Onderwijs
22 maart 2012 | door: Lisette Willekes

Van Bijsterveldt creëert een onwerkbare situatie

Het aantal leerlingen met een zorgindicatie is de afgelopen jaren flink gestegen. Toch wil de minister van Onderwijs 300 miljoen gaan bezuinigen op het speciaal onderwijs. Ten onrechte.

"We kunnen de ambities om de leerprestaties te verbeteren wel vergeten."

Volgens de Algemene Onderwijsbond (AOb) zijn deze bezuinigingen overbodig.

De overheid moet niet bezuinigen in het onderwijs, de leerlingen worden hier de dupe van. Wanneer er meer leerlingen met een diagnose binnen het reguliere onderwijs blijven zal dit grote gevolgen hebben voor zowel de ‘normale’ kinderen als voor leerlingen met gedrags-, leer- en/of omgangsproblematiek. Bovendien zullen de bezuinigen ook voor de leraren veel gevolgen hebben.

 

Minister Van Bijsterveld stelt dat het reguliere onderwijs ontzien wordt bij de bezuinigingen. In tegenstelling tot haar bewering zullen de leraren en leerlingen binnen het reguliere onderwijs echter wel degelijk de gevolgen van de bezuinigingen merken. Dit wordt ook erkend door de Algemene Onderwijsbond.

 

Volgens J. Dijkstra, redacteur van Veluweland, zullen door de bezuinigingen van de minister van Onderwijs meer leerlingen met een diagnose binnen het reguliere onderwijs blijven. Er ontstaat een plafond in de bekostiging van het speciaal onderwijs. Als het geld op is, zit de school vol. Er kunnen geen leerlingen meer geplaatst worden. De scholen krijgen geen extra geld voor meer leraren, waardoor er geen kinderen bij kunnen als de klassen vol zijn.

 

Zorgplicht

De schoolbesturen hebben een zorgplicht welke inhoudt dat alle leerlingen in Nederland op een school ingeschreven moeten staan. Wanneer een kind beter tot zijn recht komt op het speciaal onderwijs, maar het budget is er niet voor, zal het binnen het reguliere onderwijs zijn loopbaan moeten vervolgen. Om deze leerlingen met specifieke onderwijs- en zorgbehoeften op een reguliere school goed te laten functioneren, is budget nodig voor extra begeleiding en ondersteuning.

 

Uit onderzoek van de Besturenraad blijkt dat 93% van de scholen volgend jaar genoodzaakt zal zijn de klassen te vergroten. Klassen zullen soms groter worden dan 30 leerlingen.D oordat er meer tafels en stoelen in het lokaal moeten staan zal de ruimte minder worden. Verder zal er meer lesmateriaal nodig zijn dat extra ruimte in beslag neemt. Tevens brengt het aanschaffen van extra materiaal een kostenpost met zich mee.

 

Leerlingen met gedrags-, leer- en/of omgangsproblematiek vragen meer aandacht van de leerkracht door hun specifieke onderwijs- en/of leerbehoeften. Hierdoor zullen andere leerlingen in de klas minder effectieve onderwijstijd krijgen. De leerkracht zal er alles aan doen om deze leerlingen met gedrags-, leer- en/of omgangsproblematiek goed te begeleiden, wat meer tijd en energie kost, omdat er aanpassingen moeten plaatsvinden. De leerkracht moet zijn aandacht explicieter verdelen, waardoor de hoeveelheid aandacht per kind zal afnemen. Tevens zal het onrustiger in de klassen worden, omdat er zich meer leerlingen in het klaslokaal bevinden. Het is mogelijk dat leerlingen zich hierdoor moeilijker zullen kunnen concentreren en hun prestaties minder worden. Uit onderzoek van de besturenraad blijkt het volgende: hoe groter de omvang van de groep, hoe minder tijd en ruimte om extra aandacht te geven aan zowel de sterke als zwakkere leerlingen, wat als  resultaat lagere prestaties in zijn geheel heeft!

 

Ambities

De meeste leerlingen zullen zonder al te veel bijsturen de stof consumeren, maar we kunnen de ambities om de leerprestaties te verbeteren wel vergeten. Prestaties van de scholieren bloeien bij intensieve begeleiding van de leraar, maar minder begeleiding betekent afnemende prestaties. Dit kan als gevolg hebben dat de CITO-scores lager worden en de leerlingen niet op de goede plek in het voortgezet onderwijs terecht komen.

 

De door de minister van OC&W bekend gemaakte bezuinigingen binnen het speciaal onderwijs zijn alle perken te buiten. Leerlingen die door een lichamelijke handicap extra kwetsbaar zijn, zoals dove, blinden, ernstig slechthorende leerlingen, mindervalide leerlingen of leerlingen met een ernstige taalspraakstoornis worden hierdoor benadeeld.

 
Naar L. De Jong kunnen leerlingen die beter af zijn op het speciaal onderwijs minder goed mee komen in de klas binnen het reguliere onderwijs. Deze kunnen beter functioneren in kleine klassen van ongeveer 10 tot 15 leerlingen. Nu er door de bezuinigingen niet langer een passend budget voor hen is om naar het speciaal onderwijs te gaan komen ze in klassen zitten die minimaal twee keer zo groot zijn. Ook leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum kunnen grote groepen niet aan, ze worden sneller en meer gefrustreerd, waardoor ze storend en agressief gedrag kunnen gaan vertonen. Hierdoor wordt de gehele klas onrustig  en afgeleid en een groot deel van de  leerlingen zal zich niet meer kunnen concentreren.

 

Communicatie

Zorgleerlingen met een auditieve of communicatieve beperking zijn, om zich te kunnen ontwikkelen,  gebonden aan specifieke ondersteuning in hun communicatie. Deze communicatie eist didactisch handelen en specifieke ondersteuning, welke vaak niet in voldoende mate aanwezig is op het reguliere onderwijs.

 

Leerlingen met bijvoorbeeld gedrags-, leer- en/of omgangsproblematiek zijn gebaat bij een pedagogisch klimaat dat veiligheid biedt. Een klimaat waarin de leerling veel succeservaring opdoet door directe en positieve feedback van de leerkracht. Waar ‘normale’ leerlingen specifieke gedrags- en omgangsaspecten leren door vallen en opstaan, vragen deze leerlingen een begeleide situatie, oefening in omgangsvormen en een omgeving waarin fouten gemaakt mogen worden en waar een evenwicht gezocht wordt tussen structuur bieden en ruimte geven. Wij moeten het onderwijs voor deze leerlingen aanpassen, omdat het kind met deze problemen zich niet kan aanpassen aan het reguliere onderwijs.

 

Volgens Delfos kunnen leerlingen met gedrags-, leer- en/of omgangsproblematiek door hun beperking vaak het niveau in de klas niet aan, waardoor ze faalangst kunnen ontwikkelen, weinig zelfvertrouwen opbouwen en een negatief zelfbeeld ontwikkelen. Het lukt hen niet wat andere leerlingen wel lukt, waardoor ze ervaren dat ze het niet kunnen, dom of raar zijn.

 

Werkdruk

Als gevolg van de bezuinigingen wordt de werkdruk van alle leraren hoger. J. Seegers zegt het volgende: “Van Bijsterveld verplicht scholen zorgleerlingen op te nemen, zonder dat ze daar de adequate hulpmiddelen, expertise en begeleiding bij levert”.

 

Volgens de leraren gaat de kwaliteit van het onderwijs drastisch achteruit door de plannen van die minister. De werkdruk van de leraar wordt hoger, omdat zij naast de bestaande werkdruk ook extra zorg en aandacht moeten geven aan de leerlingen met gedrags-, leer- en/of omgangsproblematiek die in het reguliere onderwijs zitten, hetgeen onmogelijk is volgens hun.

 

De leraren hebben hulp van buitenaf nodig om de werkdruk te ondervangen die het passend onderwijs tot gevolg hebben. Geef de leraren meer expertise en handen in de klas door specifieke begeleiders en onderwijsassistenten in te schakelen, anders bezwijken leraren onder de werkdruk die leerlingen met gedrags-, leer- en/of omgangsproblematiek nu eenmaal met zich meebrengt. Grote klassen, samen met een grote zorgdruk, hebben tot gevolg dat de leerlingen niet de aandacht krijgen die ze nodig hebben en leerkrachten afhaken en het ziekteverzuim vergroot.

 

Beloningen

De overheid wil 300 miljoen bezuinigen op het speciaal onderwijs en ondertussen willen ze 250 miljoen uittrekken voor prestatiebeloningen voor leraren. Terwijl in het huidige salarissysteem al extra mogelijkheden zijn om leraren met een bijzondere prestatie extra te belonen. Van Bijsterveld wilt deze leraren nog meer belonen. Het is de vraag hoe de overheid wil bepalen wie de beste prestatie levert. Kijken ze hiervoor naar de leraar met hoogste CITO-scores? Krijgt een leraar van een klas met hoge CITO-scores meer geld? Het resultaat hiervan zal zijn dat leraren niet proberen zijn leerlingen zo veel mogelijk te leren, echter zal de leraar zijn leerlingen trucjes leren om een zo hoog mogelijke score te halen. Daardoor zal de CITO niet meer betrouwbaar zijn.

 

Leraren willen geen prestatiebeloning, ze willen dat het overheidsgeld in de leerling gestopt wordt. Als Van Bijsterveld haar plannen doorzet, creëert ze voor leerkrachten en leerlingen een absoluut onwerkbare situatie. Passend onderwijs is onderwijs dat bij iedere leerling en elke leerkracht past en niet bij de minister van Onderwijs!

Trefwoorden:
Onderwijs

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Lisette Willekes
Van Bijsterveldt creëert een onwerkbare situatie - 22 maart 2012



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer