Midden-Oosten
27 juli 2012 | door: Jaap Hamburger, voorzitter Een Ander Joods Geluid

De bezetting die geen bezetting is

Begin juli publiceerde een door de Israëlische regering ingestelde commissie een verbijsterend rapport, dat betoogde dat Israëls aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever geen bezetting is.

"Het rapport slaat definitief het broos geworden fundament onder een twee-statenoplossing weg"

Begin juli publiceerde een door de Israëlische regering ingestelde commissie een verbijsterend rapport, dat betoogde dat Israëls aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever niet beantwoordt aan de criteria die het internationale recht gebruikt voor een ‘bezetting’ en er derhalve van bezetting geen sprake is.

 

De commissie concludeerde in één moeite door dat alle Joodse nederzettingen in het gebied - nederzettingen met meer dan een half miljoen bewoners - legaal zijn, ook die nederzettingen die Israël zelf tot nu toe betitelt als ‘illegaal’. Een wrange grap? Nee, de commissie meende wat zij zei en het rapport werd ook door diverse ministers met enthousiasme ontvangen. Premier Netanyahu nam er allesbehalve afstand van en het zal nu op hoog niveau besproken worden door een parlementaire commissie.

 

Israëls aanwezigheid in de Palestijnse gebieden is echter geen onschuldig tijdverdrijf, maar een permanente, met civiele en militaire middelen gaande gehouden toestand van treiterijen, vernielingen, onderdrukking, rechtsverkrachting, landroof en gestage verdrijving.

 

Consensus

Sinds jaar en dag bestempelen zowel de internationale rechtsgemeenschap als de internationale diplomatieke en politieke gemeenschap Israëls aanwezigheid in de Palestijnse gebieden als ‘bezetting’. Er is ook consensus over wat er minimaal dient te gebeuren: Israël moet de bezetting opgeven, waarna een territoriaal aaneengesloten, economisch levensvatbare, en politiek onafhankelijke Palestijnse staat opgericht kan worden op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. De Israëlische nederzettingenpolitiek maakt - gericht en doelbewust - deze twee-statenoplossing onmogelijk, zo oordelen velen.

 

Volgens de auteurs van het rapport - onder leiding van Edmond Levy, een voormalig rechter bij het Israëlisch Hooggerechtshof, die zich in 2005 als enige rechter uitsprak tegen de ontruiming dat jaar van Israëls nederzettingen in de Gazastrook - heeft de internationale gemeenschap het echter helemaal bij het verkeerde eind.

 

De commissie spreekt zich niet direct uit over een oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict, maar beveelt de Israëlische regering aan om de bezetting simpelweg niet langer als bezetting te beschouwen en alle nederzettingen te legaliseren. Dit is een aanmoediging voor de kolonistenbeweging om in verhoogd tempo bestaande nederzettingen uit te breiden, nieuwe nederzettingen te stichten en de bezetting voor immer te verankeren in Palestijns gebied.

 

Gevaarlijke illusies

Desastreus voor de Palestijnse burgerbevolking op de Westelijke Jordaanoever, bijna tweeënhalf miljoen mensen die - veelzeggend en schokkend! - in het hele rapport van de commissie niet voorkomen, en funest voor een twee-statenoplossing. De Israëlische bevolking wordt tegelijkertijd door de commissie gevoed met gevaarlijke illusies.

 

De onderbouwing van de stelling van de commissie dat er geen sprake is van een ‘bezetting’, is dezelfde die al decennialang door opeenvolgende Israëlische regeringen te pas en te onpas wordt opgevoerd: omdat er nooit sprake is geweest van een Palestijnse staat - de Westelijke Jordaanoever was tot 1967 in handen van Jordanië, dat sinds begin jaren ’90 afstand heeft gedaan van het gebied - wordt er ook geen staat ‘bezet’. Dit argument gaat voorbij aan wat onder bezetting wordt volstaan: effectieve controle over een gebied dat niet behoort tot het grondgebied van de betreffende mogendheid.

 

Apartheidsstaat

Opeenvolgende Israëlische regeringen nemen hier echter een dubbelzinnige positie in. Als er van bezetting geen sprake is, waarom dan de Westelijke Jordaanoever niet ‘gewoon’ formeel annexeren, zoals al eerder met Oost-Jeruzalem is gebeurd? Dat zou consequent zijn. Zo’n annexatie is echter uiterst onwenselijk - de annexatie van Oost-Jeruzalem is sowieso door geen enkel land erkend, de reden dat alle ambassades, waaronder de Nederlandse, in of nabij Tel Aviv huizen. Maar onwenselijk, vanuit Israëlisch perspectief, is annexatie ook, omdat de Palestijnse bevolking dan volledige politieke en burgerrechten moet krijgen, en deel gaat uitmaken van Israël. Zo niet, dan creëert Israël onloochenbaar een apartheidsstaat. De rechtspositie van de Palestijnse inwoners van Oost-Jeruzalem is al een voorbeeld van die situatie. Zij kunnen volgens Israëlische logica zomaar ‘illegaal verblijven’ in de stad waar zij al generaties wonen. Als er dan geen sprake is van ‘bezetting’, en annexatie onwenselijk wordt geacht, hoe moet de huidige toestand dan wel betiteld moet worden?

 

Goldstone-rapport

Er is nog een opmerkelijk aspect aan het rapport. In de nasleep van de bloedige aanval op Gaza in 2008/2009 kwam in Israël de gedachte op het internationale recht te ‘herschrijven’. Daar had de Israëlische oorlogsvoering immers alleen maar hinder van ondervonden - denk aan het Goldstone-rapport -, een hindernis die voor toekomstige operaties geslecht moest worden. Het recente Israëlische pleidooi, met hulp van het CIDI ook in Nederland afgestoken, om het in het internationale recht verankerde concept ‘Palestijnse vluchteling’ aan de wilgen te hangen, is daar een uiting van.

 

Ook de opzichtige poging van de commissie-Levy om zich onder het zo mogelijk nog hechter verankerde begrip ‘bezetting’ uit te wurmen, lijken gevolg van dit streven het internationale recht bij te buigen, zodat het Israël niet langer in de weg staat. Dat de hogere echelons van de Israëlische regering de analyse en de aanbevelingen van de commissie enthousiast hebben begroet, zou in Den Haag, de ‘hoofdstad van het internationale recht’, alleen daarom al alle alarmbellen moeten doen rinkelen.

 

Rosenthal

Staat de Nederlandse regering echt voor een rechtvaardige en duurzame vrede in Israël en Palestina, dan zou zij er bij de Israëlische regering zowel in haar directe contacten als binnen EU-verband krachtig op aan moeten dringen het rapport terzijde te leggen, en dient zij onverminderd te pleiten voor een einde aan de bezetting. Het rapport slaat immers definitief het al heel broos geworden fundament onder een twee-statenoplossing weg, en zal - indien het wordt opgevolgd - desastreuze gevolgen hebben voor Palestijnen én Israëli’s.

 

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken reageerde mede daarom onmiddellijk sterk afwijzend op het rapport. Het valt te hopen dat minister Rosenthal nu eens over zijn eigen schaduw heen kan springen en inziet dat hij Israël allesbehalve een dienst bewijst door ook dit rapport weer weg te poetsen met zijn gebruikelijke dooddoener dat ‘het democratisch proces en de publiek discussie in Israël sterk genoeg zijn, om intern tot een verstandig besluit te komen’. Onder de regering-Netanyahu valt niet één besluit te memoreren waar onze minister zich voor deze opvatting op zou kunnen beroepen, integendeel. Rosenthals blanco cheques voor het Israëlische beleid hebben het land zeker verder geholpen, maar tot nu toe louter in de verkeerde richting.

Trefwoorden:
Midden-Oosten

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer