23 april 2013 | door: Jomme Vrolix, Student ir. Energie, lid van energiedenktank YERA

Steenkoolgas produceren in Limburg is absoluut geen goed idee

De proeven rond steenkoolgas in Limburg worden onthaald als een manier om van België een gasproducent te maken. De minieme voordelen wegen echter geenszins op tegen de mogelijk desastreuze nadelen.

"Zeven miljard kubieke meter is niet eens genoeg om België voor een half jaar te bevoorraden"

Op vrijdag 19 april verleende de Vlaamse regering een vergunning om steenkoolgas op te sporen in het Kempens bekken. Voorlopig is het enkel de bedoeling om de economische haalbaarheid van een mogelijke gaswinning te onderzoeken. Nadien kan een aanvraag tot daadwerkelijke gaswinning ingediend worden.

 

Dat de Vlaamse overheid hier trots mee uitpakt is op zijn minst zorgwekkend. Plannen we in de toekomst dan toch in te zetten op fossiele brandstoffen? Of is dat aardgas net wat we nodig hebben om onze energiebevoorrading veilig te stellen? Wat vast staat, is dat de beslissing risico's inhoudt.

 

Schadelijk voor het milieu

Niet-conventionele gaswinning stuit vaak op protest. Tegenstanders wijzen vooral op de mogelijk schadelijke effecten voor het milieu. Deze zijn vaak veel erger dan bij conventionele gaswinning. Het Limburgse project maakt gelukkig geen gebruik van het fracking-principe. Van de chemicaliën die daarvoor nodig zijn blijven we dus gespaard. Toch blijft er een risico op vervuiling van het grondwater door de boring zelf. Ook voor het afvalwater dat vrijkomt moet zuivering voorzien worden. Voor men effectief tot ontginning over gaat, moet men nauwgezet bepalen of de maatschappelijke winsten zeker groter zullen zijn dan de maatschappelijke schade.

 

Onafhankelijk van Rusland?

De ontginning van gas uit steenkool kan op langere termijn de afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers verkleinen. Vooral Rusland heeft de kwalijke reputatie om de gaskraan al eens dicht te draaien en zo Europa geopolitiek schaakmat te zetten. Zelf produceren zou dergelijke situaties kunnen vermijden. Die bevoorradingszekerheid kan dus een motivatie zijn om in het project te stappen.

 

Het argument van bevoorradingszekerheid rammelt echter op een aantal plaatsen. België is om te beginnen uitstekend ontsloten op het gebied van gas. We krijgen via verschillende pijpleidingen gas binnen en de gasterminal van Zeebrugge laat ons toe om gas van over heel de wereld aan te kopen. De goede werking daarvan blijkt uit de afgelopen incidenten met Rusland. Terwijl verschillende Europese landen met een ernstig tekort zaten, was het dichtdraaien van de kraan amper merkbaar in België. Bovendien zijn de Russische gasleveranciers erg afhankelijk van de Europese klanten. Telkens ze de gaskraan dichtdraaien verliezen ze een stuk van hun geloofwaardigheid. Dat verzwakt hun onderhandelingspositie bij nieuwe contracten.

 

Economisch belang?

Een ander punt van kritiek is de enorm kleine beschikbare gasvoorraad in het reservoir. Een studie van VITO schat de voorraad op zeven miljard kubieke meter. Dat wordt enthousiast vertaald naar het verbruik van half Limburg voor twintig jaar. Daar wringt al meteen het schoentje: Limburg verbruikt erg weinig gas. Er is nauwelijks energie-intensieve industrie aanwezig in de provincie. De enige Limburgse gascentrale ligt grotendeels stil. Men kan de vergelijking ook anders maken: zeven miljard kubieke meter is niet eens genoeg om België voor een half jaar te bevoorraden.

 

Voor de exploitatie richt men de ogen naar privé-investeerders. De staat zal met andere woorden niet het risico lopen zich in een verlieslatend debacle te storten. Toch komt het enthousiasme van de overheid voor dit project op zijn minst vreemd over. De voordelen voor de overheid - en bij uitbreiding dus de maatschappij - zijn niet direct duidelijk. Voorlopig lijkt ze zelf ook nog niet te weten of er positieve kanten voor haar aan zitten. Het valt immers op dat in geen enkel persbericht verwezen wordt naar eventuele voordelen voor Vlaanderen. Die zijn dan ook niet eenvoudig te vinden. Het aantal nieuwe jobs zal beperkt zijn, zeker zodra de uitbating op volle toeren draait. Ook voor de inkomsten voor de schatkist moeten we het niet doen: eventuele winst zal naar de buitenlandse privépartner gaan.

 

De enige opbrengst die de overheid zal incasseren is die uit de winningsvergunning. De vraag is echter of die wel de moeite waard zal zijn. Reken even mee: stel dat de volledige voorraad uit de grond gehaald en verkocht kan worden. Aan 500 euro per 1000 kubieke meter, stukken hoger dan de huidige prijs, zou dat op de grootmarkt 3,5 miljard opbrengen. Momenteel wordt de economische haalbaarheid van de gebruikte technologie al sterk in vraag gesteld. De winst voor de privépartner zal daar dus slechts een fractie van bedragen. De opbrengsten voor de overheid zakken dan al snel tot hoogstens enkele tientallen miljoenen euro, verspreid over de volledige levensduur van de installatie. Men moet dus afwegen of die opbrengst voor de maatschappij voldoende is om het risico te lopen.

 

De vraag is uiteindelijk of het kleine voordeel van een gasontginning in Limburg opweegt tegen de vele nadelen. Vanuit een techno-economisch standpunt lijkt het niet te verantwoorden om risico op milieuschade te lopen, in ruil voor een verwaarloosbare productie en opbrengst voor de schatkist.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Jomme Vrolix, Student ir. Energie, lid van energiedenktank YERA
Steenkoolgas produceren in Limburg is absoluut geen goed idee - 23 april 2013



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer