Godsdienst
19 maart 2013 | door: Laurens Sok, Student

Antisemitisme, een probleem waar we niks aan doen

Antisemitisme moet niet een onderwerp worden waar we hoofdschuddend van zeggen, ‘wat erg’ en daarna weer verder gaan met de dagelijkse gang van zaken.

"Het is schadelijk dat de Nederlandse overheid niet adequaat reageert op antisemitisch gedrag"

In de afgelopen week is het debat rondom antisemitisme weer actueel geworden. Mede vanwege het NTR-programma ‘onbevoegd gezag’, waarbij Turkse jongeren zich op zeer kritische wijze uitlaten over joden en daaraan gerelateerde zaken. Het is eigenlijk diep triest dat we weer wat nodig hebben om een hernieuwd debat te openen, een problematiek wat al jaren speelt.
 
Antisemitisme speelt al jaren. Antisemitisme, jodenhaat, een vijandige houding, discriminatie: dat zijn woorden waar we aan kunnen denken bij antisemitisme. Antisemitisme uit zich vooral in een vijandige opstelling tegen joden. Een opstelling die zich uit in kwetsende uitspraken. Uitspraken die moreel niet verantwoord zijn, die waarden en normen overtreden, maar vooral mensen kwetsen, joden kwetsen. En vooral dat laatste, dat is belangrijk om te behandelen. Als wij uitspraken horen dat joden, ‘de nieuwe Nazi’s zijn’, dan schrikken wij, tenminste, dan schrikken de meeste mensen… Als Turkse jongeren in dat bewuste programma zeggen dat ze “tevreden zijn met Hitlers werk”, “dat alle joden mogen worden afgeslacht” en dat “het doden van vrouwen of een zes maanden oude baby niet erg is zolang het joden zijn”, dan moeten wij schrikken, dan mogen we niet passief staan blijven kijken.
 
Schommelingen

De cijfers die wij de laatste jaren zien, laten geen constant beeld zien. Ze laten schommelingen zien. Als we cijfers nemen van antisemitische uitingen op het internet, zien we dat er in 2005, 302 antisemitische uitingen werden geconstateerd. In 2009 werden er 399 uitingen geconstateerd van antisemitische uitingen. Deze schommelingen zijn er altijd geweest, schommelingen in aantallen, tijd en plaats. Misschien is antisemitisme wel trendgevoelig, en laait het op wanneer er bepaald nieuws is over joden, of joden-gerelateerde zaken. Zo zagen we dat ook in Arnhem. Deze gebeurtenis leidde tot een opwelling van reacties op antisemitisch gedrag. Cijfers zeggen me in deze dan ook niet zo veel, de daden, en daarmee het probleem wel.
 
Dat we in Nederland al jaren dit probleem kennen, is een collectief probleem. Enerzijds een groep, vooral (allochtone, moslim-) jongeren, die zich zeer negatief uitlaat over joden, en daarmee antisemitisch gedrag vertoont. Anderzijds de politiek, die dit probleem niet op waarde schat naar mijn mening.  Een derde partij kan onbedoeld ook genoemd worden, namelijk de pers. Zij verzwijgen op bepaalde momenten ook belangrijke informatie.
 
Niet nieuw

Dat de Nederlandse overheid niet adequaat reageert op gedrag, waarbij antisemitisch gedrag wordt vertoond, is schadelijk, maar niet nieuw. Dat op 25 februari een oproep werd gedaan door het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) aan minister Bussemaker van Onderwijs, om een landelijk onderzoek te houden naar antisemitische vooroordelen onder scholieren, werd pas op 13 maart beantwoord door minister Asscher. Dit omdat het landelijk aandacht kreeg door de media.
 
Asscher vindt de uitspraken weliswaar onaanvaardbaar, maar niet verrassend, zei hij afgelopen donderdag. Het is volgens hem bekend dat jodenhaat vaak voorkomt bij moslims. In zijn brief aan de Kamer legde hij een verband met de solidariteit die moslimjongeren in Nederland voelen met moslims elders in de wereld. Die leidt vervolgens tot vijandigheid tegen groepen in de Nederlandse samenleving.
 
Tevens kwam het door het Simon Wiesenthal Center (SWC). Zij schreven een brief aan premier Rutte, waarna deze brief ook werd verspreidt in de Tweede Kamer. Er werd dus wat druk op gezet. Was het probleem daarvoor niet belangrijk? Praten we over zaken waar we niet zo moeilijk over moeten doen? Is dat misschien de reden dat deze zaken min of meer in de doofpot worden gestopt?
 
Ligt het misschien niet aan de angst voor de ‘Nederlandse’ moslim? Zijn wij, de individu, de politiek en de pers, niet een beetje bang om een mening te ventileren over deze problemen? Vinden we het niet eng om problemen aan te wijzen binnen de moslimgemeenschap in Nederland? Dat we in Arnhem getuige waren van één persoon, Mehmet Sahin, die tegen dit antisemitisch geluid inging en nu moet onderduiken, typeert allereerst de houding vanuit deze groep die dit gedrag vertoond, en anderzijds de angst waarmee wij zitten, de angst van reageren. Want reageren wij, wat staat ons dan te wachten?
 
Schrijnend

Laten we voorop stellen dat dit probleem, wat antisemitisme heet, gewoon niet in deze wereld thuishoort. Het is misschien een dooddoener, maar wel de basis voor een oplossing. De intentie moet altijd zijn om misstanden op te lossen. Dit kunnen we niet alleen, als individu. De politiek in deze heeft een ontzettend grote verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid om deze problemen daadwerkelijk aan te pakken, niet met woorden, maar met daden. Niet meelijwekkend hun afschuw uitspreken, maar concreet dit probleem aanpakken.

 

Ik vind het schrijnend dat in het recente verleden deze problemen vaak werden aangestipt door een paar partijen, waaronder de PVV, CU en SGP.  Helaas blijft het bij aanstippen en moties indienen. Antisemitisme moet niet een onderwerp worden waar we hoofdschuddend van zeggen, ‘wat erg’ en daarna weer verder gaan met de dagelijkse gang van zaken…  Laten we dit probleem aanpakken zoals Mehmet Sahin dat deed, namelijk een sterk tegengeluid laten horen, zonder angst. Maar deze keer niet als individu, maar als een sterk collectief!

Trefwoorden:
Godsdienst

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer