Europa
1 februari 2013 | door: Stijn Decock, Hoofdeconoom Voka

Pas op voor een te dure euro

Nu er niet langer sprake is van landen die de euro gaan verlaten, maar wel van landen die tot de euro willen toetreden (Polen, Letland), dreigt er een nieuw gevaar; een veel te dure euro.

"Vaak wordt de wisselkoers bepaald door de muntenmarkt die haar eigen logica volgt."

Op een moment dat zowat alle Europese economieën, op Duitsland na, lijden onder de moeilijke maar noodzakelijke bezuinigingsmaatregelen, is exportgroei de beste garantie voor een economisch herstel. Die weg wordt door een dure euro bemoeilijkt. Europa moet niet meteen de oorlogstrom slaan in wat al eens de ‘currency war’ wordt genoemd, maar met de juiste communicatie vanuit de ECB kan te veel appreciatie vermeden worden.
 

De duurdere euro is heel nadelig voor de exportsectoren. Europese producten worden in het buitenland fors duurder, terwijl producten vanbuiten de eurozone net goedkoper worden. Een duurdere eenheidsmunt is wel positief, en zeker in België, om de inflatie te drukken. Zeker nu de olieprijzen door de verbeterde conjunctuurvooruitzichten in de rest van de wereld in de lift zitten. De economische logica volgend, zou de euro nu ongeveer aan haar maximum zitten. Maar het is helemaal niet zeker dat de wisselkoers wel degelijk de economische logica zal volgen.

 
Niets laat zich zo moeilijk voorspellen als wisselkoersen. Er zijn enkele macro-economische wetmatigheden waaraan een wisselkoers normaal beantwoordt, maar net zo vaak volgt een munt die macro-economische logica niet en wordt de wisselkoers veel meer bepaald door de muntenmarkt die haar eigen logica volgt.

 
Drie wetmatigheden

Fundamenteel wordt een wisselkoers in hoofdzaak door drie wetmatigheden bepaald: de koopkrachtpariteit, het rente- en groeiverschil en de handelsstromen. De koopkrachtpariteit meet het verschil in wat het prijsverschil is tussen eenzelfde groep van producten. De bekendste maatstaf voor koopkrachtpariteit is de BigMac-index. Een BigMac-hamburger ziet en smaakt in ieder land hetzelfde en aan de hand van het prijsverschil kan gemakkelijk berekend worden of een munt over- of ondergewaardeerd is. Volgens de koopkrachtpariteit benadering zou een euro eerder 1,25 dollar waard zijn.

 
De rente bepaalt de vraag en aanbod van het geld. Een land met een hogere rente biedt dus een hogere vergoeding op geld waardoor er meer geld naar dat land zal vloeien. De groei- en inflatievooruitzichten zijn dan weer een maatstaf voor de verwachte rente. Neemt de groei toe, dan zal de inflatie wellicht ook wat stijgen waardoor de centrale bank de rente sneller zal optrekken dan in het land met de lage groei. Qua groeiverwachting is de eurozone duidelijk in het nadeel tegenover andere grote economische zones. Voor de eurozone zal het bbp in 2013 in het beste geval ongewijzigd blijven. Voor de VS wordt op een groei van een kleine 2% gerekend. De beleidsrente in Europa bedraagt daarentegen 0,75% tegenover 0,125% in de VS.

 
De handelsstromen zouden ook een indicatie voor de wisselkoers moeten zijn. Als land A een overschot op de handelsbalans heeft ten opzichte van land B, zal normaal de wisselkoers van land A toenemen omdat de vraag naar de munt van land A, vanwege de export, zal toenemen. Hier speelt de VS duidelijk in het nadeel, aangezien het handelstekort bijna 4% van het bbp bedraagt. De eurozone doet dankzij Duitsland hier veel beter.

 
Wanneer we deze 3 factoren oplijsten, is een euro/dollar koers van 1,35 aan de dure kant, en zou vooral door de slechtere conjunctuurvooruitzichten de dollar wat duurder moeten worden.

 
Carry trades
Maar er spelen nog heel wat andere factoren die een munt doen bewegen. Een belangrijke is de zogenoemde ‘carry trade’. In een ‘carry trade’ (een goede Nederlandse vertaling bestaat niet voor dit begrip) ontleent men in een munt met een lage rentevoet en koopt men activa met een veel hoger rendement, zoals hoogrentende munten van opkomende landen. Vooral hefboomfondsen, die van nature met een schuldhefboom werken, hanteren graag carry trades.

 
Wanneer carry trades op grote schaal worden toegepast, hebben zij een bepalende impact op wisselkoersen. De munt waarin ontleend wordt, of waarin in vakterminologie ‘short’ gegaan wordt, zakt nog meer, terwijl de munt waarin iets gekocht (de ‘long’ bet) wordt door de extra vraag nog meer stijgt. Dit heeft op zich weer een zelfversterkend effect omdat het verschil tussen de munten steeds groter wordt, wat een carry trade lucratiever maakt. In de periode 2003-2008 was de yen- Australische dollar een zeer populaire carry trade positie: ontlenen in yen (waardoor die nog goedkoper werd) en beleggen in Australische dollar (waar de rente veel hoger was). Wanneer de verwachtingen rond de wisselkoers of rente opeens omkeren, klapt dit ineen. Dit was iets wat we in 2009 gezien hebben. Ondanks de diepe recessie in de VS, steeg de dollar, omdat speculatieve posities werden omgedraaid.

 
Hierdoor krijg je het nogal bizarre effect dat wanneer de wereldgroei en in het bijzonder de groei in de VS aantrekt, de dollar zakt. De markten geloven opnieuw in risico nemen en gaan dus grotere hefboomposities innemen. De dollar, waarbij de Federal Reserve gewillig aan de persen zwiert, is dan een geliefkoosde munt op speculatieve hefboomposities in te nemen. De euro, die in de ECB een veel minder agressieve centrale bank achter zich heeft staan, is in tijden van risiconemen minder gewild om ‘short’ te gaan, waardoor de euro gaat stijgen. Komt daarbij ook dat door de eurocrisis heel wat financiële partijen buiten Europa vanwege de eurocrisis hun posities in euro hadden afgebouwd. Door het (tijdelijk) opgelost zijn van de eurocrisis, komen die partijen nu terug.

 
Wij pleiten nu niet dat de ECB dezelfde toer opgaat als de Federal Reserve en de Bank of Japan en massaal liquiditeiten in het systeem pompt om de euro alsnog onderuit te krijgen. Toch kan indien nodig ECB-voorzitter met wat goedgerichte commentaren duidelijk maken dat de ECB alsnog een te dure euro zal bestrijden. Dat kan voldoende zijn om de opwaartse druk te doen afnemen. Een te dure euro kunnen we missen als kiespijn.

Trefwoorden:
EuropaEconomie

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer