Wetenschap
30 oktober 2012 | door: Hein van Lieshout, historicus van de internationale betrekkingen

Historici moeten een grotere rol opeisen in het debat

Historici moeten hun ivoren torens verlaten en gedurfder methodes, ontleend aan de sociale wetenschappen, gebruiken in hun onderzoek.

"De nuance is en blijft het belangrijkste wapen van historici"

De Nacht van de Geschiedenis maakte afgelopen zaterdag een einde aan de Maand van de Geschiedenis. Het jaarlijkse feest van historisch Nederland werd dit jaar gevierd in het Rijksmuseum. Geen slechte ontwikkeling, want het zorgde wederom voor de broodnodige aandacht voor de Nederlandse geschiedschrijving. Gelukkig is het niet altijd feest en hoeven we niet altijd iets te vieren, waardoor het nu weer tijd is voor debat!

 

Enkele weken geleden ontbrandde door toedoen van historicus en Volkskrantredacteur Rutger Bregman een discussie over de Nederlandse historici en hun maatschappelijke rol. Stoppen met dat debat – zoals met elk debat eigenlijk – zou zonde zijn. Er zijn nog meer dan genoeg zienswijzen en argumenten uit te wisselen.

 

Relevantie en de feiten

Bregman stelde in zijn (eerste) artikel (zie de link onderaan de pagina) dat historici hun maatschappelijk relevante taak van het lessen trekken uit het verleden weer op zich moeten nemen. Lessen trekken is vaak zeer moeilijk, zo stelt hij in zijn artikel zelf ook al, maar het opnieuw maatschappelijk relevant maken van hun vak zou historici toch moeten aanspreken. Ik ben het met Bregman eens en probeer in het onderstaande artikel via enkele genuanceerde aanbevelingen zelf nog een bijdrage aan dit debat te leveren.

 

Ik kies het woord genuanceerd niet voor niets, omdat ik denk dat die nuance nu juist de kracht is van de meeste historici. Daarom dan ook eerst een kritische opmerking over Bregmans toonzetting. Ondanks het juiste punt dat hij naar voren brengt, vliegt Bregman in zijn enthousiasme af en toe uit de bocht. Zijn oproep tot historisch partijdige analyses is al verdacht, maar het goedpraten van (kleine) vergissingen en anachronismen gaat te ver. De historische feiten zijn de data van historici. Oproepen om het daar niet zo nauw mee te nemen is hetzelfde als Diederik Stapels bij elkaar gefantaseerde data verdedigen, omdat die gegevens zo prettig maatschappelijke relevant zijn.

 

Actieve burgers die willen en kunnen

Toch heeft Bregman wel degelijk een punt. Historici laten niet genoeg van zich horen, zoals ook archeoloog Miko Flohr in zijn reactie op Bregman toegeeft. Dit ligt ten eerste aan de gebrekkige bereidheid van de historici om zich naast het historische ook met het actuele bezig te houden. Naast het academische werk zou de historicus namelijk bij uitstek een actieve burger moeten zijn. Als het bestuderen van de geschiedenis iets oplevert, is het wel meningsvorming op meerdere, zo niet alle gebieden van de maatschappij. De historicus doet voor een deel zijn werk in de ivoren toren van de wetenschap, maar moet ook af en toe naar buiten komen om te laten zien wat hij daar heeft gedaan en om zijn mening te verkondigen.

 

Naast het feit dat de historicus dit zou moeten willen, betekent dit ook dat hij in in een populariserende stijl moet schrijven. Dit moet voor iemand die zo getraind is in taalvaardigheid geen probleem zijn. Ik snap Bregmans kritiek dan ook wel op het rijtje proefschriften dat op het eerste gezicht niet heel erg maatschappelijk relevant en toegankelijk is. De verdediging van hoogleraar Els Stronk, die bij één van de proefschriften betrokken was, dat het probleem bestaat uit vertaalfouten vanuit de ‘NWO-taal’ naar normaal ABN is inderdaad niet erg sterk.

 

Toch ligt het probleem wat betreft bereidheid tot maatschappelijke relevantie niet alleen bij de historici. Ook de media zijn debet aan dit probleem. Het belang van scoren, in de vorm van oplage- of kijkcijfers, staat vaak voorop. Hierdoor worden de vaak genuanceerde (en dus te ‘saaie’?) stukken van historici gepasseerd voor kort-door-de-bocht-bijdrages van een gering aantal usual suspects. De verschillende media moeten, indien een grotere maatschappelijke bijdrage van historici gewenst is, ook bereid zijn meer de diepte in te gaan.

 

Gedurfde nuances

Ten tweede lijkt het probleem van de gebrekkige maatschappelijke relevantie ook voort te komen uit de wijze waarop aan professionele geschiedschrijving wordt gedaan. Ik ben niet zo pessimistisch als Bregman – het promotietraject is in mijn ogen niet waardeloos geworden. Het opstarten van het mastertraject Publieksgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam laat bovendien zien dat ook vanuit de universitaire wereld wel degelijk wordt nagedacht over de rol van de historicus in de publieke ruimte.

 

Toch kunnen historici in hun wetenschappelijk werk duidelijker maken wat ze bereikt hebben en hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen. In mijn eigen vakgebied, de geschiedenis van de internationale betrekkingen, is het bijvoorbeeld erg nuttig om te kijken naar hoe de collega’s van politicologie dat aanpakken. Ook zij bestuderen de internationale betrekkingen, maar doen dat als sociale wetenschappers. Zij gebruiken geijkte methodes en zijn eerder geneigd wetmatigheden weer te geven, waardoor boude uitspraken en duidelijke aanbevelingen mogelijk zijn. Historici kunnen hier van leren en vervolgens explicieter maken hoe ze te werk gaan en wat hun (maatschappelijk relevante) conclusies zijn. Op die manier wordt de door Bregman zo verfoeide trivialisering voorkomen. Bovendien zorgen duidelijkere methodes en expliciete conclusies voor een makkelijker vertaalslag naar het grote publiek.

 

Met dit alles wil ik niet zeggen dat geschiedenis zo snel mogelijk een sociale wetenschap moet worden. Juist niet! Historici kunnen leren van de sociale wetenschappen, maar moeten tegelijkertijd kritisch blijven over wetmatigheden en kant-en-klare analyses. De nuance is daarbij ons belangrijkste wapen. Lessen trekken uit verleden blijft moeilijk. Historici zullen zich dan ook nooit wagen aan het voorspellen van de toekomst. Historici kunnen echter, als ze bereid zijn uit de ivoren toren te komen en te werken op een iets gedurfder manier, de maatschappij wel voorbereiden op wat er komen gaat. 

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Hein van Lieshout, historicus van de internationale betrekkingen
Nederland heeft een New Deal nodig - 29 april 2013
Tijd voor een nieuw Nederlands Midden-Oostenbeleid - 20 november 2012
Historici moeten een grotere rol opeisen in het debat - 30 oktober 2012
Europees doormodderen is geen optie - 27 oktober 2012



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer