Wetenschap
5 mei 2012 | door: Veerle Slegers, Lid van Provinciale Staten van Brabant en adviseur Braziliaanse zaken

Van pseudowetenschappers, de dingen die voorbijgaan

Dan sla je op een ochtend, toevallig die van de vierde mei, de krant open en dan lees je dat de partij waar je al jaren met hart en ziel parlementair voor bent ineens het stempel nazi krijgt.

"Kwaadaardige pseudowetenschappelijke onzin: Daar verdedig je je niet tegen. Die fileer je."

Dat jij, je vrienden en collega’s blijkbaar te boek staan als nazi’s, als aanhangers van een “slecht idee”, als verdedigers van een systeem dat moord en doodslag brengt. Dan is je verslikken in je ontbijt nog het minste wat je doet. Je verbazen en kwaad maken gebeurt ook. En nadenken over hoe je hierop moet reageren. In mijn geval werd het dit blog.

 

Volgens doctor Willem Melching, gepromoveerd historicus van de Universiteit van Amsterdam, mag de SP (en dus ik ook) niet meer oproepen tot ‘verandering van de huidige eigendomsverhoudingen in de economie’ “want dat is al eens geprobeerd, in het Oostblok.” Geen verdere uitleg waarom Melching vindt dat het een slecht idee is om tijdens de ergste internationale sociaaleconomische crisis ooit –veroorzaakt door de rijke, machtige wereldelite alleen om zelf nog rijker en machtiger te worden- te pleiten voor een eerlijkere, socialere, duurzamere verdeling van goederen, grondstoffen, macht en middelen.

 

Halleluja

Nog een stelling van Melching: Het socialisme in de Sovjet-Unie en het Oostblok (alsof dat twee totaal verschillende dingen waren) is ten onder gegaan aan… het socialisme! Niet aan een gebrek aan democratie en door corruptie, zoals de SP stelt. Nee, het socialisme -de idee van een samenleving gebaseerd op gelijkwaardigheid, menselijke waardigheid en solidariteit en dus op eerlijk delen,  ontstaan uit de terechte strijd van arbeiders ten tijde van de Industriële Revolutie tegen hun uitbuiting en onderdrukking- is zo verderfelijk dat het zijn eigen ondergang werd, aldus Melching: “Socialisme was vanaf de eerste dag een slecht idee.” Halleluja voor de vrijheid van meningsuiting. Maar het is wel handig als een mening enige inhoudelijke onderbouwing  heeft, zeker als je die mening in de krant zet (na publicatie op Opiniestukken.com werd het ook gepubliceerd in het Brabants Dagblad, red.) en er een wetenschappelijk tintje aan geeft door te ondertekenen met je academische titel en je universiteit.

 

Historicus Melching verwijt de SP op haar website niet het bestaan van de Goelag of de maoïstische moordpartijen te vermelden. Zou hij het CDA ook verwijten op de partijwebsite wel te schrijven over haar confessionele ideologie maar niets te zeggen over christendemocraat Pinochets concentratiekampen voor politieke gevangenen in Chili in de jaren zeventig? Zou Melching de liberale VVD voor de voeten gooien geen enkele keer te refereren aan de extreme armoede waartoe de neoliberale economische orde honderden miljoenen mensen in landen als de Verenigde Staten of Indonesië toe veroordeelt?  Zou hij het Koninklijk Huis aanspreken op de omissie dat op de Oranjewebsite niks wordt gezegd over de structurele gewelddadigheden door het bewind van de Argentijnse generaal Videla  waarin de schoonvader van onze toekomstige koning minister was? Zou er ook een mailtje vanuit de Universiteit van Amsterdam gaan naar Den Haag om de Amerikaanse ambassadeur er even op te wijzen dat er op zijn website niks staat over Guantánamo Bay of de activiteiten van de CIA in landen als Nicaragua, Pánama, Colombia, om er maar enkele te noemen?

 

Destructieve doctrines

Geen enkele weldenkende SP’er ontkent de hongersnoden, terreur, grootschalige moord en onderdrukking binnen zichzelf socialistisch noemende staatssystemen. Reden waarom de SP al decennia geleden afstand heeft genomen van oude destructieve doctrines als het maoïsme en stalinisme.  Melchings niet beargumenteerde beschuldiging dat de SP het bestaan van de Gulag zou negeren is niet minder stompzinnig of kwaadaardig dan het negeren zelf van het bestaan van de Gulag. Maar de “historicus” gaat nog verder in zijn “analyse”. Emile Roemer zou het Oostblok-socialisme willen terugbrengen en laten ontsporen in moord, doodslag, schaarste en wanbeheer. De SP wordt zelfs vergeleken met de “paranoïde wereld van de gelovigen in het complot van de joodse wereldregering”.

 

Met mij zullen andere SP-leden en –stemmers even naar adem hebben moeten happen bij het lezen van deze ongebreidelde onzin.  In nauwelijks meer dan één ademtocht worden we op de dag van de jaarlijkse herdenking van de doden in de Tweede Wereldoorlog door een gepromoveerde geschiedkundige –geholpen door een bereidwillige redactie van het Brabants Dagblad die op last van noodlijdende eigenaar Wegener bereid is tot veel om een paar extra exemplaren te verkopen- allemaal gebrandmerkt als nazi’s, racisten. Als aanhangers van een destructief en illusoir fundamentalisme met grootschalige moord en doodslag op het  geweten. Ik was niet de enige SP’er die zich in z’n kopje ontbijtthee verslikte.

 

Geen heiligen

SP’ers zijn geen heiligen. De partij kent een fikse partijdiscipline en een gesloten cultuur waarbinnen kritiek not done is, zeker onder de ouwe rotten die het verschil niet kennen tussen mechanische en organische solidariteit. Maar het ideaal van menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit is diepgeworteld en oprecht, bij ons allemaal. Eerlijk delen, opkomen voor hen die niet voor zichzelf kunnen opkomen, werken aan een samenleving met kansen voor iedereen, sociale en duurzame alternatieven bedenken voor het huidige economische systeem dat te veel verliezers kent en te weinig winnaars: Daar staan SP’ers voor en daar doen en laten ze veel voor. En dan niet verschanst achter de Hollandse dijken zoals Melching suggereert maar internationaal. Want socialisten zijn per definitie internationalisten.

 

Ik had ervoor kunnen kiezen om Melchings opiniestuk te laten voor wat het is: een pseudo-wetenschappelijk haatstuk geschreven door een overjarige puber die waarschijnlijk ooit ergens onheus bejegend is door een SP’er of een andere socialist. Of misschien gefnuikt is in een beoogde politieke carrière. Zo min mogelijk aandacht: dat was misschien zelfs beter geweest. Aan de andere kant: De auteur is geen GeenStijl-schreeuwertje maar behoort met zijn in dit stuk geëtaleerde onvermogen tot een wetenschappelijk waterdichte analyse wél tot de intellectuele elite van Nederland, onderwijst onze jongeren over de geschiedenis van de wereld, publiceert in academisch hooggeachte media. Dat is op zijn minst verontrustend.

 

Malicieuze ongevoeligheid

Ik vind het prima als mijn kinderen en die van een ander een kritisch college krijgen over het socialisme van de SP. Maar dan wel graag door iemand die in staat is om een coherente redenering op te zetten, te onderbouwen op grond van autonoom bronnenonderzoek en een kritische blik, en om de redering ook weer af te maken. Als ik in het UvA-bestuur zat, was ik me nu van vertwijfeling op m’n kop aan het krabben. Wegens aanname van incompetent onderwijzend en onderzoekend personeel. Als ik de hoofdredactie van het Brabants Dagblad was, zat ik me nu van spijt voor mijn kop te slaan. Wegens malicieuze ongevoeligheid.

Om die verontrusting uit te spreken, wilde ik toch dit blog schrijven. Daarom, en om te verwoorden hoe het voelt om op de dag waarop heel Nederland terecht stilstaat bij de miljoenen doden die zijn gevallen onder een regime van intolerantie, machtswellust, terreur en onderdrukking samen met al mijn vrienden en collega’s in mijn partij te worden versleten voor representant van juist dit regime.

 

Kamp Vught

Vanmiddag zat ik in Kamp Vught te luisteren naar het verhaal van mevrouw de Koning die als meisje van achttien met haar ouders en jongere zusjes in Kamp Vught terechtkwam omdat haar broer was ondergedoken. Haar broer zat in het verzet en bleef voor altijd vermist. Haar moeder, zusjes en zijzelf werden afschuwelijk vernederd en afgebeuld en moesten toezien hoe de Joodse gevangenen nog erger werden behandeld. Ik luisterde naar het liedje over Ingrid de Vries, het driejarig meisje dat in  Kamp Vught aankwam met niets anders dan een koffertje met een pop, een boekje en wat kleertjes. Het koffertje overleefde het kamp, het peutertje Ingrid niet. Ik hoorde het verhaal van de zeventienjarige jongen in het verzet die op heterdaad werd betrapt en één dan na zijn achttiende verjaardag op de fusilladeplaats op de Vughtse Heide werd doodgeschoten.

 

Ik dacht ook aan mijn grootouders die Joden en Engelse parachutisten verborgen. Aan mijn oma die net niet genoeg Joods was om de Jodenster te moeten dragen (we hebben de ster nog). Aan mijn opa die zich verborg voor de Arbeitseinsatz en aan mijn oma die met haar baby –mijn vader-  op de arm op het luik stond waaronder mijn opa zat en de Duitsers die hem kwamen zoeken weer de deur uit praatte. Ik dacht aan nonkel George, de jongere broer van mijn opa die uit armoede en schaamte omdat hij zijn ouders niet kon helpen naïef dienst nam in het Duitse leger en vermist raakte bij de slag om Stalingrad. Ik dacht aan de overgrootvader van mijn kinderen die stierf in een Jappenkamp aan de ontberingen van het werken aan de Birma-spoorweg. Ik dacht aan de verhalen van angst en honger die mijn schoonmoeder vertelt over haar leven als half-Nederlands Indo-meisje tijdens de Bersiap-tijd in Indonesië. Ik dacht aan het Chileense vluchtelingengezin dat ik per toeval leerde kennen, aan de man die in Pinochets concentratiekampen had gezeten en was gemarteld. Ik dacht ook aan Lotte, de oude vrouw die ik in de jaren tachtig in Den Haag leerde kennen, die Auschwitz had overleefd en die haar huis openzette voor de politieke vluchtelingen uit Chili.

 

Doen wat nodig is

En zoals elk jaar sinds zo ongeveer mijn tiende vroeg ik me weer eens af hoelang ik, met mijn uitgesproken meningen, mijn onbedwingbare natuurlijke verzet tegen onrecht en mijn grote bek, een bewind zou overleven zoals het nationaal-socialisme. Of het maoïsme of Stalinisme of de gewelddadige neoliberale regimes van een Pinochet, een Videla, een Porfírio Díaz (Mexico), een Batista (Cuba), Franco (Spanje) of Lukasjenko (Wit-Rusland). En hoeveel van mijn vrienden het zouden overleven. Het antwoord is zoals altijd duidelijk, confronterend, akelig. Ik kom dan ook altijd aangeslagen en beroerd terug van een oorlogsherdenking. Na een poosje neemt de strijdlust wel weer de overhand. En dan ga je weer doen wat nodig is. Zoals kwaadaardige contraproductievelingen als Willem Melching in hun hemd zetten. Immers:  “Laat je woede hand in hand gaan met het goede dat je doet.” (Karel Glastra van Loon)

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Veerle Slegers, Lid van Provinciale Staten van Brabant en adviseur Braziliaanse zaken
Van pseudowetenschappers, de dingen die voorbijgaan - 5 mei 2012



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer