Midden-Oosten
18 maart 2013 | door: Meriç Esin

Erdogan bezoekt Nederland op een beladen moment voor de Koerden

Voor de onderdrukte volkeren in Turkije is maart een beladen maand. Beladen door de ingrijpende gebeurtenissen die zich in deze maand door de jaren heen hebben afgespeeld.

"Terwijl de Turkse regering met de Koerdische leider onderhandelt, neemt de repressie toe"

Maart-I

Voor de onderdrukte volkeren in Turkije is maart een gewone maand. Dat wil zeggen een maand met de gebruikelijke beladenheid. Beladenheid die zich kenmerkt door de vele ingrijpende gebeurtenissen die zich in deze maand door de jaren heen hebben afgespeeld.

 

In maart 1971 werd in Turkije een militaire coup gepleegd, met alle nare gevolgen van dien die niet moeilijk te raden zijn. De misdaden van militaire coupplegers zijn immers doorgaans ‘universeel’ en derhalve algemeen bekend.

 

Maart 1995 is de datum waarop er een massaslachting werd gepleegd op de alevieten in de wijk ‘Gazi’ van İstanbul. Deze massaslachting op de alevieten was niet de eerste en ook niet de laatste. De massaslachting die door de staat gepland was, werd door de contra-guerrilla in samenwerking met speciale politie-eenheden en een horde civiele fascisten gepleegd. Een standaardprocedure: De staat, althans de daartoe aangewezen unit binnen het staatsapparaat (niet zelden is dat gewoon de regering) maakt de plannen voor de ‘noodzakelijk’ bevonden smerige, illegale ‘acties’. De contra-guerrilla (de zogenaamde ‘diepe staat’ die ondanks zijn diepte toch heel goed bekend is bij de desbetreffende diensten binnen de staat, hij wordt immers regelmatig ingezet voor ‘smerige klussen’) voert de acties uit in samenwerking of medewerking van civiele fascisten en speciale politie-eenheden. Er vallen doden en gewonden. En dan heet het iedere keer weer dat de staat nergens van af wist. De staat heeft niets gedaan. Duistere krachten, gladio, de diepe staat, de contra-guerrilla hebben het gedaan. De staat zegt toe de daders op te zullen sporen en ze te zullen straffen, maar na korte tijd worden de dossiers gesloten.

 

Maart-II

Maart is de maand waarin ieder jaar de dag van de werkende vrouw wordt gevierd. In Turkije worden vrouwen bij de viering van hun dag vrijwel ieder jaar met bruut politiegeweld geconfronteerd.

 

Sinds 1988 is ook 16 maart vooral voor de Koerden een pijnlijke en beladen datum. Sindsdien worden jaarlijks op en rond 16 maart de ruim 5000 Koerden herdacht, die in de Koerdische stad Halabja omkwamen ten gevolge van een aanval door het toenmalige Irakese regime.

 

Ieder jaar in maart viert het Koerdische volk vreedzaam zijn nieuwjaarsdag ‘Newroz’. En iedere keer is het raak! Zelfs het recht op de ongestoorde viering van een eigen nationale feestdag wordt het Koerdische volk ieder jaar op verschillende manieren ontzegd. Iedere keer zijn de zogenaamde veiligheidskrachten met hun oorlogsmaterieel er als de kippen bij om ergens een viering van Newroz te saboteren en de feestgangers tot protestacties te provoceren. Ze kunnen het niet laten. Iedere keer zetten ze de viering van Newroz om in een gewelddadige confrontatie tussen vreedzame feestgangers en oorlogszuchtige veiligheidskrachten. In die confrontatie vallen er vaak doden en raken er ook vele mensen gewond. Met zekerheid is dan ook te zeggen dat er in al die voorgaande jaren in principe geen doden en gewonden betreurd hadden hoeven te worden als de veiligheidskrachten de Newroz-vierende mensen met rust zouden hebben gelaten.

 

Onderhandelingen tussen Turken en Koerden

De beladenheid van de maand maart van dit jaar verschilt echter wezenlijk van de gewone, gebruikelijke beladenheid van de maanden maart van voorgaande jaren. Dat heeft te maken met het feit dat de maand maart van dit jaar een belangrijke tijdspanne vormt in het proces van de vredesonderhandelingen tussen de Turkse staat en de nog steeds in gevangenschap verkerende Koerdische volksleider Abdullah Öcalan. In deze fase van het kort geleden opnieuw gestarte proces van vredesonderhandelingen zal Abdullah Öcalan naar verwachting op 21 maart een belangrijke boodschap naar buiten brengen, bestemd voor het Koerdische volk. 21 maart is ook de originele datum van de Newroz-dag. Dat Abdullah Öcalan zijn boodschap naar verwachting op deze datum naar buiten zal brengen heeft vooral een symbolische betekenis.

 

Boodschap van Öcalan en vredesperspectief

Het belang van de boodschap van Abdullah Öcalan heeft te maken met het vredesperspectief in het kader van democratisering van Turkije en oplossing van het Koerdische vraagstuk. Dat houdt in dat de boodschap van Abdullah Öcalan min of meer de eerste stappen zal inhouden in de route langs welke de beoogde vrede naar zijn inzichten bewerkstelligd en ingesteld dient te worden, zodat de Koerdische kwestie in het land, in de richting van een oplossing voortgestuwd zal kunnen worden. Hier moet vermeld worden dat Abdullah Öcalan in de afgelopen weken de verschillende representatieve componenten van de Koerdische vrijheidsbeweging over de kwestie al heeft geraadpleegd. Daarmee heeft hij de representatieve componenten impliciet gevraagd hem ook het nodige mandaat te verlenen dat hij in de vredesonderhandelingen nodig zal hebben. Het dient duidelijk te zijn dat de resultaten van deze raadpleging die dus ook het nodige mandaat impliceren, een belangrijke rol spelen in de vorming en formulering van de boodschap die aan het Koerdische volk op 21 maart ter beoordeling voorgelegd zal worden.  

 

‘Waardige en eervolle vrede!’

Er is in deze periode sprake van een wederzijdse toenaderingsactie tussen de Koerdische volksleider en de Koerdische volksmassa. Deze actie moet zichtbaar resulteren in een kwantitatieve en kwalitatieve eenheid zoals die met name in Noord-Koerdistan nog nooit door de Koerden gevormd is. De Koerdische volksleider maakt zich op om zijn boodschap op 21 maart naar buiten te brengen. Dat is de dag dat de Newroz-vieringen overal in Koerdistan en Turkije een toppunt zullen bereiken. Het Koerdische volk bereidt zich op zijn beurt voor op het ontvangen van de boodschap. Het Koerdische volk doet dat nu al door zichzelf zo breed en massaal mogelijk te mobiliseren, de grootst mogelijke eenheid te vormen, zo creatief mogelijk de Newroz te vieren en deze viering op 21 maart tot een hoogtepunt te brengen in de Koerdische stad Diyarbakır. In de tijdstroom naar 21 maart a.s. zullen de Koerden de Newroz-viering realiseren onder het motto: ‘Waardige en eervolle vrede!’ op basis van ‘Vrijheid voor Öcalan!’ en ‘Status voor de Koerden!’.

 

Paradoxale schaduwzijde

Deze hoopvolle ontwikkeling in de realiteit van Turkije met betrekking tot de Koerdische kwestie heeft echter ook een paradoxale schaduwzijde die beslist benoemd en beschreven dient te worden. Terwijl de Turkse regering met de Koerdische leider in onderhandeling is, wordt de directe en indirecte repressie op de Koerden steeds meer door de Turkse staat uitgebreid en opgevoerd.

 

Turkse straaljagers voeren bijna onophoudelijk bombardementen uit op Zuid-Koerdistan. De Turkse landmacht jaagt onverminderd door op Koerdische guerilla-strijders met assistentie van legerhelikopters. Gewone en speciale politie-eenheden gaan door met de arrestatie en intimidatie van Koerdische activisten, journalisten, advocaten, studenten, vakbondsleden en vakbondsleiders. Speciale, zogenaamd ‘onidentificeerbare’ gewapende bendes voeren bijna dagelijks lynchacties uit op Koerdische bouwvakkers, scholieren, studenten en andere Koerden.

 

Deze bendes blijken overigens doorgaans niets anders te zijn dan door de staat geïnstrueerde contraguerrilla-eenheden die vaak samen optrekken met opgetrommelde hordes van civiele fascisten en islamisten. Er worden bijna dagelijks Koerdische jongemannen die in het Turkse leger dienen geëxecuteerd. De ouders van deze jongens krijgen dan in de regel te horen dat hun zonen depressief werden en zelfmoord hebben gepleegd. Het is ook in dit nieuwe proces van de herstart van de vredesonderhandelingen dat er in Parijs drie Koerdische vrouwen op lafhartige wijze zijn vermoord. Eveneens in dit nieuwe proces werd er een aanslag beraamd op een delegatie die naar Noord-Turkije reisde om de mensen daar uitleg te geven over de beoogde vrede en de lopende onderhandelingen en om de mensen daarover aan te horen. De leden van de delegatie konden maar net aan de lynchpoging ontsnappen.  

 

Agressie en dubbelzinnigheid

Wat heeft dat alles te betekenen? Hoe dient deze paradox opgelost en verklaard te worden? Waarom is de Turkse kant zo agressief en dubbelzinnig terwijl de Koerdische kant alles op alles zet om een vruchtbare onderhandelings- en verzoeningsklimaat te bewerkstelligen? Sommigen beweren dat dit het werk is van ‘duistere krachten’ binnen het Turkse staatsapparaat  die los staan van iedere centrale commando en dus onafhankelijk opereren. Maar hoe betrouwbaar en geloofwaardig kan deze bewering zijn? Hoe kunnen Turkse straaljagers dagenlang bombardementen uitvoeren zonder dat de piloten en hun commandanten bekend zijn bij het Turkse leger, de Turkse staat en de regering? Waarom wordt de militaire en politionele repressie uitgerekend ten tijde van de onderhandelingen uitgebreid en opgevoerd? Waarom is de staat juist nu druk bezig met het rekruteren van een grote hoeveelheid personeel voor de versterking van de gewapende paramilitaire organisatie, de zogenaamde ‘Beschermers-Organisatie’, die als reservekracht het leger moet assisteren in de bestrijding van de Koerdische gewapende strijdkrachten, de guerrilla-strijders? Zulke grote, ingewikkelde en intensieve operaties en activiteiten kunnen niet uitgevoerd worden zonder centrale leiding en commando of zonder coördinatie, controle en mobilisatie van grote hoeveelheden personeel die bij deze acties betrokken zijn.

 

Vitale feiten en factoren

De kans dat de bewering waar zou zijn dat duistere, geheime, ongecontroleerde krachten en kaders ondanks de staat en de regering de bovengenoemde paradox zouden veroorzaken, is geheel uitgesloten. Zinnig voor de verklaring van de paradox zijn de volgende feiten die ook vitaal zijn voor de uitleg van het gedrag van de Turkse kant. De Turkse kant is inmiddels door schade en schande overtuigd van het feit dat het Koerdische volk al relatief en feitelijk onoverwinnelijk is geworden, gezien de gemiddelde organisatiegraad, het nationaal bewustzijnsniveau en de politieke leiderschapskwaliteit die het heeft bereikt alsmede de militaire capaciteit, wendbaarheid, slagkracht en gebiedscontrole-bekwaamheid die het heeft ontwikkeld.

 

Ook is inmiddels duidelijk geworden dat de Koerdische strijdkrachten bovendien al in staat zijn om Koerdisch grondgebied op de Turkse strijdkrachten te veroveren en dat te controleren. Een bijkomende factor is de huidige situatie in Syrië die relatief gunstig is voor de Koerden in Syrisch Koerdistan en Turks Koerdistan en die momenteel juist ongunstig is voor de Turkse staat en regering. Een niet onbelangrijke factor is ook het feit dat Turkije’s samenleving als geheel op één punt moe is. Zowel het Koerdische als het Turkse deel van de  samenleving is vermoeid door steeds jonge mannen en vrouwen, soldaten en guerrilla-strijders, die in de strijd tegen elkaar gesneuveld zijn, te moeten begraven. En er was nog een buitengewoon belangrijke factor die het proces naar de start van nieuwe vredesonderhandelingen heeft versneld, die niet ongenoemd mag blijven. Deze factor was en is de Koerdische volksbeweging die zelfs bij de grootste tegenslagen, altijd vastberaden de eis van ‘vrede’, het hoogst in het vaandel had en hield.

 

Onvrijwillig en noodgedwongen

Met name de constellatie van deze ontwikkelingen, condities en factoren heeft de Turkse overheid naar de onderhandelingstafel gestuwd om vredesonderhandelingen te voeren met de Koerden. Dat maakt duidelijk waarom de Turkse overheid deze onderhandelingen eigenlijk  niet uit zichzelf, graag of vrijwillig voert, maar dat zij dat juist onvrijwillig, uit noodzaak en noodgedwongen doet.

 

De logica en benadering van de Turkse overheid daarbij is om dan maar kort vóór en zelfs tijdens de onderhandelingen het geweld op de Koerden op alle fronten en zowel direct als indirect op te voeren. De Turkse overheid wil daarmee vanuit een dominante en superieure positie op repressieve wijze de onderhandelingen voortzetten. Zij hoopt daarmee de Koerdische kant als nog te zullen intimideren en die met slechts karige en nagenoeg betekenisloze concessies genoegen te laten nemen. Ook aan de onderhandelingstafel is de Turkse overheid blijkbaar sterk geneigd de Koerden met een kluitje in het riet te sturen. Maar de vraag is of de Koerdische kant daar zonder meer genoegen mee zal nemen en wat die in petto zal blijken te hebben om het tegen het Turkse bod op te werpen. In de komende tijd zal het een en ander moeten blijken.   

 

Bezoek van Erdoğan

Ondertussen is het algemeen bekend dat de Turkse minister-president Erdoğan op 21 maart a.s. op bezoek in Nederland zal zijn. Volgens de berichten in de media zal hij hier zijn om zich vooral met het lot van Turkse kinderen te bemoeien, die toevertrouwd zouden zijn aan christelijke en lesbische gastouders. Daarmee wil hij natuurlijk ook aan de Turken in het buitenland laten zien hoe begaan hij is met het lot van hun kinderen en hun toekomst.

 

Bijna iedereen die de opstelling van Erdoğan tegenover Koerdische kinderen in Turkije niet kent, zou daar ongetwijfeld de brok van in de keel krijgen!

 

Kindermisbruik in Turkse gevangenissen

Er worden honderden Koerdische kinderen in Turkse gevangenissen vastgehouden omdat zij met stenen naar politie en politiematerieel hebben gegooid. Dat hebben zij veelal gedaan nadat de politie doorgaans op provocatieve wijze tegen hen in de aanval ging. Velen van deze gevangen kinderen zijn veelvuldig seksueel en anderszins door gevangenispersoneel misbruikt.

 

Gevangenismedewerkers die zich daar schuldig aan hebben gemaakt alsmede de leidinggevenden en gevangenisdirecteuren die de desbetreffende medewerkers langdurig hun gang lieten gaan, zitten veelal nog steeds op hun oude posities en plekken. Hun slachtoffers mochten naar andere gevangenissen waar de kinderveiligheid niet beter was. Minister-president Erdoğan heeft geen enkel Koerdisch kind bezocht die op deze manier geslachtofferd werd. Hij heeft ook niet willen bedenken dat deze kinderen op ongerechtvaardigde wijze gevangen worden gehouden en zij derhalve onmiddellijk vrijgelaten en -gezien ook hun lage leeftijd- met hun ouders herenigd behoorden te worden.   

 

Hoe zit het nu eigenlijk?

 

Is de minister-president begaan met het lot van alle kinderen, ongeacht hun nationale identiteit? Of is hij wel begaan met het lot van Turkse kinderen, maar niet met dat van Koerdische kinderen? Of speelt de nationale identiteit geen rol, maar vindt hij het toevertrouwen van kinderen aan lesbische gastouders veel erger dan het toevertrouwen van kinderen aan gevangenispersoneel met sterke pedofiele neigingen?

 

Wie mag het weten?

 

In ieder geval is dat wellicht interessante stof tot nadenken…

 

Buiten kijf staat inmiddels wel dat ook het bezoek van Erdoğan aan Nederland de beladenheid van maart verder zal opvoeren. Zeker, vanuit de in Nederland levende Koerden bezien!

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 51
Maak een interview van uw opiniestuk
> Meer