Politiek
13 juli 2011 | door: Joost Eerdmans, oud-Tweede Kamerlid voor de Lijst Pim Fortuyn´╗┐

Kleiner parlement is goed voor controletaak

Het kabinet wil de Tweede Kamer terugbrengen van 150 naar 100 leden en de Eerste Kamer van 75 naar 50. Critici vrezen ten onrechte dat zo de controlerende macht van het parlement zal afkalven.

"Juist de kleinere en middelgrote fracties oefenen de controlemacht goed uit"

Het kabinet heeft boter bij de vis geleverd: het snijdt niet alleen in andermans vlees (opheffen deelgemeenten, deelraden en vele ambtelijke functies), maar durft ook het mes te zetten in het ‘eigen’ parlement. De Tweede Kamer moet weer terug van 150 naar 100 leden en de Eerste Kamer van 75 naar 50. Oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas en andere critici vrezen dat hiermee de controlerende macht van het parlement zal afkalven. Ik geloof dat niet.

 

Controlemacht werd en wordt in beide Kamers juist uitstekend uitgeoefend door met name de kleinere en middelgrote fracties als Groenlinks, SP, ChristenUnie, D66.  Dat heeft dus weinig te maken met het aantal zetels of specialismen dat een fractie herbergt. Sterker, zelfs een minipartij als de SGP met haar 2 zetels wordt bewierookt en gevreesd door haar gedegen opstelling in de Kamerdebatten.

 

Hobbydieren

Het is ook logisch, in kleinere fracties is weinig ruimte voor ja-knikkers of leden met het enkele woordvoerderschap “hobbydieren”. Neem dan de grote fracties. Daar is het niet ongebruikelijk dat een afgevaardigde een jaar na installatie nog steeds op zijn maiden speech wacht. Deze coach potatoes zijn vaak op de kandidatenlijst gekomen omdat ze voor de partijleiding weinig risico’s opleveren. Maar zijn dat de scherpe controleurs die we nodig hebben?

 

Bovendien zijn er in fracties met meer dan 40 leden, zoals kortgeleden nog heel gebruikelijk bij CDA en PvdA, gewoonweg niet genoeg serieuze portefeuilles te verdelen. Dat hieraan een einde komt door inkrimping van het parlement, komt de controlemacht alleen maar ten goede.

 

Niet specialisten, maar generalisten heeft het parlement nodig, gerecruteerd op basis van  analytisch vermogen, spreekvaardigheid, werklust en creativiteit. Ze moeten zich focussen, snel een dossier eigen kunnen maken en de politieke relevantie ervan doorgronden. Dit zijn belangrijkere kwaliteiten dan uit welke provincie een kandidaat komt. Uitdiepen van details en het noodzakelijke uitzoekwerk moet aan de fractiemedewerkers worden overgelaten. Van een volksvertegenwoordiger mag in duidelijke taal een heldere boodschap worden verwacht waarmee deze de regering het vuur na aan de schenen legt.

 

Enorm aantal moties

De Tweede Kamer zoals we die nu kennen lijkt vooral met zichzelf bezig. Al jaren wordt er geklaagd over het enorme aantal moties en vragen die jaarlijks door Tweede Kamerleden worden geproduceerd. Eerdere oproepen om tot meer zelfdiscipline te komen en niet elk krantenbericht na te blaffen op Kamerpapier, hebben niet geholpen.

 

Het aantal vragen en verzoeken groeit gestaag. Ooit berekende de Minister van Binnenlandse Zaken dat het antwoord op een Kamervraag gemiddeld 2000 euro kost. Tel uit de winst als het aantal Kamervragen gaat dalen als gevolg van de inkrimping met 50 leden. Dat loopt in de miljoenen. Een Kamervraag is overigens zo gesteld, met de beantwoording is een departement gemiddeld 6 weken zoet. Ambtenaren moeten hun reguliere werk uit handen laten vallen, want Kamervragen hebben topprioriteit. In die antwoorden mogen uiteraard geen fouten zitten, want daarmee zou de Kamer verkeerd geïnformeerd zijn en dat is een doodzonde in Den Haag. Het gehuil over de wanverhouding tussen het leger aan regeringsambtenaren versus het kleine parlement, moet wat mij betreft dus wel in het juiste perspectief worden gezien. Een dwaas  kan meer vragen stellen dan een wijs man kan antwoorden.

 

Buitenland

Maar in het buitenland bestaan toch alleen maar veel grotere parlementen? Kijk naar een land als Zweden, daar staat een volksvertegenwoordiger voor 27.000 inwoners, in Nederland zijn dat er 80.000. Klinkt aardig, maar het is een slag in de lucht. Dit soort verhoudingen zeggen veel over het bewuste kiesstelsel, maar heel weinig over de behoefte van kiesgerechtigden.

 

Parlementariërs willen graag het land in, op bezoek bij hun kiezers en zijn daar veel tijd mee kwijt. Kiezers hebben daar wel behoefte aan, maar belangrijker vinden zij dat hun afgevaardigden goed werk afleveren in Den Haag. Niet meer en niet minder. Bovendien bereiken zowel kiezer als maatschappelijke instellingen de volksvertegenwoordiger veel sneller via sociale media en email, sneller dan zijn auto rijden kan.

 

Dat geldt ook andersom. Via twitter kan de eigen achterban dagelijks op de hoogte worden gehouden van de laatste politieke ontwikkelingen. Laat staan het gebruik van de gewone media. Een kort radio of tv-optreden is vele malen effectiever dan tien optredens voor een halflege zaal. Kortom, op deze fronten is tijdwinst te boeken voor de drukke parlementariër.

 

Strengere selectie

Last but not least, een meritocratisch argument voor een kleiner parlement. Kamerlid zijn is een van de mooiste banen die ons land kent. Mogen het dan ook de besten zijn die op deze kostbare blauwe stoelen zetelen? Het is een dure plicht als parlementariër om er alles uit te halen wat erin zit. Te vaak zien we teleurgestelde of gefrustreerde Kamerleden na één periode afzwaaien, zonder dat ze een idee hadden waaraan ze waren begonnen. En heus niet alleen bij de LPF. Kandidaten zullen bij een fors kleiner parlement strenger worden geselecteerd door hun politieke partij. Ook dat zal de kwaliteit alleen maar ten goede komen.

 

Kamerleden klagen regelmatig over de hoge werkdruk en urenlange nachtelijke debatten. Dat is waar, het Kamerwerk kan loodzwaar zijn en het is zeker geen baan van 9 tot 5. Het was in 1956 zelfs een van de hoofdredenen waarom de Tweede Kamer moest worden uitgebreid naar 150 leden. Maar die marathons en tijdsdruk worden door de Kamer, die 18 weken per jaar met reces is en standaard niet vergadert op de maandag en vrijdag, zélf veroorzaakt.

 

Als het parlement meer aandacht aan hoofdzaken gaat schenken en zijn vergaderregime aanpast, dan is er met 100 leden een controlemacht op volle sterkte aanwezig.

 

Trefwoorden:
Politiek

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Joost Eerdmans, oud-Tweede Kamerlid voor de Lijst Pim Fortuyn´╗┐
Tien jaar na Pim Fortuyn is er maar weinig veranderd - 17 april 2012
Kleiner parlement is goed voor controletaak - 13 juli 2011
Ons recht slibt dicht - 18 juni 2011



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer