Europa
25 augustus 2011 | door: Vestert Borger, promovendus Europa Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden

Frans-Duits voorstel voor ‘Euroregering’: oude wijn in nieuwe zakken

Het Frans-Duitse plan om een euroregering in te stellen, vormt geen panacee voor de problemen van de euro. Om de eenheidsmunt structureel te versterken is een wijziging van de EU Verdragen nodig.

"Dit plan is geen oplossing voor het wezenlijke probleem van de euro"

A crisis is a terrible thing to waste’. Deze uitspraak van de Amerikaanse econoom Paul Römer geeft uitstekend de paradox van de Europese schuldencrisis weer. Enerzijds noopt de crisis lidstaten in de eurozone tot het doorvoeren van pijnlijke bezuinigingen en het beschikbaar stellen van miljarden aan noodsteun. Anderzijds vormt zij een uitgelezen kans voor het doorvoeren van noodzakelijke structurele hervormingen van de Economische en Monetaire Unie. Tot op heden hebben Europese regeringsleiders van deze kans echter onvoldoende gebruik gemaakt. Ook het Frans-Duitse plan om een ‘Euroregering’ in het leven te roepen, lijkt geen oplossing te bieden voor het wezenlijke probleem van de euro.

 

Fundamentele asymmetrie

Al bij de invoering van de euro op 1 januari 1999 werd door critici gewezen op zijn fundamentele tekortkoming: de asymmetrie tussen economisch en monetair beleid. Terwijl het monetair beleid gecentraliseerd is op Europees niveau en stevig in handig is van de ECB ontbreekt een gedegen politiek en economisch fundament voor de eenheidsmunt. De huidige schuldencrisis maakt pijnlijk duidelijk tot welke grote financiële en economische gevolgen deze asymmetrie heeft kunnen leiden.

 

De maatregelen die tot nu toe getroffen zijn om de crisis te bestrijden, lossen het wezenlijke probleem van de euro niet op. Terwijl de politieke leiders de patiënt keer op keer reanimeren, veranderen zij niets aan de ongezonde leefstijl van de patiënt. Het gevolg: de onrust op de financiële markten blijft aanhouden en het overslaan van de crisis naar lidstaten als Italië, Spanje en zelfs Frankrijk kan niet worden uitgesloten.

 

‘Euroregering’?

Heel even gloorde er onlangs hoop aan de horizon toen de Duitse bondskanselier Merkel en de Franse president Sarkozy hun plan voor een ‘Euroregering’ presenteerden. Neemt de Frans-Duitse as, van oudsher de motor van Europese integratie, nu dan eindelijk het initiatief om de economische basis van de euro substantieel te versterken? Waarschijnlijk niet. Zoals vaker het geval is geweest tijdens deze eurocrisis, ontbreekt het ‘Merkozy’ aan politieke daadkracht om Europese economische integratie in een stroomversnelling te brengen.

 

Op het eerste zicht lijkt het plan veelbelovend: een economische regering voor de eurozone die ervoor zorgt dat lidstaten een gedegen financieel beleid voeren en convergentie van economieën bevordert. Bij nadere bestudering slaat echter de twijfel toe. Wat heeft men nu daadwerkelijk afgesproken?

 

Regeringsleiders uit de eurozone dienen minstens tweemaal per jaar samen te komen onder leiding van president van de Europese Raad Van Rompuy om het economisch beleid aan te sturen. Daarnaast dienen lidstaten in hun grondwet een rem op de staatsschuld vast te leggen. Dit is niets nieuws onder de zon. Ten eerste komen de regeringsleiders uit de eurozone sinds enkele jaren al geregeld bijeen onder leiding van Van Rompuy in het kader van de Europese Raad. Ten tweede lijkt het voorstel voor een ‘Europese regering’ erg veel op het ‘Europluspact’ dat door Frankrijk en Duitsland afgelopen februari werd gepresenteerd en vervolgens in gewijzigde vorm door de eurolanden werd aangenomen. Oude wijn in nieuwe zakken.

 

Europluspact

In het Europluspact is al afgesproken het concurrentievermogen te verbeteren, de werkgelegenheid te bevorderen en de financiële stabiliteit te versterken. Hiertoe dient de EU meer invloed te krijgen op het economisch beleid van lidstaten, onder meer op het gebied van pensioenen, vennootschapsbelasting en lonen. Ook hebben lidstaten zich in het Europluspact al verplicht om de begrotingsregels uit het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) in nationale wetgeving om te zetten, bij voorkeur de Grondwet.

 

Het Europluspact mag grote ambities hebben, het schiet tekort in het afdwingen van gemaakte afspraken. Elk land blijft zelf verantwoordelijk voor de keuze van de specifieke maatregelen om de doelstellingen te bereiken. Daarnaast vindt controle op naleving van de afspraken enkel plaats op politiek niveau: staatshoofden en regeringsleiders dienen elkaar periodiek te controleren op basis van een verslag van de Commissie. Het fiasco met het SGP in 2003, toen Frankrijk en Duitsland de begrotingsregels schonden, toont aan hoeveel moeite lidstaten hebben om elkaar politiek de maat te nemen.

 

Verdragswijziging

Toegegeven: de komende maanden dienen de details van het plan voor een Euroregering verder te worden uitgewerkt door Van Rompuy. Ook uit zijn koker zal echter geen oplossing komen die de fundamentele asymmetrie tussen economisch en monetair beleid opheft.

 

Deze asymmetrie is namelijk in de EU Verdragen verankerd. Die leggen wat betreft economisch beleid het primaat bij de lidstaten. In de kern verplichten de Verdragsregels lidstaten enkel hun economisch beleid te ‘coördineren’. Juridisch meer bindende regels gelden alleen op het gebied van het begrotingsbeleid waar lidstaten zich dienen te houden aan de begrotingsnormen uit het SGP, op straffe van sancties. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in 2009 bieden de EU Verdragen de mogelijkheid verdergaande maatregelen met betrekking tot economische coördinatie en begrotingsbeleid te introduceren voor lidstaten in de eurozone. Een fundamentele wijziging van het economisch bestel van de EU is op basis van de huidige Verdragen echter niet mogelijk.

 

Voor zo’n fundamentele wijziging, bijvoorbeeld de invoering van ‘Euro-obligaties’, is dus een aanpassing van de EU Verdragen nodig. Dit vereist politiek leiderschap en daar ontbreekt het in Europa momenteel aan. Het echec van de Europese Grondwet en de moeizame ratificatie van het Verdrag van Lissabon liggen bij veel Europese regeringsleiders nog vers in het geheugen.

 

Momenteel worden de Verdragen al aangepast om het tijdelijke noodfonds in 2013 te kunnen vervangen door een permanent stabilisatiemechanisme. Nog een Verdragswijziging is in de ogen van veel lidstaten dan ook teveel van het goede. Ook in Nederland bestaat hiervoor weinig animo. Het Kamerdebat over de eurocrisis dat op 16 en 17 augustus werd gehouden, is illustratief. Veel politieke partijen benadrukten dat de handhaving van het SGP moet worden verbeterd maar achtten een overdracht van bevoegdheden aan Brussel op andere gebieden onwenselijk. Ook minister van financiën de Jager focust voornamelijk op versterking van het SGP en behoedt ons voor verdere Verdragswijzigingen.

 

Een betere naleving van het SGP is zeer wenselijk. Tot op zekere hoogte kan dit inderdaad worden gerealiseerd zonder Verdragswijziging. Een oplossing voor het wezenlijke probleem van de euro is het echter niet. Zoals al de hele crisis het geval is, blijft de politiek achter de feiten aanlopen.

 

Op naar de volgende reanimatie.

Trefwoorden:
Europa

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Vestert Borger, promovendus Europa Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden
Frans-Duits voorstel voor ‘Euroregering’: oude wijn in nieuwe zakken - 25 augustus 2011



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer