Europa
6 maart 2013 | door: Joop Hazenberg, Nederlands schrijver, woont sinds januari in Brussel

Brusselaren, dóe toch iets aan jullie stad

In wat de hoofdstad van Europa kan zijn voltrekt zich een drama van totale fragmentatie die alleen de inwoners kunnen stoppen.

"Als Brussel één gezicht heeft, is het er eentje van armoede en verval"

Ik ben een liefhebber van België en van Brussel. Voordat ik met mijn betoog begin, wil ik deze boodschap alvast helder hebben neergezet. Wat volgt, is minder positief.

 

‘Deze stad is kapot!’, foetert mijn lunchgenoot, als we op weg zijn naar ons restaurant temidden van razend verkeer en vervallen gebouwen, vlakbij de Koekelberg. Ik ben op het verkeerde metrostation uitgepast en moest me in Molenbeek, vlakbij de Brusselse stad, door een hoop armoede en verloedering begeven voor ik mijn kompaan op zijn kantoor trof. ‘We noemen het hier klein-Gaza’, zegt hij, terwijl automobilisten overbodig agressief toeteren en het afval om onze voeten danst. ‘Brussel is een falende stad. De infrastructuur valt uiteen, er is totaal geen vervoersbeleid, mensen leven volstrekt langs elkaar, de armoede is gigantisch, en de politiek trekt zich van dit alles niets aan.’

 

Als een verse ‘Brusselaar’ kom ik helaas aan de lopende band negativiteit van de bewoners tegen. Ik woon sinds twee maanden in uw mooie hoofdstad en ken de Belgische samenleving dankzij mijn Gentse partner veel beter dan de gemiddelde Nederlander. Uit eigener beweging ben ik naar de capital of Europe getrokken, als zelfstandig EU-correspondent en om een nieuwe Europese denktank op te richten. And I love it. Deze stad is vergeven van de mensen die zich met de toekomst van ons continent bezighouden en voor hen is nationaliteit slechts een bijzaak. Na afloop van het werk begeef ik me geregeld naar een van de talloze prachtige kroegen, en loop naar huis over door sfeervolle lampen verlichte statige straten.

 

Brussel voelt soms als een roes. Maar de droom wordt meestal ruw verbroken door een klaagzang van anderen, of door verblindende lelijkheid en verloedering waar je je niet aan kunt ontrekken als je in deze stad bent. Bijvoorbeeld als je de beroemde lift neemt die je van laag naar hoog Brussel brengt bij het Justitiepaleis. Het was een prachtig visitiekaartje maar nu is de lift smerig, bewegen de deuren met schokken en valt hij soms uit.

 

Talloze stadskankers

Hoewel mijn partner Brussel een aparte entiteit vindt binnen de Belgische samenleving, tref ik hier in deze unieke stad een flink aantal karakteristieken die ik toch als Belgisch wil aanduiden. Ik noem er een paar. De verbrokkelende infrastructuur die aan straten in Roemenië of Albanië doet denken. De volstrekte chaos in de bebouwing inclusief talloze stadskankers, vergelijkbaar met de linten aan lelijke huizen in ‘landelijk’ Oost-Vlaanderen. Websites die uit de 20steeeuw lijken te komen, een bureaucratie die totale indolentie uitstraalt. En het gevoel dat mensen en zelfs hele gemeenschappen volstrekt langs elkaar leven, elkaar niet zien staan op straat, slechts een postcode of een gemeenschappelijk adres delen.

 

Deze totale fragmentatie van de samenleving wordt nergens meer zichtbaar dan in Brussel. In Amsterdam hebben we één gemeente die onderverdeeld is in stadsdelen – en die worden binnenkort opgeheven. Hier in Brussel heb je 19 aparte gemeenten, elk met hun eigen beleid, stadsplanning en publieke ruimte. Dat merk ik als ik van mijn ‘kot’ in Sint Gilles naar mijn werkplek in Etterbeek loop. De routeplanner van MIVB herkent mijn voorkeuren niet als ik me binnen ‘Brussel’ wil verplaatsen, nee, ik moet de aparte gemeenten invoeren vooraleer hij de Overwinningsstraat of de Schumanrotonde herkent.

 

Hier beweeg ik me door de totale schizofreniteit. Zelfs binnen Sint Gilles kun je van het ene op het andere moment van een omgeving van statigheid tot die van compleet verval geraken en zie je meisjes die naar huis lopen achtervolgd worden door opgeschoten jongens in auto’s met opgevoerd motorblok. In de voetgangerstunnel onder Louisa liggen al maanden gezinnen met kinderen. Vorige week liep ik de chique Europese wijk uit en belandde ik plotsklaps in Sint-Joost ten Noode, een van de armste buurten in België, op een steenworp afstand van de Brussels EU bubble waar jaarlijks 140 miljard euro aan Europees geld wordt verdeeld. Ik moest metersdiepe gaten in de wegen ontwijken en zag straatarme mensen met holle blikken doelloos rondhangen.

 

Treurige harmonicamuziek

Als Brussel één gezicht heeft, is het er eentje van armoede en verval. Als de argeloze bezoeker uit een van de 27 EU-lidstaten bij u op bezoek komt, zal hij op Brussel-Midi eerst een perron zien waar gras tussen de tegels groeit. Daarna struikelt hij over de zwervers, moet hij een tienrittenkaart voor de metro kopen zonder dat er een fatsoenlijke metrokaart hangt, en zijn de metro’s vervolgens vergeven van de stinkende alcoholisten en de roma’s wiens kinderen de centjes voor treurige harmonicamuziek mogen ophalen.

 

Ben ik cynisch? Geenszins. Dit is het Brussel dat ik dagelijks zie. Een stad die zo veel meer een stad is dan bijvoorbeeld Amsterdam, veel stedelijker, levendiger, internationaler, gevaarlijker en rauwer, en daarom zo aantrekkelijk.

 

Ik woon – niet eens officieel – met veel plezier in Brussel, en deze plek gaat mijn hart stelen. Al jaren kom ik hier geregeld, vooral voor zaken die met de Europese Unie te maken hebben, en nu heb ik het voorrecht om hier langere tijd te mogen verblijven. Zo voel ik dat, en helaas moet ik zeggen dat vele andere expats – en Belgen – dat gevoel absoluut niet delen.

 

'Parijs en Londen zijn vlakbij'

Ik vermoed dat de gemiddelde Belg hier niet bij stil zal staan, maar onder de expat community alhier heeft Brussel een bijzonder slechte naam. Ik wou zo graag dat het anders was, maar het is niet zo. Iedere keer dat ik iemand vraag hoe hij/zij Brussel vindt, volgt er steevast een ongemakkelijke stilte, gedraai met de ogen, en ten slotte een diplomatiek antwoord. ‘Het is leuk in het weekend, want Parijs en Londen zijn vlakbij.’ ‘Ik woon hier al weer drie jaar en wil volgend jaar zeker weg.’ ‘Ik betaal hier net zoveel belastingen als in Zweden, maar krijg een fractie van de dienstverlening.’ ‘Mijn homovrienden worden hier geregeld in elkaar geslagen door Marokkanen, en vervolgens zegt de politie dat het hun eigen schuld is.’

 

Bij Brussel stel ik me soms een ijsschots in de ijszee van de Noordpool rond. De zon doet de schots langzaam smelten, de schots scheurt in brokken, en er is niemand die zich om dat proces lijkt te bekommeren.

 

Jonge Vlamingen

Mijn schoonouders – afkomstig uit de buurt van Gent – waren 15 jaar niet in ‘hun’ hoofdstad geweest en het kostte enige overredingskracht om vorig jaar een dagje Brussel met ze te doen. Van jonge Vlamingen begrijp ik dat ze, áls ze hier wonen, ze zo snel mogelijk de stad uit willen, weg naar de verre randgemeenten, om het bloedend hart van België de rug toe te keren. Klinkt als Amerikaanse toestanden. In de Verenigde Staten wil ook niemand in de dode centra leven.

 

Ik zou als enthousiaste en op ‘een betere organisatie’ gerichte Nederlander, zo graag de vinger achter het verdriet van Brussel willen krijgen. Komt het door de taalstrijd dat deze prachtige stad zo uiteenvalt, letterlijk en figuurlijk? Waarom kunnen alle internationale organisaties, vooral de EU, het abjecte werkloosheidscijfer van 20 procent niet terugdringen? Hoe komt het toch dat zo veel prachtige, historische gebouwen langzaam verkrotten terwijl er toch genoeg geld in Brussel aanwezig is? Waarom is de ongelijkheid tussen rijk en arm hier twintig procent groter dan in Vlaanderen?

 

Zo veel kansen

Ik loop rond in Brussel met een open en geïntigreerde blik. Er komen zo veel kansen voorbij: verbeter de onderhoudscultuur, maak straten autovrij, kom met een vervoersplan, verbeter de informatievoorziening. Geef fietsers de ruimte, pak de verkrotting aan, ruim de bestuurlijke chaos op. Als de Brusselaren – of de inwoners van één van de andere achttien gemeenten die voor mij net zo Brussels zijn als het Pentagon bij Washington hoort – zich hiervoor actiever gaan inzetten, kan uw stad de daadwerkelijke hoofdstad van Europa worden. Dynamisch, wonderschoon, vol grandeur, ontvankelijk. Maar nu is dat helaas niet zo, en te veel mensen knappen onnodig op Brussel af.

Trefwoorden:
EuropaPolitiek

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer