Wetenschap
25 maart 2013 | door: Vincent de Haan, Student rechten, psychologie en wijsbegeerte

Hoe een schrijver over geloof en wetenschap acht fouten maakt

Vorige week schreef Charles van den Broek een artikel waarin hij betoogt dat geloof een plaats kan hebben in de wetenschap. Helaas maakte hij in het artikel enkele fouten. Ik wijs ze graag voor u aan.

"Het artikel van Van den Broek bevat acht grote fouten"

  1. Van den Broek begint te stellen dat er een ‘oorlog’ gaande is tegen gelovigen, ‘meer bepaald tegen christenen’. Hoewel ik wel wil erkennen dat gelovigen het in deze tijd niet makkelijk hebben, dacht ik toch dat vooral de moslims de wind van voren kregen. Er is zelfs een politieke partij die erop gericht is hen uit Nederland te verdrijven. Vergeleken daarmee bevinden christenen zich in een zeer fortuinlijke positie, lijkt me.
  2. Daarna wordt duidelijk wat de aanleiding is van dit artikel: de verklaring van hoogleraar Onno van Schayck dat hij een wonder heeft waargenomen. Er was voor een patiënt gebeden, en er was een been aangegroeid. Dat kan natuurlijk allebei waar zijn. Over de medische waarschijnlijkheid dat een been vanzelf aangroeit, kan ik verder niet oordelen. De kritiek op de uitspraak van Van Schayck is echter terecht: hoewel hier sprake is van een opmerkelijke gebeurtenis, kan hieruit nog niets worden afgeleid over de causale relatie tussen het bidden en de genezing. Een dergelijke causale relatie kan overigens wel wetenschappelijk worden onderzocht: men neme een groep patiënten, verdele die in twee groepen, laat voor één groep bidden en voor de ander niet en kijkt in welke groep meer patiënten beter worden. Het is tekenend voor Van Schayck dat hij dát niet noemde in zijn betoog, maar alleen dit ene geval. Er is in principe niets mis met zijn conclusie, maar de methode waarlangs hij deze conclusie heeft getrokken, is niet wetenschappelijk.
  3. Van den Broek parafraseert daarna een belangrijk atheïstisch argument, namelijk, dat het christendom gebaseerd is op ‘een sprookjesboek uit het jaar nul’. Vervolgens wijst hij erop dat Aristoteles nog eerder leefde, en dat hij ook valide conclusies trok. Blijkbaar is de ouderdom van kennis geen maatstaf voor de (on)juistheid ervan. Correct. Van den Broek legt de nadruk echter op ‘uit het jaar nul’, terwijl deze op ‘sprookjesboek’ moet liggen. Wat een belangrijk verschil is tussen de werken van Aristoteles en de Bijbel is dat Aristoteles zijn conclusies trok na uitvoerig empirisch onderzoek, terwijl de Bijbel het  gevolg is van het eindeloos doorvertellen van verhalen, waarvan sommige bedacht en andere door het vele doorvertellen hogelijk onbetrouwbaar geworden zijn.
  4. Vervolgens wordt erop gewezen dat ook binnen de wetenschap uitgegaan wordt van ‘onbewezen entiteiten’. Er wordt gewezen op de snaartheorie en op multiversums. Dit zijn theorieën die nog hevig bediscussieerd worden, en waar juist niet ‘van uitgegaan’ wordt. Wetenschappers stellen dat deze theorieën waar zouden kunnen zijn, en proberen op het moment te bedenken hoe dat onderzocht zou kunnen worden.
  5. Daarna wordt een aantal wetenschappers opgesomd die inderdaad gelovig waren en die bovendien voortreffelijk wetenschappelijk werk hebben verricht. Opvallend is – en daarmee onderscheiden zij zich van Onno van Schayck op het moment dat hij over zijn wonder vertelt – dat zij wetenschappelijke methoden gebruiken om tot hun conclusies te komen. Overigens maakt Van den Broek hier nog wel een fout: hij presenteert Einstein, onder verwijzing naar zijn beroemde uitspraak ‘God dobbelt niet’ als gelovige. Hoewel Einstein zich inderdaad niet als atheïst zag, kan uit die uitspraak niet worden afgeleid dat hij in een (persoonlijke) god geloofde.
  6. Van den Broek wijst er op dat ook wetenschap niet perfect is. Volledig correct. Ook wetenschappers laten zich soms leiden door persoonlijke of financiële belangen. Betekent dit dan dat wetenschap waardeloos is? Of betekent het dat we de wetenschap dus net zo goed ook met de christelijke dogma’s kunnen mengen, omdat het toch niet uitmaakt? Ik zou zeggen van niet. Hoewel er in de wetenschap, zoals overal waar mensen werken, veel fout gaat, is de effectiviteit van wetenschap moeilijk te ontkennen. We zien tegenwoordig overal om ons heen innovaties (auto’s, telefoons, computers) die alleen mogelijk zijn door uitgebreid wetenschappelijk onderzoek. Blijkbaar zijn gemiddeld genomen de conclusies van wetenschappelijk onderzoek correct; anders zouden deze toepassingen niet kunnen bestaan.
  7. Hoewel een aantal voorbeelden die Van den Broek noemt, lastig zijn terug te vinden, is er toch eentje dat duidelijk niet met Wikipedia overeenkomt. (Toegegeven, Wikipedia is niet altijd de meest betrouwbare bron, maar de Engelstalige versie is meestal aardig nauwkeurig.) Volgens Van den Broek pleegde Ludwig Boltzmann in 1906 zelfmoord omdat hij als enige geloofde in het bestaan van het atoom. Echter, Wikipedia meldt dat de wetenschappelijke studie van het atoom in 1789 begon bij het werk van Lavoisier. Volgens Wikipedia leed Boltzmann aan een bipolaire stoornis, en pleegde hij ten gevolge daarvan zelfmoord. Als Van den Broek mij ervan zou willen overtuigen dat dit anders is, doet hij er goed aan een bronvermelding te geven voor zijn afwijkende verhaal.
  8. Ten slotte maakt Van den Broek nog een klassieke fout, die zich goed samenvat in zijn opmerking ‘Zo menslievend is die wetenschap dus ook weer niet.’ Hij wijst erop dat er nog wel eens gruwelijke onderzoeksmethoden zijn toegepast en dat de farmaceutische industrie zich vooral richt op medicijnen waar veel winst op te behalen valt. Dat zijn echter – hoe waar ze ook mogen zijn – geen relevante punten. De wetenschap claimt namelijk helemaal niet menslievend te zijn. De wetenschap claimt een objectieve beschrijving van de werkelijkheid te geven, en daar doen deze punten niets aan af.

Ten slotte zou ik nog twee punten willen maken die meer over het gedachtegoed van Van den Broek als geheel gaan.

 

Ten eerste is er een belangrijk verschil tussen wetenschap en geloof: een wetenschapper kan zich van het tegendeel laten overtuigen, indien hem voldoende sterk bewijs wordt gepresenteerd. Zoals Richard Dawkins altijd zegt: als je mij een menselijke schedel laat zien die is opgegraven uit een heel diepe aardlaag, zal ik de evolutietheorie herzien. Gaat Dawkins dan bij de eerste de beste fossiel die hij niet kan plaatsen in god geloven? Niet per se. Maar hij zal wel zijn theorie bijstellen. Een gelovige gelooft echter ongeacht het bewijs. Kan een gelovige dan geen wetenschapper zijn? Natuurlijk wel, maar hij zal bij het beoefenen van wetenschap zijn opvattingen over het geloof wel aan de kant moeten zetten.

 

Ten tweede valt het mij op dat Charles van den Broek een buitengewoon geagiteerde schrijfstijl heeft. Zo worden atheïsten naast ‘kortzichtigheid’ ook ‘hufterigheid’ toegeschreven en worden zij vergeleken met een ‘bende voetbalhooligans’. Hoewel een goed geplaatste overdrijving een tekst kracht kan bijzetten, meen ik toch dat deze schrijver beter moet leren doseren. Een kalmeringspilletje zou daarbij allicht van dienst kunnen zijn.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Vincent de Haan, Student rechten, psychologie en wijsbegeerte
Hoe een schrijver over geloof en wetenschap acht fouten maakt - 25 maart 2013
Hoe een gelovige 10 denkfouten maakt - 24 februari 2013
Maak boetes inkomensafhankelijk, niet de zorg - 27 oktober 2012
Geweld hoort nu eenmaal bij het politiewerk - 28 december 2011



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer