Verkeer
2 juni 2017 | door: Peter Schouten

De politiek moet groeiende ruimtelijke ongelijkheid in Nederland bestrijden

De woningmarkt in de grote steden is oververhit, terwijl mensen buiten de Randstad zich achtergesteld voelen. De politiek kan beide problemen bestrijden met een aantrekkelijkere provincie.

"Actief spreidingsbeleid kan grote steden ontlasten en de leefbaarheid buiten de Randstad verbeteren."

Al sinds de negentiende eeuw gaan steeds meer mensen in steden wonen. In 1800 woonde slechts 3 procent van de wereldbevolking in een stad, maar sinds 2008 bestaat de meerderheid van de mensheid uit stadsbewoners. Het is de verwachting dat dit aantal in de komende jaren alleen nog maar zal toenemen. Ook de Nederlandse grote steden en met name de Randstad zijn hier geen uitzondering op.

 

De grote aantrekkingskracht van de steden leidt echter tot problemen. In de binnenstad van Amsterdam worden huizen verkocht tegen woekerprijzen en er is steeds minder plek meer voor de middenklasse. Tegelijkertijd lijkt de aandacht van de politiek zich voornamelijk te concentreren op de steden in de Randstad. Juist als er een meer actief beleid gevoerd wordt om het leven in de provincie aantrekkelijker te maken, kan het de grote steden ontlasten en de leefbaarheid buiten de Randstad verbeteren.

 

Het wordt niet alleen drukker in de Randstad door de toestroom van nieuwe bewoners, ook het toerisme viert hoogtij. Behalve drukte op straat veroorzaakt het ook een wildgroei van hotels, die ten koste gaat van woningen en andere voorzieningen. Het is logisch dat het niet aan de hotels en toeristen is om deze problemen op te lossen, het is aan de politiek om dit goed te reguleren.

 

Daarom wordt er met het huidige toerismebeleid steeds meer ingezet op het aantrekkelijker maken van toeristische attracties buiten de grote steden. Dit moet tot een betere spreiding leiden van de tientallen miljoenen toeristen die ieder jaar ons land aandoen. Op een dergelijk spreidingsbeleid zou ook meer moeten worden ingezet als het gaat om wonen en werken.

 

Aandacht politiek gaat vooral uit naar grote steden

De aantrekkingskracht van de steden in de negentiende eeuw laat zich verklaren door de industriële revolutie en de grote vraag naar geconcentreerde arbeidskrachten voor in de fabrieken. Deze industrie bevindt zich tegenwoordig echter vooral in andere delen van de wereld. In Nederland werkt men, zoals in de meeste moderne economieën, nu vooral in de dienstensector. In combinatie met alle moderne communicatiemiddelen zou men nu toch minder aan plaats gebonden moeten zijn? Toch lijkt men ook nu nog vooral de voorkeur te geven aan het wonen en werken te midden van vele anderen, om zo optimaal te kunnen netwerken. De moderne dienstenbedrijven vestigen zich daarom nog steeds graag in grote steden.

 

Omdat dit veel geld oplevert gaan gemeenten met elkaar de strijd aan door middel van bijvoorbeeld city marketing, om zo aantrekkelijk mogelijk te zijn voor bedrijven om zich te vestigen. De landelijke politiek gaat hierin mee, omdat de welvaart van de Randstad vervolgens vanzelf wel door zal stromen naar de periferie. Dit is tot nu toe echter nooit aangetoond.

 

Dat gebieden buiten de Randstad op het tweede plan staan blijkt bijvoorbeeld uit het beleid van de NS. De afgelopen jaren werden de treinverbindingen in de provincie steeds verder teruggebracht. Vanaf 2015 rijden er in het weekend na 01:00 uur geen nachttreinen meer naar Noord-Brabant en sinds dit jaar rijden er buiten de spits geen stoptreinen meer tussen Almelo en Enschede.

 

Dergelijke achterstellingen zorgen voor een dalende leefbaarheid van gebieden buiten de grote steden en kan ook ongelijkheid in ontwikkelingsmogelijkheden tussen stads- en provinciebewoners creëren. Sommige experts wijzen erop dat de onvrede van ‘plattelandsbewoners’ hierover aan de basis staat van het succes van politici als Trump of de Brexit-beweging, die de meerderheid van hun stemmen verkrijgen uit buitenstedelijke gebieden.

 

Meer spreiding is ook voordelig voor stadsbewoners

De huidige stand van de woningmarkt in de grote steden zou een sein moeten zijn dat het ook voor bewoners uit de Randstad voordelig is als het voor meer mensen aantrekkelijk is om zich elders te vestigen. Op dit moment zijn door de hoge vraag maandelijkse huurprijzen van 1500 euro per maand voor 40 m² geen uitzondering in Amsterdam.

 

De politiek onderneemt maar mondjesmaat actie. Ironisch is dat het pand in Amsterdam waarin de PvdA, strijdend tegen ongelijkheid, werd opgericht, werd verkocht aan vastgoedondernemer Klaas Hummel, die er in lijn met de huidige markt luxeappartementen in vestigde.

 

Pas als er door de politiek meer wordt ingezet op het tegengaan van de groeiende ruimtelijke ongelijkheid in Nederland zal de vraag naar woningen in de grote steden afnemen en zal de onvrede onder de 10 miljoen Nederlanders buiten de Randstad afnemen.

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer