de verdachte of dat van diens slachtoffers en de nabestaanden?

 

Dat lichtere misdrijven kunnen verjaren, is logisch. Iemand die als achttienjarige een pakje kauwgum heeft gestolen, ga je niet op zijn tachtigste nog met loeiende sirenes in het verzorgingshuis arresteren. Dan is de verhouding tussen de daad en de verstreken tijd zoek. Maar bij het zwaarst mogelijke delict, iemand beroven van het leven, ligt dat natuurlijk anders. Vandaar ook die wetswijziging in 2006.

 

Argumenten tegen verjaring

De zeven argumenten die destijds voor het parlement golden om verjaring te schrappen bij recente moorden, gelden onverminderd ook voor oudere moordzaken:

 

1. Het verdriet voor de nabestaanden is onbeschrijflijk groot en zal de wond nooit helemaal helen.

 

2. Moord heeft een enorme impact op de samenleving ook die blijft zelfs na tientallen jaren merkbaar. Dat blijkt ook uit de grote steun voor onze petitie tegen verjaring van moord (moordmagnietverjaren.petities.nl .

 

3. Ook na een langere periode dan achttien jaar is het mogelijk gebleken om moorden op te lossen.

 

4. Nauw hiermee verbonden is punt vier: de moderne techniek. DNA-onderzoek kan ook na zestig of zeventig jaar nog helderheid verschaffen.

 

5. Een van de basisprincipes van het strafrecht is de waarheidsvinding en dat streven verjaart natuurlijk nooit. Sterker nog verjaring en waarheidsvinding staan haaks op elkaar. En net als het legaliteitsbeginsel voor verdachten is het principe van waarheidsvinding voor de slachtoffers, nabestaanden en de samenleving leidend in het strafrecht.

 

6. Er moet meer aandacht in het strafrecht zijn voor het leed dat slachtoffers en nabestaanden is aangedaan. Tweede Kamerlid Gidi Markuszower (PVV) vindt het net als wij hoog tijd dat slachtoffers en nabestaanden de aandacht krijgen die ze verdienen in het strafrecht en daar past verjaring van oude moordzaken absoluut niet bij. Hij ontvangt daarom op 9 mei nabestaanden om met hen van gedachten te wisselen over de mogelijkheden om verjaring van oude moordzaken alsnog uit de wet te schrappen.

 

7. Pragmatische redenen (bijvoorbeeld voldoende mankracht of tijd bij de politie, maar ook geld en andere prioriteiten) mgen nooit doorslaggevend zijn in zaken waarbij iemand van het leven is beroofd.

 

8. In veel andere, ons omringende landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Oostenrijk en Denemarken kan moord nooit verjaren. En in eigen land kunnen oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid niet verjaren. Zodoende blijft er slechts één groep levensdelicten ongestraft: moordzaken die in 2006 al verjaard waren en geen oorlogsmisdaad of een misdrijf tegen de menselijkheid zijn. Een van die zaken is dus de eerder genoemde dubbele moord op de Astense vrienden Hans Martens en Piet Hölskens in 1974. Tijdens ons onderzoek kwam naar voren dat het hierbij zelfs mogelijk om een drievoudige moord gaat omdat de verdachte in de zaak van Martens en Hölskens ook genoemd wordt in een Limburgse zaak uit 1975.

 

9. In deze drie zaken kunnen politie en justitie niet tot ververvolging over gaan. Dat is niet alleen onbegrijpelijk voor de nabestaanden, het kan ook gevolgen voor de samenleving hebben. Zo blijkt eveneens in de zaak van Hölskens en Martens. De twee zijn in de nacht van 16 op 17 maart 1974 spoorloos verdwenen. Vermoord, volgens een getuige die in 2012 naar de Criminele Inlichtingen Eenheid van de Eindhovense politie is gestapt. Volgens aanvullende informatie heeft de verdachte een jaar later de hand gehad in een andere verdwijning. Ook blijkt dat diezelfde verdachte weer jaren later, in 2005, is veroordeeld door de rechtbank in Den Bosch wegens ontucht met zijn minderjarige kleindochter. De kans op recidive is dan ook het negende argument dat dit praktijkvoorbeeld toevoegt aan de discussie.

 

Strafrechtadvocaat Sébas Diekstra, gespecialiseerd in Cold Case zaken, is ook van mening dat oudere moordzaken niet zouden mogen verjaren. ,,Als een dergelijk ingrijpend levensdelict wordt gepleegd, dan is het aan onze samenleving niet uit te leggen dat de dader daar op enig moment niet meer voor te vervolgen is. Dat zulke feiten niet zouden moeten kunnen verjaren valt onder het algemene beginsel van rechtvaardigheid.’’

 

Grondwet

Prof. Dr. Marc Groenhuijsen van Tilburg University is daarentegen geen voorstander van het schrappen van verjaring bij oudere moordzaken vanwege het eerder genoemde legaliteitsbeginsel. Dit is verankerd in het wetboek van Strafrecht en in de Grondwet en daarom mag het parlement er volgens hem niet aan morrelen.

 

Maar strikt genomen mag het parlement natuurlijk wel een Grondwetswijzing doorvoeren. Wel gelden hier strengere regels voor dan bij een ‘gewone’ wetswijziging omdat het de Grondwet betreft. Maar met nog tientallen onopgeloste moorden en vermissingszaken waarvan eventuele daders nog in leven kunnen zijn, is het zeer zeker de moeite waard om deze taaie wetswijziging door te voeren. Het niet doen, zou feitelijk ook als misdrijf tegen de menselijkheid gezien kunnen worden. Daders die eerder zijn weggekomen met moord, kunnen immers - afhankelijk van hun persoonlijkheid - roekelozer worden en nog meer slachtoffers maken juist doordat ze het gevoel hebben onaantastbaar te zijn. 

 

In overleg met de families Martens en Hölskens is Recherchebureau Centaur de petitie begonnen. Verder gaan we op 9 mei in gesprek met PVV-Kamerlid Gidi Markuszower en wellicht met nog meer Kamerleden.

 

Meer info op: www.centaurrecherche.nl.

 

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Judith Houben, rechercheur
Verjaring moord onmenselijk - 28 april 2017



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist: doelgroepgericht en met gevoel voor ‘seks en sensatie’.