Economie
11 juli 2012 | door: Olaf de Bruijn, Directeur RAI Vereniging

Politiek ontbeert visie op mobiliteit van de toekomst

Politieke partijen zijn in hun denken over mobiliteit te weinig voorbereid op demografische veranderingen, op technologische ontwikkelingen en op verschuivingen in gebruik van voertuigen.

"Partijen hebben geen antwoord op veranderingen"

Recent lanceerde de Europese Commissie een campagne gericht op duurzame stedelijke mobiliteit. Onder de titel ‘Do the right mix’ wordt ingezet op de promotie van gecombineerde inzet van vervoersmiddelen. Verantwoordelijk Eurocommissaris van Transport, Siim Kalas, stelde bij de lancering dat hij mensen hiermee wil aanmoedigen om te variëren in hun vervoerswijze in steden. Hierdoor worden verkeersopstoppingen en uitstoot teruggedrongen.

De Europese Commissie zet met deze campagne in op een meer gedifferentieerde mobiliteit in (met name) stedelijke gebieden. Zij sorteert hiermee voor op prognoses dat in 2035 ruim zestig procent van de wereldbevolking in steden woont. Bij een dergelijke dichtheid vasthouden aan onze huidige mobiliteitspatronen zal onder andere betekenen dat het verkeer in stedelijke gebieden vastloopt. De luchtkwaliteit in deze gebieden zal verslechteren, en nieuwe technieken die dit tegengaan zullen niet ten volle benut kunnen worden omdat hier letterlijk te weinig ruimte voor is. Om dit te voorkomen zet de Europese Commissie in op slimmere mobiliteitscombinaties, waarbij reizigers kiezen voor het vervoersmiddel dat het beste bij hun behoefte past, in plaats van te kiezen voor het vervoersmiddel dat zij uit gewoonte nemen. Het stimuleren van deze gedachteomslag is essentieel om te komen tot toekomstbestendige mobiliteit. Deze omslag kan echter alleen plaatsvinden als de gewenste mobiliteit beleidsmatig en infrastructureel gefaciliteerd wordt. De Europese Commissie lijkt hiermee een stuk verder te zijn dan de Nederlandse politieke partijen. Hun verkiezingsprogramma’s hebben op dit moment namelijk onvoldoende oog voor de mobiliteitsvraagstukken van de toekomst.

 

Infrastructuur aanpassen aan slimmere vervoerscombinaties

Nog geen jaar geleden heeft het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) onze nationale vervoerspatronen in kaart gebracht. Hieruit bleek dat zeventig procent van alle vervoersbewegingen over een afstand van minder dan 7,5 kilometer plaatsvindt. De auto en fiets worden hiervoor in eenzelfde mate ingezet. In bepaalde gebieden brengt de huidige voertuiginzet nu al parkeerproblemen en congestie met zich mee. Vooralsnog is dit deels ondervangen door nieuwe infrastructuur aan te leggen. In de toekomst zal alleen bouwen echter verre van voldoende zijn. Immers: uit alle prognoses blijkt dat stedelijke regio’s veel dichter bevolkt zullen worden, met als gevolg meer congestie en dus verslechterde bereikbaarheid en luchtkwaliteit.

Om dit te voorkomen moet binnen stedelijke regio’s anders om worden gegaan met mobiliteit. Een slimmere combinatie van (gedeelde) vervoersmiddelen is hier een van de oplossingsrichtingen. Hierdoor zullen er in stedelijke gebieden wellicht minder personenauto’s rijden, en zal er meer gebruik worden gemaakt van het openbaar vervoer, deelauto’s en (gemotoriseerde) tweewielers. Dit vergt echter wel een andere inrichting van steden. Immers, meer tweewielers vragen ook om meer specifieke wegcapaciteit. Het wegennet moet hierop aangepast worden. Daarnaast moeten ook deze voertuigen ergens gestald worden en, het belangrijkste: de infrastructuur voor deze categorie voertuigen moet goed aansluiten op de infrastructuur van randgemeenten.

 

Laat lokaal mobiliteitsbeleid regionaal op elkaar aansluiten

Om te voorkomen dat decentrale overheden autonoom en langs elkaar heen verschillende vormen van mobiliteitsbeleid gaan ontwikkelen moet de rijksoverheid (beleids)handvatten bieden. Dit kan in de vorm van een raamwerk dat decentrale overheden kunnen inzetten als zij stedelijk (tweewieler)beleid vorm willen geven. Zo wordt een centrale denkrichting aangereikt, die optioneel decentraal in te zetten is. Afzonderlijke stedelijke regio’s kunnen deze centrale visie inzetten bij het invullen van hun mobiliteitsbeleid, waardoor zij vanuit hetzelfde kader werken. Hierdoor sluiten verschillende vormen van decentraal beleid op elkaar aan.

Daarnaast moet de overheid het pad effenen voor nieuwe technieken. Immers, zelfs wanneer een deel van de stedelijke mobiliteit op een andere manier wordt ingevuld dan met de auto, er zullen altijd auto’s blijven rijden. De meeste auto’s die we op dit moment kennen hebben een verbrandingsmotor, en zorgen dus voor uitstoot. Dit is vanwege de beperkte omvang van de uitstoot niet per se een probleem. Wanneer het echter veel voertuigen in een dichtbevolkt gebied betreft wordt het dit wel. Om dit te voorkomen (en om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen) ontwikkelt de industrie elektrische en waterstofauto’s en auto’s die op biobrandstoffen of groen gas rijden. Voor een brede intrede van deze technieken is een goede gebruiks- en laadinfrastructuur essentieel. In Duitsland snapt men dit; daar is de overheid reeds tientallen waterstoflaadstations aan het bouwen. Nederland blijft hierbij ver achter.

 

De verschillende verkiezingsprogramma’s lijken te weinig oog te hebben voor de toekomstige mobiliteit in Nederland. Een enkele partij schrijft iets over de fiscale behandeling van mobiliteit, anderen richten zich (beperkt) op weginfrastructurele vraagstukken. Een brede, integrale visie op de mobiliteit van de toekomst ontbreekt echter. Dat is niet alleen een gemiste kans, maar ook zorgelijk. Zo’n visie is namelijk noodzakelijk om ons land en onze stedelijke gebieden bereikbaar te houden. Dat is essentieel voor onze bereikbaarheid, één van de belangrijkste randvoorwaarden voor gezonde economische activiteit.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Olaf de Bruijn, Directeur RAI Vereniging
Politiek ontbeert visie op mobiliteit van de toekomst - 11 juli 2012



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer