Economie
7 februari 2013 | door: Ewoud Jansen, Econoom

Pas op met de multiplier!

Het is veiliger als de overheid niet met ‘investeringen’, maar met lastenverlichting de economie stimuleert. Helaas heeft het kabinet dat juist niet gedaan.

"De overheid kan niet eeuwig de economie blijven ‘stimuleren’"

Economen waren onlangs druk bezig met een ongrijpbaar fenomeen: de ‘multiplier’. We weten dat het ding bestaat maar niemand heeft hem ooit goed gezien en daarom is onbekend hoe groot of klein hij is.

 

Die multiplier geeft aan hoe sterk de verhoging (of verlaging) van bepaalde uitgaven doorwerken in het Bruto Binnenlands Product (BBP). Een multiplier van 1,5 betekent dat een extra uitgave van €100 leidt tot een stijging van het BBP van €150. Dat klinkt als een sprookje maar er is een logische verklaring voor. Als ik besluit de economie te stimuleren door spaargeld te gebruiken om een groot feest te geven dan veroorzaakt mijn besteding bij partycentrum de Oude Hoeve weer andere economische activiteiten. Toeleveranciers krijgen orders en personeel krijgt extra salaris dat ze gaan uitgeven. En natuurlijk hoop ik dat mijn gasten mij met kostbare geschenken overladen. Niet voor mezelf uiteraard, maar voor de economie. De multiplier is als een steen in de economische vijver: hoe verder de rimpelingen komen, hoe groter de multiplier.

 

Laten we er terughoudend mee zijn

Over hoe groot die multiplier voor Nederland is waren de economen Sweder van Wijnbergen en Bas Jacobs het onlangs academisch oneens. En begin januari verscheen een studie van Olivier Blanchard en Daniel Leigh van het Internationaal Monetair Fonds. Zij stelden vast dat de multiplier voor overheidsuitgaven in tijden van recessie veel groter is dan eerder werd aangenomen. Dit betekent dat de bezuinigingen die Europese landen nu doorvoeren schadelijker voor de economie zijn dan oorspronkelijk verondersteld. Dat kan een reden zijn om meer overheidsinvesteringen te bepleiten. Maar laten we daar toch maar terughoudend mee zijn.

 

Als er investeringen worden gedaan die onzinnig zijn, kan het BBP stijgen terwijl de levensstandaard van ons allen er toch op achteruit gaat. Stel dat de overheid onder druk van de bouwlobby en in navolging van de besteding van EU-subsidies in Polen zou besluiten om alle doorgaande wegen in ons land te voorzien van metershoge geluidsschermen. Dat is prachtig nieuws voor aannemend en bouwend Nederland. Eelco Brinkman kan tevreden zijn. Zijn geplaagde sector is er in één klap bovenop en moet heel veel nieuw personeel inhuren. Hierdoor resteert wellicht minder capaciteit voor het maken van dingen waar we wel iets aan hebben. De extra bouwactiviteit zal te zien zijn in een toename van ons BBP maar in termen van beschikbare goederen en diensten die we als consument zouden kunnen en willen consumeren kan er toch achteruitgang zijn.

 

Roep om extra overheidsinvesteringen

Zoals alle boekhoudkundige grootheden heeft het BBP zijn beperkingen. Maar als dat BBP twee opeenvolgende kwartalen krimp vertoont zitten we officieel in een recessie en schieten we in de stress. Stress die er altijd toe leidt dat er ergens geroepen wordt om extra overheidsinvesteringen. Het risico dat dit niet altijd zinnige investeringen zijn die op langere termijn meer schade dan nut opleveren is verre van denkbeeldig. Wanneer we jaren later van die lelijke schermen afwillen omdat ze ons het uitzicht op ons prachtige land ontnemen moeten we nogmaals arbeid vrijmaken en zijn terug bij af. De multiplier is dus een prachtig fenomeen, maar je moet goed oppassen hoe je hem inzet.

 

Het is veiliger als de overheid niet met ‘investeringen’, maar met lastenverlichting de multiplier zijn werk zou laten doen. Helaas heeft het kabinet dat juist niet gedaan en zodoende een flinke rem gezet op consumentenbestedingen en dat is inderdaad schadelijk voor de economie.

 

Demografische ontwikkelingen

Maar Blanchard en Leigh concluderen tevens dat hun studie slechts de kortetermijneffecten van bezuinigingen op economische activiteit betreft en dat is zeker niet het enige dat van belang is bij het formuleren van begrotingsbeleid. Demografische ontwikkelingen zetten grote druk op de toekomstige houdbaarheid van de overheidsfinanciën en dus is het op orde brengen van begrotingen zeker nodig.

 

Misschien niet nu zoals voorstanders van Keynesiaans beleid stellen. Maar wanneer dan wel precies blijft altijd een beetje onduidelijk. Ooit, als de economie weer hersteld is. Maar ja, het is de vraag hoe lang we daarop kunnen wachten. Het is bovendien twijfelachtig of we later kunnen rekenen op dezelfde gemiddelde groeicijfers als die van de afgelopen decennia. Die groei kan wel eens zwaar onder druk komen te staan als gevolg van de genoemde demografische ontwikkelingen.

 

Bovendien is in het verleden al te vaak gebleken dat ook in tijden van economische voorspoed politici de roep om meer investeringen of hogere inkomensoverdrachten moeilijk kunnen weerstaan. Er is immers toch geld zat. Het voeren van echt anticyclisch Keynesiaans beleid is in de praktijk erg moeilijk.

 

Het rapport van Blanchard en Leigh plaatst het effect van harde bezuinigingen in tijden van recessie in een ander daglicht. Maar een belangrijke conclusie van hun rapport is tevens dat we niet alleen moeten kijken naar de korte termijn en dat op langere termijn aanpassingen in overheidsbegrotingen onontkoombaar zijn. De overheid kan niet eeuwig de economie blijven ‘stimuleren’. Ook aan het inzetten van de fiscale multiplier om groei aan te jagen zitten grenzen.

Trefwoorden:
Economie

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer