Economie
21 maart 2013 | door: Marc De Vos, Algemeen directeur Itinera, hoofddocent UGent

De valse keuze tussen schulden en besparingen

Dogmatisch debat onder economen staat haaks op de politieke realiteit. Wie pleit voor schuld, moet uitleggen waar het geld vandaan moet komen, wie het gaat terug betalen en wat daarvan de kost is.

"Waar en hoe er best kan bespaard worden, is de echte vraag. De rest is tijdverlies."

President Harry Truman smeekte ooit om een eenhandige econoom, omdat hij economische
adviseurs beu was die steevast het midden hielden tussen “aan de ene hand” en “aan de andere hand”. Dezer dagen hebben we aan eenhandige economen geen gebrek. Er woedt zowaar een kleine oorlog tussen economen over de keuze tussen besparen en schuld maken. Twee duidelijke kampen – de snoeiers en de schuldmakers – die elk hun recept als de weg uit de crisis en naar groei promoten.

 

Deze intellectuele impasse wordt politiek handig uitgespeeld. Getuige daarvan de Europese vakbonden, die de thesis van de schuldmakers hebben overgenomen en daarvoor vorige week een Europese betoging hielden. Eenzelfde logica aan de politieke linkerzijde, terwijl de rechterzijde vooral voor de snoeiers valt.

 

Academisch debat

Voor wie enige afstand bewaart, oogt het dogmatische debat tussen schulden of besparingen echter zeer academisch. De schuldmakers hebben evident gelijk dat de broeksriem aanhalen een economie die al in recessie zit, nog dieper naar beneden duwt. Men moet heus niet de verzamelde werken van Keynes lezen om te begrijpen dat overheden budgettair best anticyclisch werken: de teugels wat vieren wanneer de economie het moeilijk heeft en de teugels aanhalen wanneer de economie meezit.

 

De economische theorie suggereert dus dat regeringen moeten spenderen in slechte tijden en moeten besparen in goede tijden. Maar wat met de politieke praktijk? Welke regering voert een stringent begrotingsbeleid wanneer dat niet moet? Meer inkomsten door meer groei is een politiek recept voor meer uitgaven, niet voor besparingen. De politieke logica is knal de omgekeerde van de economische: het is precies wanneer de economie slecht gaat en druk zet op de budgettaire ketel dat overheden saneren. Er is immers druk nodig om te raken aan uitgaven en aan de daaraan verbonden rechten en verwachtingen.

 

Schulden maken, is politiek gemakkelijk want het schuift de rekening naar de toekomst. Saneren, is politiek moeilijk want het raakt aan het heden. Overheidsschuld heeft daarom de neiging toe te nemen met de tijd. Dat duurt zolang tot er een grote opkuis gebeurt – veelal via devaluatie en inflatie – of tot de markten beginnen te twijfelen of schulden ooit nog kunnen terug betaald worden.

 

Begin van de eurocrisis

Dat brengt ons aan het begin van de eurocrisis, die een solvabiliteitscrisis is. Zijn we vergeten dat de kapitaalmarkten het vertrouwen zijn verloren in Griekenland en co om hun schulden nog te kunnen afbetalen? Wie pleit voor meer schulden om een schuldencrisis op te lossen, moet dus ook uitleggen waar het geld vandaan moet komen, vermits het niet uit de probleemlanden zelf zal kunnen komen. Het kan er alleen komen door grotere Europese transfers van Noord naar
Zuid, of door transfers van de rest van de wereld naar Europa. Interne Europese transfers zijn politiek uit den boze voor Duitsland en andere. Externe transfers zijn zuivere utopie: ze komen hooguit in mondjesmaat en met de nodige voorwaarden à la IMF, of met een verborgen agenda à la China. Ook hier staat de politieke realiteit dus haaks op de economische theorie.

 

Tussen droom en daad bevindt zich de werkelijkheid. Maar er is meer aan de hand. De antagonisten in het begrotingsdebat hebben de kwalijke gewoonte landen op één hoopje te gooien. De contestatie van het eurobeleid is geïmporteerd uit de Verenigde Staten, waar de gekende Paul Krugman ten strijde is getrokken tegen de besparingsagenda van de Amerikaanse republikeinen. De argumenten van Krugman worden hier klakkeloos overgenomen en doorgetrokken, terwijl de economische en demografische realiteit van Europa – in het bijzonder van Zuid-Europa – fundamenteel anders is dan in de VS. Amerika blijft een ondernemersland met een gevarieerde economische basis en met gezonde demografische groei. Vergelijk dat maar met Europa. Frankrijk heeft sinds de jaren 1970 nog nooit een begroting in evenwicht gehad en heeft zowat de zwaarste overheid in heel het Westen. Italië is het Japan van Europa: economisch in stagnatie en demografisch in verval. Spanje heeft een economie die op de zeepbel van banken en vastgoed artificieel groot was geworden.

 

Doping op korte termijn

Amerika kan zich vandaag meer veroorloven omdat het morgen meer zal kunnen betalen, én omdat zijn volwassen monetaire unie meer schuld aankan dan de onze. Wie vandaag ook in Europa voor meer schulden wil gaan, moet dus ook uitleggen hoe morgen die schulden zullen worden afbetaald. Want de doping op korte termijn komt met een extra kost op lange termijn. Daarenboven zijn schulden niet zonder perverse economische effecten. Wat we uitgeven aan schuldfinanciering, kan niet gaan naar investeringen, naar onderwijs of naar sociaal beleid. Dat erodeert de groeikracht en de sociale mobiliteit in een samenleving. Er komt een moment dat
die nadelen groter zijn dan de voordelen. En hoewel het precieze kantelmoment niet vaststaat, is het zeker dat vele Europese landen – België incluis – in de groep zit waarin de grote schuldenlast toekomstige welvaart meer ondermijnt dan stimuleert. En dan zwijg ik nog over de perverse sociale effecten. Diegenen die aan schuld verdienen, zijn heus niet de kansarmen. Schuld is een machine voor regressieve herverdeling van de welvaart van de toekomst naar de rijken van nu.

 

Per saldo komt economische groei uit innovatie en productiviteit. De landen die op langere termijn goed scoren in welvaart en jobcreatie zijn niet de landen met de hoogste schulden, maar wel de landen waarin goede staatshuishouding innovatie en de vertaling van innovatie in groei faciliteert. De realiteit van Europa is dat we gedurende meer dan dertig jaar een tanende groeicapaciteit hebben gemaskeerd met steeds meer schuld. De totale Griekse schuld – overheden, gezinnen en bedrijven – was in 1980 92% van het toenmalige Griekse BBP. In 2010, bij de start van de eurocrisis, stond de schuldteller op 262% van het veel grotere BBP van 2010. Italië ging in dezelfde periode van 190% naar 310%, Frankrijk van 160% naar 321%, Duitsland van 136% naar 241%, en zo verder.

 

Gezonde erfenis

Dergelijke schuldverslaving is niet duurzaam en beleeft zijn stervensuur met de vertrouwenscrisis van de euro. Meer schuld zal het terugvinden van reëel en duurzaam economisch potentieel niet versnellen, maar dreigt het integendeel nog te vertragen. De crisis is de hefboom om de ontsporing van de Europese begrotingscultuur te corrigeren, zodat de jongere generatie geen vergiftigde maar een gezonde erfenis kan verwerven.

 

De welles-nietes over besparen of schulden maken, is één groot tijdverlies. In de crisislanden van Zuid-Europa is besparen het symptoom van een hoognodige bijsturing van een ontspoord systeem. Daar moet vooral werk gemaakt worden van een parallel investeringsplan, waar Europese solidariteit voor nodig zal zijn. Wat elders doorgaat voor besparen, is hooguit het beperken van oplopende overheidstekorten binnen de grenzen van de redelijkheid. Er kan natuurlijk gedebatteerd worden over de zin of onzin van uniforme budgettaire criteria voor diverse landen, maar ook dat is de expressie van de politiek van de eurocrisis. Zonder gemeenschappelijke discipline kan er geen solidariteit en geen gemeenschappelijke crisisstrategie zijn. De budgetnormen, hoe arbitrair ook, zijn een noodzakelijk middel voor een hoger doel.

 

We zouden onze intellectuele en politieke energie veel beter besteden aan de vraag waar en hoe er best kan bespaard worden. De weg van de minste politieke weerstand is het zeer gekende traject van eenmalige maatregelen en lineaire bezuinigingen. We moeten daarentegen gaan voor hervormingen die budgetwinst genereren via effectiviteit en efficiëntie.

 
Kortom: besparen moet voorvloeien uit structurele hervormingen die ons economisch bestel en sociaal systeem beter en duurzamer uit de crisis loodsen. Dat zou de inzet moeten zijn van het debat. Al de rest is een bijzaak die dreigt de hoofdzaak te hypothekeren.

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer