Economie
7 januari 2013 | door: Jan Diek van Mansvelt, emeritus hoogleraar Wageningen UR

Ontaarde landbouw put bodems uit

Het huidige economische groeisysteem heeft een slachtoffer gemaakt waar we tot nu toe een blinde vlek voor hebben: de vruchtbaarheid van onze landbouwgrond. We mogen de volgende generaties niet opzadelen met de rekening van onze roofbouw.

"Door opschaling neemt de hoeveelheid menselijke zorg per hectare, per dier en per gewas almaar af."

We leven in de meest turbulente periode uit de geschiedenis. Nooit eerder kwamen er zulke hoge opbrengsten van het land, waren we zo volgevreten en zijn onze landbouwbodems zo uitgeput. Aangedreven door de groei-economie zijn boeren, voedselindustrie en consumenten de weg kwijtgeraakt. 'Ontaarding' is een toepasselijke omschrijving van het probleem.

 

Torenhoge leningen

Laat ik bij de basis van de voedselketen beginnen: de boeren en tuinders. Een groot aantal van hen is figuurlijk ontaard, omdat de grond waarop ze telen eigenlijk van de bank is. Met de grond als onderpand hebben ze de afgelopen decennia torenhoge leningen afgesloten. Dat geld hadden ze nodig voor meer hectares, grotere machines en nog grotere schuren en stallen. 'Optimaal profiteren van schaalvergroting', heet dat. Een landbouweconoom steekt zijn duim omhoog. Ik houd mijn hart vast. Deze ontwikkeling heeft de grondprijzen namelijk keihard omhoog gejaagd. Vandaag de dag moet je zo'n vijftigduizend euro neerleggen voor een hectare landbouwgrond; op toplocaties kan de marktwaarde zelfs oplopen tot meer dan twee ton.

 

Schijnvruchtbaarheid

De afzetprijzen blijven echter ver achter. De agrariërs moeten dus steeds ‘efficiënter’ werken om de leningen afbetaald te krijgen. Concreet betekent dit: nog meer tonnen opbrengst per hectare eruit sleuren en nog meer dieren in één stal proppen. Door deze opschaling neemt de hoeveelheid menselijke zorg per hectare, per dier en per gewas almaar af. Dat is nog heftiger want dat is letterlijke ontaarding. Oorspronkelijk was landbouw 'inboeren': het vruchtbaar maken van grond was het basisdoel. Na de Wereldoorlogen is het 'uitboeren' begonnen: alle vruchtbaarheid uit de grond rukken en overschakelen op de schijnvruchtbaarheid van kunstmest. Wij noemen het schijnvruchtbaarheid omdat kunstmest de planten ziek maakt. Bij een opgejaagde groei krijg je waterige cellen met minder ontwikkelde eiwitten, minder interessante geur- en smaakstoffen en minder vitamines.

 

Boeren met grootschalige monoculturen hebben zich afhankelijk gemaakt van mega-afnemers zoals Unilever en Ahold. Die laatste had recent goed nieuws voor zijn producenten: ze mogen nóg meer leveren. Maar omdat ze méér mogen leveren, gaat de afzetprijs wél 2% omlaag. Na protest van de boeren is de prijsverlaging 'voorlopig opgeschort'. Maar het maakt wel het economische spel zichtbaar waar de aandeelhouders blij van worden: massaal goedkoop inkopen en massaal duur verkopen. In dat spel zijn ook veel consumenten ontaard: misleid door kiloknallers en kingsize verpakkingen zijn ze de 'menselijke maat' kwijtgeraakt en structureel te veel gaan eten. Volgens het CBS is 45% van alle volwassenen in ons land te dik waarvan 11% zelfs ernstig overgewicht heeft.

 

Een nieuw economisch model

'Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt', zei Albert Einstein. Om de kwaliteit van onze landbouwgrond en voedsel veilig te stellen, is dan ook een nieuw economisch model nodig. Een voorbeeld van zo'n nieuw model is wat Stichting Grondbeheer doet: zij koopt landbouwgrond, waardoor die eigendom wordt van de gemeenschap. Die landbouwgrond verpacht zij aan biologisch-dynamische ondernemers voor pachtprijzen die betaald kunnen worden uit het vruchtgebruik van de grond. De waarde van de grond wordt dus niet bepaald door speculaties maar door de oogst die de boer er jaar in en jaar uit vanaf kan halen.

 

In haar dagelijkse werk ziet Stichting Grondbeheer wat het doet met boeren en tuinders wanneer de schuldenlast en productiestress is weggenomen. Ze kunnen weer aarden en doen waartoe ze ooit voor het boerenvak gekozen hebben: de bodem vruchtbaar maken, gezonde gewassen telen en hun dieren in het weiland laten lopen.

 

Het werk van Stichting Grondbeheer is actueler dan ooit. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) slaat inmiddels ook alarm over de zorgwekkende situatie van onze uitgeputte landbouwbodems. Het is een wereldwijd probleem. De FAO was dan ook partner van de eerste Global Soil Week, die november 2012 in Berlijn plaatsvond. De slogan van het evenement – 'Soils for life' – zegt genoeg: bodems zijn van levensbelang.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Jan Diek van Mansvelt, emeritus hoogleraar Wageningen UR
Ontaarde landbouw put bodems uit - 7 januari 2013



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer