Emancipatie
1 mei 2012 | door: Quirijn Teunissen, Politicoloog

Geringe bezuinigingen op maatschappelijk middenveld zijn een gemiste kans

Het ‘Wandelgangenakkoord’ bezuinigt te weinig op het maatschappelijk middenveld. Een gemiste kans, dit kan namelijk goed zijn voor het vertrouwen in politiek en overheid.

"Forse subsidiëring heeft de maatschappelijke balans verstoord. Wantrouwen en cynisme zijn het gevolg"

Drie dagen na het sluiten van het ‘Wandelgangenakkoord’ peilde Maurice de Hond dat 51 procent van de Nederlanders meer vertrouwen in de politiek heeft dan de voorgaande week. Evengoed gaf een ruime meerderheid (61 procent) aan het vertrouwen in het huidige systeem kwijt te zijn[1].

 

De oorsprong hiervan ligt in ontzuiling, individualisering en de stijging van overheidssubsidiering van het maatschappelijk middenveld zoals die zich in de voorbije decennia heeft voorgedaan. Door geen subsidie meer toe te kennen aan maatschappelijke organisaties zal het maatschappelijk middenveld weer daadwerkelijk op maatschappelijke betrokkenheid komen te steunen. Hierdoor zullen burgers zich meer betrokken gaan voelen, waardoor uiteindelijk het vertrouwen in ons politieke en publieke systeem toeneemt.

 

Sociaal kapitaal

Bepalend voor vertrouwen in het politieke en publieke systeem is het sociaal kapitaal dat in een maatschappij aanwezig is en de inrichting van netwerken binnen een maatschappij. De politicoloog Robert Putnam maakt in zijn ‘Bowling alone, the revival of American community’ onderscheid tussen twee soorten sociaal kapitaal: ‘verbindend’ en ‘bruggenbouwend’. De
verbindende soort bindt mensen die zich in elkaar herkennen omdat zij bijvoorbeeld een zelfde levensovertuiging aanhangen. De bruggenbouwende soort creëert verbindingen tussen mensen die verschillen qua bijvoorbeeld sekse of leeftijd. Naast elkaar versterken de twee soorten elkaar, wat samenhang en onderling vertrouwen binnen een maatschappij vergroot. Dit straalt af op het vertrouwen in publieke en politieke organen. 

 

Daarnaast herkent Putnam binnen een maatschappij twee soorten inrichting van (sociale) netwerken: verticaal en horizontaal. Verticale netwerken leunen op een zekere mate van hiërarchische afhankelijkheid. Dit gaat vaak ten koste van onderling vertrouwen en samenwerking. Horizontale netwerken leunen hier juist op, waarbij gezamenlijke actie en bereidheid om in het belang van derden te handelen een grote rol spelen. Dankzij wederzijdse bereidheid iets voor een ander te doen ontstaat een sociaal vertrouwen, wat het sociaal kapitaal vergroot.

 

Overheidssubsidiëring

In Nederland is dit sociaal kapitaal en het sociale vertrouwen aangetast. Te forse overheidssubsidiëring van ons maatschappelijk middenveld heeft de balans tussen deze verschillende vormen van sociaal kapitaal in Nederland verstoord. Daardoor is het maatschappelijk middenveld te sterk op verticale netwerken komen te leunen, wat ten koste is gegaan van vertrouwen in het (politieke) systeem.

 

Het Nederlandse maatschappelijke middenveld was tot grofweg de jaren ’50 overzichtelijk en samenhangend. Binnen de verschillende zuilen was het verbindende en het bruggenbouwende sociaal kapitaal voldoende aanwezig. Zoals Dekker e.a. stellen vonden vrijwilligerswerk en burgerinitiatieven vooral onder de ‘paraplu van verzuiling plaats’[2], waarbij grootschalige ledenorganisaties een breed scala aan (maatschappelijke) onderwerpen op haar agenda hadden staan. Gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw verloren deze organisaties (mede door ontzuiling) aan omvang.

 

Tegelijkertijd kwamen kleinschalige initiatieven en zogenaamde ‘advocacy associations’ op grote schaal op. Voor de laatste categorie organisaties geldt dat zij leunen op een smalle maatschappelijke basis, zich richten op een beperkt aantal belangen en onderwerpen, geleid worden door professionals, en zich laten kenmerken door anonieme vormen van betrokkenheid[3]. Je zou kunnen zeggen dat deze organisaties wel 'verbindend' sociaal kapitaal kennen, maar slechts zeer beperkt 'bruggenbouwend' sociaal kapitaal.

 

Moderne verzorgingsstaat

Parallel aan deze ontwikkeling ontwikkelt zich de moderne verzorgingsstaat. De Hart
stelt dat dit proces zich “aanvankelijk voltrok via een forse toename van de overheidssubsidiëring van de door particuliere organisaties beheerde voorzieningen, later via de centralisatie van deze en hun veralgemenisering tot collectieve instellingen en regelgeving. De sterke traditie van particulier initiatief, karakteristiek voor onze geschiedenis, is in de moderne maatschappelijke zorg afgelost door overheidsinvloed op een nimmer vertoonde schaal.”[4] 

 

Zo ontstond een groot aantal gesubsidieerde (belangen)verenigingen, al dan niet professioneel geleid. Burgers verloren betrokkenheid bij deze organisaties, ook omdat de overheid een belangrijk deel van de verantwoordelijkheid hiervoor (de financiering) voor haar rekening had genomen. Zo ontstonden verticale netwerken tussen de overheid en organisaties waarbinnen al een beperkte mate van 'bruggenbouwend' sociaal kapitaal aanwezig was. Dit creeërde een verticaal netwerk waarbinnen het maatschappelijk middenveld leunt op de overheid en geringe betrokkenheid van burgers kent in de plaats van een horizontaal georganiseerd maatschappelijk middenveld dat leunde op maatschappelijke betrokkenheid.

 

Protestpartijen

Dit heeft verdergaande individualisering in de hand gewerkt en ruimte gecreëerd voor protestpartijen op de politieke flanken. Zij maakten handig gebruik van de nieuwe situatie door de organisaties waar belastingbetalers zich niet bij betrokken voelen neer te zetten als ‘ linkse / rechtse hobbyclubs die gefinancierd worden met belastinggeld’. Dit voedt maatschappelijk cynisme en wantrouwen.

 

Minstens net zo kwalijk is dat burgers als gevolg van dit alles geen voeling meer hebben met de horizontale maatschappelijke laag waarbinnen zij bewegen. Dit horizontale netwerk is immers door de grote overheidsbemoeienis geminimaliseerd en het bruggenbouwend sociaal kapitaal heeft door deze interventie plaats gemaakt voor verticale, individuele verkokering en wantrouwen.

 

Om maatschappelijk vertrouwen en betrokkenheid te doen terugkeren is het daarom van belang dat het maatschappelijk middenveld weer volledig op eigen benen komt te staan. Zodoende is het essentieel om de subsidiëring hiervan te beëindigen.

[1] De Hond, M (2012) ‘ De week waarin alles anders werd (of niet?)’ op www.peil.nl

[2] Dekker P, De Hart J, Faulk L (2007) ‘Toekomstverkenning vrijwillige inzet in 2015’, Sociaal Cultureel Planbureau op www.scp.nl , p. 67 

[3] Ibid.

[4] De Hart, J. (1999) ‘ Langetermijntrends in lidmaatschappen en vrijwilligerswerk’ in ‘Vrijwilligerswerk vergeleken: Nederland in internationaal en historisch perspectief / red. Paul Dekker. - Den Haag : Sociaal en Cultureel Planbureau’

Trefwoorden:
Emancipatie

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer