Midden-Oosten
18 januari 2013 | door: Meriç Esin

Arbeidsongelukken in Turkije door neoliberaal beleid AK-partij

Op 7 januari vielen er opnieuw doden door een explosie in een Turkse mijn. En opnieuw doet de overheid niets wezenlijks.

"Na ieder dodelijk ongeluk beloven ministers ‘beterschap’ zonder iets te doen"

Op 7 januari 2013 om ongeveer 13 uur vond in een kolenmijn in het district Kozlu van de Turkse provincie Zonguldak een methaangasexplosie plaats. Als gevolg daarvan stortte in een diepte van 630 meter onder de grond een tunnel in. Bij het arbeidsongeluk verloren volgens officiële verklaringen 9 arbeiders hun leven en kon één zwaargewonde arbeider gered worden.

 

De steenkoolmijnen in Kozlu zijn onderdeel van het staatsbedrijf ‘TTK’ (‘Türkiye Taşkömürü Kurumu’, vertaald: Turkse Steenkool Instelling). De arbeiders die er werkten waren verbonden aan een onderaannemer, de firma ‘Star İnşaat’.

 

Het arbeidsongeluk en het verlies dat het heeft veroorzaakt bracht bij verschillende partijen en kringen verdriet, verontwaardiging en woede teweeg. Temeer omdat het net als de voorgaande ongelukken een direct gevolg is van nalatigheid en onveilige arbeidsomstandigheden. Het probleem van de onveilige arbeidsomstandigheden in de steenkoolmijnen is niet nieuw. Sinds jaar en dag vinden er regelmatig arbeidsongelukken plaats waarbij bijna altijd doden en gewonden vallen.

 

Statistieken

Een indicatie… Volgens de eigen statistieken van de ‘TTK’ vonden er in de steenkoolmijnen van Zonguldak in de periode 1990-2008 intotaal zo’n 21.000 arbeidsongelukken plaats. Omgerekend waren dat zo’n 1166 ongelukken per jaar, ruim 97 per maand en gemiddeld meer dan 3 ongelukken per dag. Daarbij verloren in totaal 1034 mijnarbeiders onmiddellijk of kort na de ongelukken hun leven, raakten er  11.000 verwond en werden 3000 daarvan door opgelopen verminkingen blijvend invalide. Sinds 2008 zijn deze getallen alleen maar gestegen.

 

Nieuwe statistieken van de Turkse vakcentrale ‘DİSK’ tonen aan dat de arbeidsongelukken in de steenkoolmijnen sinds 2002 (het jaar waarin de ‘AK’-Partij aan de macht kwam) spectaculair zijn toegenomen met 40%. Volgens vakcentrale ‘DİSK’ hield de toename van het aantal arbeidsongelukken gelijke tred met de toename van privatisering en uitbesteding van werken aan hoofd- en onderaannemers. (Turkstalige bronnen:http://kadirtuncer.blogcu.com/komur-ocaklarinda-18-yilda-600-cinayet/6551660, http://www.disk.org.tr/)

 

Desinteresse en nalatigheid

Zo traditioneel als de slechte arbeidsomstandigheden en de extreem frequente arbeidsongelukken zijn, zo traditioneel is ook de desinteresse en nalatigheid van de Turkse overheid ten aanzien van het leven en welzijn van de mijnarbeiders. Of zij nu liberaal, sociaal-democratisch, nationalistisch of religieus waren, alle regeringen die tot nu toe het revue hebben gepasseerd en ook de huidige regering van de ‘AK’-Partij onder leiding van premier Erdoğan, alsmede de daaraan ondergeschikte bestuurlijke organen waaronder de ‘TTK’-directie hebben sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw eigenlijk alleen maar staan toekijken hoe de problemen groter en groter werden. Niets wezenlijks hebben zij gedaan om de arbeidsomstandigheden in de steenkoolmijnen te verbeteren, de arbeidsongelukken terug te dringen en de aantallen menselijke slachtoffers tot een in zekere zin ‘aanvaardbaar minimum’ te reduceren. De overheid heeft door haar nalatige houding in combinatie met haar neoliberale politiek de arbeidsomstandigheden juist doen verslechteren.

 

----Ten eerste heeft zij de technologie van de  steenkoolproductie en de bijbehorende productiemiddelen, sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw nauwelijks verbeterd of gemoderniseerd.

 

----Ten tweede heeft de overheid zich met name sinds 1980 vastberaden getoond op het punt van liberalisering van de hele economie van het land, zo ook van de steenkoolmijnen. Sinds jaar en dag is de overheid dan ook erop uit om mijnen te verhuren aan hoofdaannemers die op hun beurt onderaannemers inschakelen om zo de arbeid-, loon- en productiekosten optimaal te minimaliseren en de eigen winsten optimaal te maximaliseren. Deze onderaannemers trekken vervolgens arbeidskrachten aan die vaak ‘zwart’ aan het werk gezet worden. Een deel van de aangetrokken arbeidskrachten bestaat vaak uit ervaren arbeiders, het andere deel vaak uit onervaren arbeiders. De beide delen hebben vooral gemeen dat zij laag beloond worden en  ongeorganiseerd zijn, omdat enerzijds de hoofd- en onderaannemers liever geen vakbonden op hun ‘objecten’ toelaten en anderzijds de arbeiders die lid worden van een vakbond het risico lopen door dezelfde aannemers ‘ontslagen’ te worden. Deze arbeidskrachten worden door omstandigheden gedwongen om tegen zeer slechte arbeidsvoorwaarden werk te accepteren. Daarmee ondergaan zij een arbeidersbestaan waarin vreselijke praktijken van uitbuiting, misbruik en vernedering tot de orde van de dag behoren. Onderaannemers zetten deze arbeidskrachten meestal als ‘ongeregistreerde en zwartwerkende dagloners’ aan het werk om geen sociale verzekeringspremies voor hun te hoeven af te dragen, geen al te hoge vennootschapsbelasting te hoeven betalen en de absolute mogelijkheid te hebben om ze onmiddellijk, gemakkelijk en zonder opgave van redenen weg te sturen als zij te ‘veeleisend’ worden, zich gaan organiseren, een vakbond inschakelen of een advocaat bij de arm nemen. De arbeidsverhoudingen waarbij deze ‘ongeregistreerde en zwartwerkende dagloners’ betrokken zijn, kenmerken zich door het feit dat zij geheel in het voordeel van de onderaannemers en nog meer in het voordeel van de hoofdaannemers zijn.

 

----Ten derde… De onderaannemers in kwestie maken zich, net als hun opdrachtgevende hoofdaannemers, allerminst zorgen om de waardigheid, gezondheid, veiligheid en welzijn van de arbeiders. De overheersende tendens is dat zij, net als de overheid, niet of nauwelijks investeren in menswaardige en  mensvriendelijke arbeidsomstandigheden. De Turkse overheid is zeer goed op de hoogte van deze even mensonwaardige als -vernederende arbeidscondities waarin burgers omgedoopt worden tot slaven. Alleen slaven worden behandeld zoals de aannemers in kwestie ‘hun’ werknemers behandelen. Toch controleert de overheid niet, grijpt zij niet in en kijkt zij steeds weg! Door de onbezorgdheid, nalatigheid en bewuste passiviteit van de overheid kunnen deze negatieve arbeidscondities voortbestaan, zullen er voortdurend nieuwe arbeidsongelukken plaatsvinden en zullen helaas steeds nieuwe menselijke slachtoffers te betreuren zijn.

 

----Ten vierde… De genoemde hoofdaannemers, aan wie de regering de exploitatie van de mijnen stelselmatig heeft uitbesteed, sympathiseren en collaboreren vaak met de regerende ‘AK’-Partij. De relatie tussen de ‘AK’-Partij en de hoofdaannemers kenmerkt zich niet zelden ook door ‘wederzijdse vriendendiensten’. De stelselmatige invoering van deze aanbestedingspolitiek leidde onder andere tot nagenoeg de volledige liquidatie van de vroegere structurele werkgelegenheid met alle bijbehorende relatief gunstigere arbeidsvoorwaarden. Liquidatie van de structurele werkgelegenheid betekende de verdwijning van werk- en inkomenszekerheid en leidde vervolgens tot meer en langduriger werkloosheid, drastische en chronische koopkrachtdaling, ernstige en chronische armoede, uitzichtloosheid, een grote afhankelijkheid van de onderaannemer en een arbeidersbestaan dat meer bij slaven hoort dan bij burgers.

 

Geen arbeidsongeluk maar ‘aanslag op leven’

 ‘Wanneer zal de overheid tot inkeer komen en eindelijk een keer behoorlijk bestuur aan de dag leggen en gaan ingrijpen in het belang van het land en de burger?’ Dat is de grote vraag die vooral door de arbeiders en de vakbonden gesteld wordt en die onbeantwoord blijft door de overheid.

 

Na ieder dodelijk arbeidsongeluk wordt er ‘beterschap’ beloofd door de verantwoordelijke minister of zijn woordvoerders namens hem, maar alles blijft, zoals tot nu toe gebleken is, slechts bij woorden. Dat is precies de reden waarom arbeiders die in de steenkoolmijnen werken ieder nieuw arbeidsongeluk als een aanslag op hun leven ervaren, die door de trojka van overheid, hoofdaannemer en onderaannemer gepleegd wordt. Het is de onverantwoorde houding en nalatigheid van deze trojka die ieder ongeluk omzet in een aanslag omdat ieder ongeluk dat door nalatigheid wordt veroorzaakt in principe voorkomen had kunnen worden door op tijd en in voldoende mate de juiste maatregelen te treffen.

 

Strijd was en is noodzakelijk

De bovenbeschreven opstelling van overheid en aannemers was en is voor vakbonden en arbeiders doorgaans een belangrijke aanleiding voor het voeren van strijd. Deze strijd bereikte tussen 4 en 8 januari 1991 een hoogtepunt. In navolging van een regionale staking in Zonguldak, kwamen de mijnarbeiders samen met hun naasten en andere aanhang in beweging voor een demonstratieve mars van Zonguldak naar Ankara. Zij hadden zich voorgenomen, om bij aankomst in Ankara, van de regering te eisen de plannen voor de sluiting van de steenkoolmijnen in Zonguldak te vernietigen en de productietechnologie die daar van toepassing was te moderniseren. Zij hadden een reeks van eisen ter verbetering van hun arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden en ter versterking van hun positie binnen de arbeidsverhoudingen waar zij mee te maken hadden. De mijnarbeiders wilden met deze mars bovendien met kracht protesteren tegen de eerste Golf-oorlog die toen dreigde plaats te vinden en tegen iedere betrokkenheid van Turkije bij deze eventuele oorlog. Aan de mars namen meer dan 100 duizend mensen deel. Helaas kon deze echter niet voltooid worden vanwege de barricade van leger en politie halverwege de route. Met de regionale staking en deze mars die daarop volgde heeft de strijd van de mijnarbeiders van Zonguldak zowel in heel Turkije als ook daarbuiten een mobiliserend effect gesorteerd. In Turkije kwamen arbeiders van verschillende sectoren in actie. Zo hebben de metaalarbeiders in het land een landelijke 24-uursstaking gehouden en hebben in het buitenland woonachtige Koerdische en Turkse arbeiders in verschillende steden van Europa solidariteitsacties georganiseerd om de mijnarbeiders, hun eisen en hun strijd te steunen.

(Zie ook de link naar de video over de mijnarbeidersmars van Zonguldak naar Ankara in 1991: https://www.youtube.com/watch?v=lXwh5mcwc8k&NR=1&feature=endscreen)

 

Turkije in de top-3

Ook vandaag wordt dezelfde strijd tegen uitbuiting, misbruik en vernedering voortgezet door arbeiders in Zonguldak en in het hele land. De bovenbeschreven neoliberale praktijken komen in essentie immers in het hele land en in nagenoeg alle sectoren voor. Deze praktijken vormen een landelijk probleem in Turkije dat op nummer drie staat in de lijst van landen waar de meeste arbeidsongelukken plaatsvinden. (Zie: http://www.lawyerturkey.org/2012/09/industrial-accidents-in-turkey.html)

 

Naar aanleiding van het arbeidsongeluk van 7 januari 2013 hebben arbeiders in Zonguldak wederom gedemonstreerd om tegen de overheid en de firma ‘Star İnşaat’ te protesteren. In andere plaatsen werden solidariteitsacties gehouden om de protesten van de mijnarbeiders in Zonguldak te versterken.

  

Ook bewindspersonen hebben aangegeven het ongeluk en de slachtoffers te betreuren. Voor veel mensen is het echter een grote vraag in welke mate hun treurnis echt en gemeend is. Het zijn immers dezelfde personen die deel uitmaken van de bovengenoemde trojka. Het zijn ook dezelfde bewindsmannen die tot nu toe een ‘belangrijke’ bijdrage hebben geleverd aan de beantwoording van de vraag waarom toch arbeidsongelukken plaatsvinden en waarom arbeidsongelukken vooral in de steenkoolmijnen bijna altijd een dodelijk gevolg hebben.

 

Tegelijk neoliberaal en islamistisch

Minister-president Erdoğan was de eerste om de vraag op een ‘verklarende’ en ‘verlossende’ manier te beantwoorden. Vol trots en met geheel droge ogen sprak hij als volgt: “Dat is het heilige lot van de verongelukten. Allah heeft het zo gewild en voorbestemd!”. Een andere bewindsman bevestigde vervolgens de juistheid van het antwoord van Erdoğan en drukte de arbeiders op het hart dat hun collega’s ‘echt waar’ op een ‘mooie manier’ zouden zijn gestorven. (Zie:http://globalvoicesonline.org/2013/01/11/turkey-city-of-zonguldak-hits-the-headlines-once-again/,  http://www.hurriyetdailynews.com/default.aspx?pageid=438&n=god-vs.-technology-2011-10-26)

 

Een voorbeeld van hoe het mogelijk is tegelijkertijd neoliberaal en islamistisch te zijn. Uiteraard getuigt deze verklaring allereerst van disrespect voor alle arbeiders die onnodig geslachtofferd werden door de misdadige nalatigheid en passiviteit van partijen en kringen die zichzelf verrijken ten koste van de levens van anderen. Bovendien zijn deze verklaringen ook bedoeld als bedreiging, belediging en terechtwijzing aan het adres van vakbonden en  arbeiders die door strijd zelf hun lot trachten te verbeteren in plaats van deze verbetering over te laten aan Allah!

 

Het is niet verwonderlijk waarom net als alle voorgaande regeringen ook de huidige regering een hekel heeft aan strijdbare arbeiders en hun vakbonden. Het zijn immers deze arbeiders en hun vakbonden die met hun strijd de verdere uitvoering van het neoliberale programma afremmen en bemoeilijken.

 

Hekel of geen hekel, de arbeiders en hun vakbonden zijn aan het terugvechten. Hun verzet is inspirerend, leerzaam en hoopgevend voor de andere onderdrukte miljoenen in het land. De strijd werpt nu al vruchten af. Zeker zullen er nog talloze tegenslagen getrotseerd en tijdelijke nederlagen geleden worden. Maar geen kracht zal de beweging uiteindelijk kunnen stoppen of tegenhouden.

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer