Media
29 juni 2012 | door: Jan Leopold Nolf, ere-magistraat, opiniemaker over justitie

Rechter verbiedt geruzie tussen echtgenoten op Facebook

Rechters en Facebook: onbekend maakt onbemind. Meestal reageren ze verkrampt, soms gaan ze in overdrive. Het resultaat lees je in extreme uitspraken die de essentie van sociale media onrecht aandoen.

"Als iedereen het zwijgen opgelegd wordt, blijft een kille vrede over, maar ook een grondrecht minder"

Opwinding over Facebook in de zittingzaal van de vrederechter (NL: kantonrechter) van Ninove. Een gescheiden levende echtgenote beklaagt zich over de “weinig flatterende uitlatingen” van haar bijna-ex op zijn Facebook-pagina. Bij vonnis van 3 mei 2012 bekomt ze een rechterlijk verbod van “lasterlijke of beledigende commentaar tegenover elkaar of de kinderen via publieke fora zoals sociale media”. En de rechter trakteert haar ambtshalve ook op een extraatje: het verbod geldt ook haarzelf. Censuur?

 

Professor aan het woord

De Juristenkrant van 28 juni die de primeur uitbracht laat professor Gerd Verschelden (UGent) aan het woord. Het recht op vrije meningsuiting (onder andere art. 10 EVRM) kan enkel repressief gelimiteerd worden. Hij merkt op dat de beledigingen enkel van de man uitgingen, en via Facebook al een ruime verspreiding kenden. Een verbod kan het misdrijf van laster en eerroof verhinderen. Het beschermt als dringende maatregel ook het privéleven van de kinderen die het slachtoffer worden van rancuneuze ouders. OK dus.

Justitie en sociale media. Onbekend maakt onbemind. In Belgie en Nederland maken politiediensten al met succes veelvuldig gebruik van Twitter en Facebook – soms zelfs om op het strand verloren gelopen kinderen te seinen. De zo goed als complete onwetendheid van de meeste rechters over de nieuwe tools leidt daarentegen bij hen tot nerveuze spanning. Meestal lees je een verkrampte reactie, maar soms gaan ze in ‘overdrive’. Zo had een tijdje geleden de plaatsvervangend vrederechter te Waregem te oordelen over een klacht van een studente wegens lawaaioverlast in de buurt tijdens haar examens. Na de pleidooien, en zonder de partijen te confronteren met zijn bevindingen, zocht de blijkbaar toch fervente Facebook-rechter de pagina van de studente op, om er te lezen dat die helemaal niet enthousiast was over haar studierichting. Resultaat: vraag afgewezen. Op die erratische manier vallen dus extreme uitspraken, die de sociale media onrecht aandoen. Enkele jaren geleden zou geen haar op het kalende hoofd van een wijze rechter er aan gedacht hebben partijen te verbieden aan klassieke gossip te doen in een telefooncampagne, of de ex te bekladden in een hoekje van een sjieke receptie.

 

Justitie en familie – zorgen

Op het recente einde van mijn bijna 25 jaar vrederechterschap bekwam ik net wat meer succesvolle ‘verzoeningen’ (1744 anno 2010) dan het totaal aantal vonnissen tijdens mijn eerste dienstjaar (1737 anno 1987). Die ’zachte’ aanpak is bijzonder belangrijk in familiedisputen, waar een ‘oog-in-oog’-rechtsbedeling partners en ouders kan overtuigen tot een minder oorlogszuchtige aanpak. Rechters zouden er goed aan doen in de eerste plaats die benadering naar meer consensus te volgen door te ontmijnen in velden van haat en wantrouwen. Het collateraal voordeel zal dan snel te lezen zijn op afgekoelde Facebook-pagina’s. Het probleem is wel dat die aanvragen tot ‘minnelijke schikking’ recent dramatisch daalden (nationaal min 33% van 2008 tot 2010). Die trend situeer ik helemaal niet in een mindere interesse bij het brede publiek, maar in een rechterlijke attitude die er op neerkomt liever thuis vonnissen de laptop in te typen dan zich in de raadkamer van de rechtbank in te zetten als familiaal bemiddelaar. Bevelen is altijd makkelijker dan onderhandelen, want in dat laatste geval moet je ook een stukje van jezelf prijsgeven.

 

Probleem 1 van onze Facebook-rechter: de procedure

Het minstens gedeeltelijk ‘preventief’ verbod was enkel een vraag van de echtgenote – moeder tegen haar man, maar trof uiteindelijk beide partijen. Dat komt neer op een deels ongevraagd verbod (‘ultra petita’) dat onwettig is: een rechter kan in zo’n procedure zomaar niet meer maatregelen bevelen dan gevraagd werden. Het verbod betekent voor de vragende dame dan ook een inbreuk op haar rechten inzake de eigen Facebook-pagina, als gevolg van de ‘ambtshalve’ ingreep van de vrederechter, die haar op dit punt niet vooraf hoorde (net als in het hiervoor besproken vonnis van Waregem). Zoiets staat haaks op de essentie van en procesverloop, waarvan de essentie de mogelijkheid tot ‘tegenspraak’ is.

 

Probleem 2 van onze Facebook-rechter: een fundamenteel mensenrecht

De dame in kwestie mag dan heel tevreden zijn dat haar man op Facebook voor onbehoorlijk commentaar het zwijgen werd opgelegd, feit blijft dat zij ook zelf door het verbod getroffen wordt. Bij gebrek aan enige voorgaande inbreuk aan haar kant, gaat het in haar geval wel om een volledig ‘preventieve’ actie, en dus essentieel strijdig met art. 19 van de Belgische Grondwet en art. 10 van het EVRM.

 

Probleem 3 van onze Facebook-rechter: het verbod definiëren en de correcte uitvoering van garanderen

Zonder twijfel zaten bij de beslissing van de vrederechter de beste intenties voor, en ook wat hij bedoelde met het verbod van “laster of belediging”, is duidelijk. Maar Oscar Wilde riep het al uit:”bevrijd mij van mensen met goede bedoelingen!”. Een burgerlijke of correctionele rechtbank kan best post factum inbreuk en dader aanwijzen (onder andere op basis van art. 443 Strafwetboek), boete uitspreken en/of schadevergoeding toekennen. Dagelijkse kost aldaar. Het is echter een heel andere klus om voor de toekomst een lijn te trekken tussen wat volgens het besproken vonnis dan concreet nog mag of niet. Door die interpretatieproblemen riskeren ruziënde partijen dan nieuwe procedures, deze keer voor de Beslagrechter, die telkens zal uitmaken of de dwangsom à € 100 verbeurd wordt of niet. Een duur abonnement voor iedereen, en ook niet zo eenvoudig: wat bijvoorbeeld als de bijna-ex kritiek spuit op de uitspraak zelf, en daardoor ook op zijn echtgenote, of op Faceboek de illustere kwaliteiten van zijn nieuwe partner post? Op die manier lijkt de wapenstilstand niet zomaar bevolen: de oorlog dreigt verder uit te deinen, met nog een extra-aanmoediging erbij: centen.

 

Het hart van het probleem

Rechters moeten primordiaal ‘zorg’ dragen voor rechtzoekenden: de ‘care-factor’. De minnelijke schikking (art. 731 Gerechtelijk Wetboek) reikt een uitstekende tool aan om ‘recht’ te geven zonder recht te spreken. Justitie met inspraak, zonder Pyrrusoverwinnaars, en zonder zure verliezers. Voltaire bepleitte dat al meer dan twee eeuwen geleden, verwijzend naar het succesvoorbeeld van de Leidse ‘vredemakers’. Als die kans door partijen niet aangepakt wordt, verandert het scenario, en dan doet justitie haar technisch werk. Maar alleszins vanaf dan eindigt ook de pedagogie: rechters zijn noch schoolmeesters, noch predikanten. Het welzijn van een gezin – ook al een divers invulbaar begrip – mag geen excuus worden voor een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting. Want als iedereen het zwijgen opgelegd wordt, blijft wel een kille vrede over, maar met een mensenrecht minder.

Trefwoorden:
Media

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Jan Leopold Nolf, ere-magistraat, opiniemaker over justitie
Rechter verbiedt geruzie tussen echtgenoten op Facebook - 29 juni 2012
Alcoholtester in Frankrijk: hypocrisie op industrieel formaat - 28 juni 2012



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer