Politiek
16 oktober 2012 | door: Seppe Segers, Student filosofie

De Wever husselt premissen en argumenten door elkaar

“Het is moeilijk bescheiden te blijven. Echt moeilijk”, stootte Bart De Wever uit tijdens zijn overwinningstoespraak. En, je moet eerlijk zijn, ça se voit.

"Je hoeft geen Vlaams-nationalist te zijn om Latijn te begrijpen: Libertas vincit."

De Wever heeft het zodanig moeilijk om bescheiden te blijven, dat hij het nog moeilijker krijgt om een positief verhaal te brengen. Het stroomt op een atypische manier af van zijn houding: het statuut van winnaar, de attitude van een verliezer. Met de hoogmoed van een kampioen grijpt De Wever naar de eenvoudsoplossing van de verliezer: de schenen van de tegenstander blauw stampen tot ze door de benen gaan.

 

Ook na de overwinning blijft hij oppositie voeren. Echter niet meer vanuit de noodzaak om als “reus van die dwergvoetjes” af te raken, maar omdat hij het kan. Maar die dwergvoetjes, zitten die nu niet ergens anders? Zit die reus nu niet op een ijl wolkje van hybris? Want dat idee dat deze uitslag een rechtvaardige grond zou zijn op basis van dewelke het confederalisme geëist kan worden, komt me toch wat al te zweverig voor.

  

Doortastende performativiteit

Laat ons natuurlijk niet onzinnig doen: het voorstel van De Wever feestelijk wegwimpelen door er op te wijzen “dat dit lokale verkiezingen waren” is niet helemaal terecht. De tendens overstijgt het lokale. Dat N-VA in 44 gemeenten de grootste is, kan niet louter toe te schrijven zijn aan de doortastende performativiteit waarmee de lokale N-VA-afdelingen het probleem van afvalophaling beloven aan te pakken, of al dan niet een nieuw sportcomplex willen neerpoten.

 

Is het zonder meer omdat de lokale N-VA-afdelingen beduidend meer intelligente of aantrekkelijkere kandidaten hebben? Bezwaarlijk. Het kan misschien zijn door de luiheid van de Walen, de opaciteit van de ‘traditionele’ partijen, de strik van Elio Di Rupo, de belastingen, de Vlaamse minderheid, het succes van een Pronokaldieet of sympathie voor Carl Huybrechts.

 

Ik weet niet welke van deze of andere factoren mensen in welke mate aanzetten om Vlaams-nationalistisch te stemmen. Wat ik wel weet is dat de opgesomde nationale oorzaken lokale gevolgen hebben en dat deze lokale gevolgen in zekere mate de bekrachtiging zijn van deze of gene opgesomde factoren. Ook, echter, zal het succes niet eenzijdig toe te schrijven zijn aan deze nationale oorzaken. Dat N-VA kandidaat X tijdens deze campagne misschien breder lachte dan een kandidaat van lijst Y, speelde wellicht mee; dat N-VA de wind in de zeilen had en ‘goeie’ kandidaten kon lospeuteren, speelde mee; dat de militanten hard gewerkt hebben; speelde mee.

 

Rode Duivels

Het is dus manifest onterecht om te zeggen dat uit dit electoraal succes volgt dat deze nieuwgeboren ‘volkspartij’ het mandaat heeft gekregen om confederalisme (welk confederalisme?) te gaan eisen. In zijn overwinningstoespraak husselt De Wever namelijk (allicht niet per ongeluk) wat premissen en argumenten door elkaar. Daarop trekt hij enkele conclusies en hup!: confederalisme id est. Niet dus.

 

Kunnen we zeggen: “De Rode Duivels hebben een toernooi gewonnen, maar het bestuur van de Fifa slabakt, dus de Rode Duivels hebben alle recht om een eigen toernooitje op te richten.”? Volgt uit het feit dat N-VA deze lokale verkiezingen gewonnen heeft en dat zij al dan niet terecht van mening zijn dat Di Rupo I een belastingregering is, dat ze van de kiezer een mandaat gekregen hebben om onze premier op te roepen tot confederalisme? Stemde Jan Met De Pet in pakweg Evergem op N-VA omdat hij uit rancune tegenover de huidige federale regering en het huidige staatsbestel confederalisme wil? Nee toch.

 

Neem je de kiezer én de kandidaat serieus als je argumenten van verschillende orde aan elkaar koppelt en dan maar besluit wat je wil besluiten. Is, met andere woorden, het harde werk van de lokale kandidaten slechts een middel geweest om De Idealen van de partijtop te dienen? Kan Jan Met De Pet überhaupt een mandaat gegeven hebben ten einde het confederalisme te bereiken als de partijtop zelf geen coherente definitie kan of wil geven van dat confederalisme?

Drie keer een ontwijkend antwoord

Ter illustratie: in de Kruitfabriek vraagt Gilles De Coster drie keer aan Bart De Wever wat dat confederalisme concreet inhoudt. Drie keer een ontwijkend antwoord.

 

Is het dan wel doorzichtig om iets te eisen, maar tegelijk niet durven toelichten wat dat is – uit angst om opnieuw op dwergenvoetjes terecht te komen? Dat is geen populisme. Dat is kiezersbedrog. Nil volentibus arduum, zei men dan. En inderdaad, niets is moeilijk voor zij die willen, zo veel is duidelijk. Maar hoe zit het dan met zij die wéten en vooral durven weten? Je hoeft namelijk geen Vlaams-nationalist te zijn om Latijn te begrijpen: Libertas vincit. De vrijheid om te weten zal het altijd halen van schimmige verklaringen verpakt in triomfalisme. De vrijheid om zelf tot inzicht te komen en als persoonlijkheid te achterhalen wat over jou beslist wordt is niet in een strak keurslijf van een blind willen te houden.

 

De Franse filosoof Paul Valéry schreef in 1920: “De geest heeft ons besef geschonken van tijd, verleden en toekomst. Daardoor kunnen we vooruit zien, ons het mogelijke voorstellen en uitstijgen boven het ogenblik, zich inleven in een ander. Elk mens is uitgerust met het geestelijk vermogen zijn eigen waarden en daden te observeren en te kritiseren. Maar de menselijke geest is in het ongerede geraakt. […] Er wordt voor ons gedacht.” Alleen de vrijheid om los van rancune, vooroordelen en angsten van een individu tot een persoonlijkheid te verworden biedt weerwerk. Gelukkig zijn er nog liberalen.

Trefwoorden:
Politiek

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer