Economie
25 oktober 2012 | door: Joachim Nijs, inwoner van Genk en docent NT2 in Heverlee

De toekomst van Genk ligt in dematerialisering

Binnen de marktlogica van winstmaximalisatie en kostenminimalisatie van ons huidig economisch stelsel nam het management van Ford een voor de hand liggende beslissing.

"Een economisch model dat uitgaat van eindeloze groei is ten dode opgeschreven."

Na deze woelige dagen kent iedereen ondertussen het relaas van de sluiting. Eerst waren er de geruststellende berichten die in september in de media verschenen: twee nieuwe Ford-modellen zouden in Genk gebouwd worden. Tijdens de lokale verkiezingscampagne leken de zittende politieke partijen zich nog steeds van geen kwaad bewust, wanneer het thema werkgelegenheid ter sprake werd gebracht, beschouwde men Ford Genk als een gegeven.

 

Twee weken later valt na een no-show van de Ford-directie het doek over de vestiging in Genk. 4300 arbeiders verliezen hun baan, 5600 personeelsleden uit de toeleveringsbedrijven vrezen voor hun job.

 

De verbijstering is groot. De jonge gezinnen die pas een lening afsloten, de tweeverdieners met 5 kinderen, de 53-jarige bandwerker… Gelatenheid aan de poorten; “wat moeten wij nu doen?”.  ’s Avonds, wanneer de camera’s weg zijn, is de opkomst niet al te groot meer, de vakbondslieden van het eerste uur hebben de fabriek verzegeld en houden de wacht. Solidariteit, rouwregisters, warme choco van de kindjes van de plaatselijke lagere school: Geef onze Jobs terug!! Ik zie de vlammen in de ogen van enkele arbeiders, nostalgisch kijkend naar een brandende S-max die maar niet wil smelten, “Goeie kwaliteit”, iedereen is het er over eens.

 

Burgemeester met ballen

Wanneer omstreeks middernacht de burgemeester komt aangewandeld kijkt iedereen bedenkelijk en heerst er aanvankelijk verwarring, maar al snel wordt de burgemeester zijn bezoekje onthaald op een applaus: “die heeft tenminste de ballen om naar hier te komen”, klinkt het. Een kleine menigte verzamelt zich rond de ongemakkelijk wordende burgemeester die van wal steekt: “We zijn momenteel bezig met het onderzoeken van alle pistes”.

 

Enkele momenten later wordt zijn betoog onderbroken door een arbeider met een piratendoek die de teneur ander de aanwezigen samenvat: “Wim, die Amerikanen hebben ons gewoon in de kont genaaid!”. 

 

Vergelijking met de mijnen

Ik hoorde men de mijnsluiting vergelijken met de sluiting van de Ford. Met die symbolische vergelijking onderschat men de malaise die de sluiting van de Ford zal veroorzaken en ik zal u meteen uitleggen waarom. De sluiting van de Limburgse steenkoolmijnen werd jarenlang nauwgezet voorbereid, de sluiting van de Ford is abrupt. Over een tijdspanne van meer dan 10 jaar werden de Limburgse steenkoolmijnen, die verspreid lagen over de verschillende Limburgse gemeenten (Beringen, Eisden, Genk, Zolder) gradueel gesloten. Door middel van subsidies van de overheid en een reconversieplan bereikte de werkgelegenheid in Limburg in de jaren ’90 terug het niveau van voor de sluiting.

 

Een tweede reden waarom de gemaakte vergelijking niet opgaat, betreft het verschil tussen de economische situatie waarin de sluitingen zich voordeden. Toen de mijnen sloten, lagen de alternatieven al voor handen. Toen de mijn van Zwartberg sloot, was tezelfdertijd Ford Genk uit aan het groeien tot een van de meest productieve autoassemblagefabrieken op het Westers halfrond. Nu doet zich het omgekeerde voor. Alternatieven moeten nog bedacht worden en tegelijkertijd zuigt de sluiting van de Ford alle industrie die gevestigd is rond het logistiek bolwerk aan weerskanten van het Albertkanaal mee in een neerwaartse spiraal.

 

Na de bankencrisis en de eurocrisis bevinden we ons daarbovenop in een fase waarin de werkloosheid al hoog was voor de sluiting en een fase waarin de overheid steeds meer besparingen door moet voeren om de begroting in evenwicht te krijgen.

 

We moeten verder kijken

Ik denk dat het tijd wordt om verder te denken dan door sentiment aangedreven scoutsactiviteiten. Meneer de burgemeester, door een pint mee te drinken met de piketeurs hebt u uw medeleven betoond, maar nog geen beleidsoplossingen aangeboden, en dat is waar het nu net aan ontbreekt. Laten we eerst eens op een dieperliggend niveau kijken naar de oorzaken van de crisis van de Limburgse industrie, ik geef alvast enkele “pistes”.

 

Waarom moet Ford Genk dicht? Het antwoord is vrij eenvoudig: omdat de modellen die in Genk geproduceerd worden, althans tegen de huidige prijzen, niet goed verkopen. Zowel op de loonkost (arbeidskost per verkochte auto) als de arbeidsproductiviteit scoort de vestiging in Genk beter dan de fabrieken in Duitsland. En hoewel elk aanbod zijn eigen vraag creëert, stuiten we stilaan op de grenzen van de koopimpuls die wordt opgedrongen aan de Westerse consument: de voorspelling van de verkoopcijfers van de S-max en de Mondeo vallen tegen.

 

Binnen de marktlogica van winstmaximalisatie en kostenminimalisatie van ons huidig economisch stelsel neemt het management van Ford een voor de handliggende beslissing: alleen door een prijzenoorlog met andere merken kan Ford nog concurrentieëel blijven. In een land als Spanje met een torenhoge jongerenwerkloosheid en een regering die staat te trappelen om  nieuwe investeerders met subsidies over de balk te trekken, kan Ford de arbeidskost van zijn auto’s drukken met meer dan 100 %.

 

Mythe van eindeloze economische groei

De bottom line is dat we binnen het paradigma van een neo-liberale markteconomie ons krampachtig vastgeklampt hebben aan de mythe van een eindeloze economische groei. De laatste vijf decennia is het nastreven van economische groei wereldwijd de hoogste politieke doelstelling geweest. De wereldeconomie is bijna vijf maal zo groot als een halve eeuw geleden.

 

Deze evolutie is totaal in tegenstrijd met de wetenschappelijke kennis over de begrensde grondstofbasis en de kwetsbare ecologie waarvan wij afhankelijk zijn. Een economisch model dat uitgaat van eindeloze groei is ten dode opgeschreven. Het principe dat ik wil aantonen, kunnen we het best begrijpen als we kijken naar eenvoudige processen in de natuur. Geen enkel deelsysteem (de economie), dat voor haar metabolisme afhankelijk is van het omringende systeem (de planeet aarde), kan groter worden dan dat systeem waar het van afhangt.

 

Om duurzaam te zijn moet de doorstroom van materialen en energie binnen de biocapaciteit van de aarde blijven. Er bestaat met andere woorden een biofysische onmogelijkheid om de mondiale economie onbeperkt te laten doorgroeien. Als alle inwoners van deze wereld het consumptiemodel van de gemiddelde Europeaan zouden overnemen, dan zouden we met de huidige stand van de technologie 3 planeten aarde nodig hebben[1].

 

Verbranding van fossiele brandstoffen

De economische activiteit langs het Albertkanaal spitst zich toe op de petrochemie, staalnijverheid en automobielindustrie. Dit zijn sectoren die voor hun voortbestaan afhangen van de verbranding van fossiele brandstoffen zoals olie en gas.   

 

Wetenschappers spreken in dit verband ook wel van de zogenaamde peak oil. Eenmaal voorbij de naderende peak oil (punt waarom de mondiale olieproductie haar maximum bereikt heeft) zal de olieprijs razendsnel stijgen waardoor economieën die te sterk afhankelijk zijn van deze fossiele brandstoffen in structurele problemen terecht komen. Is het een wonder dat we geen auto’s meer kopen als de prijs aan de pomp bijna 2 euro per liter bedraagt?

 

Wat ik wil aantonen is dat eindeloze groei in deze sectoren biofysisch gezien onmogelijk is, omdat er nu eenmaal thermodynamische grenzen zijn aan wat wij kunnen blijven produceren.

Hoewel het besef bij de meerderheid van de beleidsmakers nog niet is doorgedrongen, betreft de huidige economische malaise geen crisis binnen het systeem, maar een crisis van het systeem.

 

Een model dat altijd al ecologisch gezien onstabiel was, heeft nu ook bewezen economisch instabiel te zijn. De idee dat nieuwe consumptiegroei ons uit deze impasse kan redden, is fundamenteel problematisch en maatregelen die bedoeld zijn om het status quo te herstellen, zullen leiden naar nieuwe onstabiliteit. Dat is een bittere pil om te slikken voor een burgemeester die zijn stad wil besturen met de “marktlogica van een multinational”.

 

Kapitalistisch gedrocht

Als we het relaas van de Ford-sluiting bekijken wordt duidelijk hoe diep we opgezadeld zitten met dat kapitalistisch gedrocht. Tegen wie moeten wij in opstand komen? Zijn het de directieleden van de Ford in Genk? De Europese Ford-top? De andere fabrieken? De regering? De Spaanse regering? Zygmunt Baumann vatte het drama van de moderniteit samen door te stellen dat een eindeloze opsplitsing van taken en verantwoordelijkheden het ons onmogelijk gemaakt heeft om te protesteren. We weten niet meer weten tegen wie of wat we moeten vechten.

 

Het is een beetje met een pasgekochte auto die niet blijkt te rijden. Tijdens de assemblage heeft die auto zoveel bewerkingen ondergaan die uitgevoerd werden door verschillende arbeiders onder het toezicht van hun bazen die onder het toezicht van hun bazen stonden die rapporteerden aan de bazen van de andere bazen… We willen onze woede richten maar onze vijand heeft geen gezicht, het is een systeem dat we zelf in stand houden, we voelen ons machteloos.

 

Oplossingen

“Wat moeten wij nu doen?” Beste beleidsvoerders, ik zie kansen. Ik zie voor u een mogelijkheid om als eerste stad in Vlaanderen de transitie te maken naar een model dat streeft naar een kwalitatieve verbetering van de levensvoorwaarden in de plaats van kwantitatieve volumegroei. Een transitie naar een duurzame diensteneconomie. Dat houdt in dat we het paradigma van producten verlaten voor dat van functies: mobiliteit i.p.v auto’s, duurzame huisvesting en nieuwe woonmogelijkheden (co-housing, kangaroe-woningen) i.p.v. verkaveling, ontspanning i.p.v. materiële consumptie. Geloof mij dat de mensen graag betalen voor mobiliteit, ontspanning en duurzame huisvesting in uw stad maar het beu zijn leningen aan te gaan voor auto’s, hoge huurprijzen en nieuwe consumptiegoederen.

 

Alleen door te kiezen voor dematerialisering zal de Limburgse economie op lange termijn weer levensvatbaar worden. Dat is enkel mogelijk door een verschuiving van productie naar hergebruik, renovatie en recyclering. Ik ben zelf geen wetenschapper, maar ik weet dat aan verschillende Belgische universiteiten al jarenlang enorm vooruitstrevende projecten worden ontwikkeld. Zo zijn er bijvoorbeeld projecten rond isolatie en energiebesparing die pleiten voor het centraal opwekken van warmte- energie om deze te transporteren naar de woningen van particulieren, i.p.v. elke woning die zijn eigen warmte opwekt met een individuele mazout- of gasbrander. 

 

Dat zijn initiatieven die veel werkgelegenheid kunnen scheppen en  een voorbeeldfunctie kunnen spelen voor heel de wereld, waardoor het prestige van uw stad, waar u toch zo bekommerd om bent, opnieuw zal verhogen.

 

[1] Jones, P. T., & Meyere, De, V. Terra Reversa: De transitie naar een rechtvaardige duurzaamheid. Uitgeverij EPO, Antwerpen, 2009. 

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Joachim Nijs, inwoner van Genk en docent NT2 in Heverlee
De toekomst van Genk ligt in dematerialisering - 25 oktober 2012



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer