Geschiedenis
1 mei 2013 | door: Annemarie Steenbergen, docent Nederlands

Houd Dodenherdenking zuiver

We moeten op 4 mei de oorlog van twee kanten bekijken, en ook kijken naar daders die slachtoffers werden. Maar veel oorlogsslachtoffers kunnen dat nog steeds niet. Houd voor hen de Dodenherdenking zuiver.

"Wat als je gemarteld bent, als medisch proefkonijn hebt gefungeerd?"

Op 4 mei is het weer Dodenherdenking. Dat is een dag die ik de hele dag lijk te vóelen. Ik ben een tweede-generatie-oorlogsslachtoffer. Mijn ouders hebben beiden de oorlog meegemaakt, hun jeugd verdronk in oorlogsgeweld, angst, honger, kou, verdriet. Er werd niet heel veel over de oorlog gesproken. Ze waren beide kinderen eigenlijk, vroeg volwassen geworden door de oorlog.

 

Mijn moeder was elf en mijn vader zeventien jaar toen de oorlog ten einde was. Het moge duidelijk zijn, mijn vader was fout in de oorlog, wat! zijn hele familie was fout, althans, volgens mijn moeder.

 

De Telegraaf

Mijn vader bracht namelijk als kind De Telegraaf rond en die krant was in handen van de Duitsers. Zijn vader werkte bij de bank, natuurlijk ook in handen van de Duitsers. Mijn vader had eten, mijn moeder niet, haar vader zat achter een luik op zolder, de hele oorlog lang. Haar ouders trokken er stiekem op uit om eten te halen voor hun gezin van vier kinderen waarvan mijn moeder de oudste was. Haar broers en zus vertelden op haar begrafenis hoe ze het bloed onder haar nagels vandaan treiterden, met z’n drieën tegen een meisje van tien jaar.

 

Mijn moeder heeft ooit weleens verteld over het Joodse vriendinnetje dat uit de straat weg werd gevoerd. Meer dan een terloopse opmerking was het niet, wij durfden niet verder te vragen, de pijn droop uit iedere kier van haar zijn. Het enige verhaal dat zij ooit vertelde staat in mijn geheugen gegrift: een voedselpakket was gedropt en er was eten! Geen uien of bloembollen dit keer. Wit brood. Iedereen schranste het eten naar binnen, maar mijn toen al vooruitdenkende moeder had een klein stukje bewaard voor de volgende dag. Toen zij het wilde pakken was het verdwenen. Mijn opa bleef strak een andere kant op kijken om haar diep gekwetste blik niet te zien.

 

Ach, wist ik veel toen. Ik wist alleen dat ik niet van warm eten hield (later bleek mijn moeder gewoon niet te kunnen koken). Dus at ik met lange tanden en urenlang. Want ik mocht niet van tafel voor het op was. Een mep moest haar woorden kracht bij zetten, maar daardoor duurde de ellende alleen nog maar langer. Nog proef ik de smaak van koude, platgekookte, laffe witlof, die als een bal in mijn mond bleef hangen. Nog langer de smaak van die ellendige groente. Er werden geen overbodige en zeker geen dure aankopen gedaan, terwijl dat financieel best kon. Ze was echter zuinig en gul tegelijkertijd. Het geld dat ze ermee bespaarde was voor heerlijke vakanties. Niet naar Mofrika, de rotmoffen moesten haar fiets maar eerst eens teruggeven, maar naar Italië en Frankrijk. Op 4 mei was het dodenherdenking, een dag die ik de hele dag leek te vóelen. De vlag ging halfstok, en ik zie mij nog staan op de Dam, als piepklein meisje, doodstil was het, geen tram of bus, zelfs geen Damschreeuwer had je toen. Ik weet nog dat een keer de auto aan de kant geparkeerd werd, op de snelweg, dat deed echt iedereen! Zo zaten we muisstil heel hartstochtelijk te herdenken en deed ik mega mijn best om niet aan het broodkorstverhaal te denken. Ik vond het zwaar indrukwekkend en bij iedere, op het strand  kuilgravende Duitser beten mijn (altijd stoute) zus en ik hem toe dat hij rap mijn moeders fiets moest teruggeven. Ervoor wakend dat mijn ouders ons niet hoorde, want die zouden zeker not amused zijn geweest.

 

Zware en deprimerende kost

Ondanks het gebrek aan onderwijs, mijn moeder had haar school nooit af kunnen maken, bewoonden vette literatuur onze boekenkasten. Dat weet ik nu pas. De vijftigers, alle ellendige boeken die ik later voor mijn opleiding heb moeten lezen en veel meer had ik mijn jeugd al eens gelezen. Ik begreep ze niet zo goed, maar toch, de dikke linnen kaften, de intrigerende titels en de verveling, maakte dat ik al die boeken las. Nu pas vraag ik mij af, waarom las mijn toen nog niet ontwikkelde moeder die boeken? Die zware en vaak deprimerende kost, zo net na de oorlog? Toen ik naar de middelbare school ging, ging zij naar de moedermavo, door naar de havo en zelfs vwo met vakken als Spaans en Russisch. Ze ontwikkelde, mijn moeder, en opeens was Mofrika Duitsland en Duiters mensen die het ook allemaal zo niet hadden gewild. We gingen op vakantie naar de Eifel en naar het Zwarte Woud en mijn ouders spraken beiden Duits. (Dat van mijn vader leek verdacht veel op Nederlands met een Duits accent, maar dat mocht de pret niet drukken)

 

Daders als slachtoffers

Toen Auke, een jongen wiens oudoom bij de Waffen SS was geweest een gedicht wilde voordragen op herdenkingsdag om ook zijn oom te herdenken, het verdriet van zijn overgrootmoeder onder woorden bracht,  was ik in eerste instantie geroerd. Ik vond het gedicht mooi en na het lezen van de Boekendief’ en’ Extreem luid en ongelooflijk dichtbij’ had ik ook andere kanten gezien van het Nazi Duitsland. Niet iedereen had echt een keus, soms overkomen dingen je.

 

Maar er volgden felle tegengeluiden, Hallo? gingen we nu van daders óók slachtoffers maken? Konden de ouders van Auke hem niet tegenhouden? Vonden zij zijn moment van ‘fame’ belangrijker dan de pijn van nabestaanden van de slachtoffers van Hitler? Zo had ik er nog niet naar gekeken en al snel volgde een ander incident. In Vorden wilden men de paar Duitsers die daar begraven lagen ook in de herdenkingsplechtigheid meenemen. Het waren jonge Duitsers die onder dwang bij de Wehrmacht geplaatst waren. De rechter moest er aan te pas komen om deze herdenking in goede banen te leiden, de burgemeester werd verboden om langs de graven van de Duitsers te lopen.

 

Keuze

Mijn moeder kon misschien opbrengen om de oorlog van twee kanten te bekijken, voor veel oorlogsslachtoffers kan dat nog steeds niet. Hoe meer afstand, hoe groter die oorlog lijkt te worden. In de eerste jaren na de oorlog ging al hun tijd en energie zitten in het opbouwen van een nieuw leven, en pas toen ze met pensioen gingen, als er tijd in overvloed komt, keerden de herinneringen terug met de kracht van een tsunami. Hoe wrang en pijnlijk moet het voor hen zijn om geconfronteerd te worden met het herdenken van de daders. Voor de slachtoffers is het duidelijk, je hebt altijd een keus en als je kiest om dader te worden, kun je geen slachtoffer meer zijn.

 

Want was als je voor je ogen je geliefde hebt zien sterven, je kinderen niet kon voeden, de deuren van je huis moest opbranden om warm te blijven. Vlooien en luizen bewoonden je huis, haard en lijf. Je school moest missen en de talloze vrienden die je in een trein hebt zien stappen om nooit te zien meer terug te keren. De bloembollen die je op je knieën moest uitgraven en niet te vreten bleken te zijn, maar toch dagelijkse kost moesten worden omdat de Duitsers je opeens van alles wat bezat en lief had hadden beroofd. Wat als je gemarteld bent, als medisch proefkonijn hebt gefungeerd. Je je dode vrienden in kruiwagens hebt moeten vervoeren. Als je nog op je netvlies heb hoe je vrouw en je baby richting gaskamers hebt zien gaan?  Als je nog gillend wakker wordt omdat je iedere nacht de deuren van de trein hoort dichtslaan en het donker je nog altijd overvalt. Wil je dan ook dat Auke zijn gedicht voordraagt of er een ommetje langs de gesneuvelde jonge soldaten van de Wehrmacht wordt gemaakt? Werkelijk? Moeten die daders herdácht worden? Door ons Nederlanders? Die nergens om gevraagd hebben, maar toch van alles ‘kregen’?

 

Angela Merkel

Een duivels dilemma, dat vind ik het. Alle dagen van het jaar rijden we over Duitse snelwegen in onze dikke Duitse wagens, Zijn we blij dat onze economie zo verbonden is met Duitsland en zijn we Angela Merkel dankbaar. Een dag per jaar heet Duitsland weer Mofrika, zijn de moffen onze vijand en wil iedereen zijn moeders fiets terug.

 

Een dag per jaar staan we stil bij het onvoorstelbare leed dat ons land en zijn inwoners is aangedaan. Een dag om stil te staan bij een oorlog die er nooit had mogen zijn. Een dag om onze eigen doden te herdenken, een handreiking naar de slachtoffers. Of tweede- generatie- oorlogsslachtoffers en nee, ik reken mijzelf daar niet echt toe, kom nou, die stronk witlof ben ik echt wel te boven en mijn ouders zijn meer dan de oorlog. Het heeft ze getekend en gevormd, maar ze hebben de kracht gevonden om in het heden te leven. Zij konden het verleden laten voor wat het was, een zwarte gebeurtenis in het toen. Maar voor wie dat niet kon, omdat hen toen meer is overkomen dan een mens kan dragen, omdat ze gruwelen zijn aangedaan, omdat Duits voor hen nog steeds een taal van de vijand is, kunnen we voor die mensen het herdenken op 4 mei gewoon beperken tot waar deze dag ooit voor was uitgeroepen? Een herdenkingsdag voor de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

 

Fundament

Als kind van mijn ouders ben ik vergroeid met het belichten van twee kanten van een verhaal. Het is mijn fundament. Zouden we een voorbeeld moeten nemen aan mensen zoals mijn ouders, die ook leed is aangedaan, maar verder hebben willen en kunnen kijken? Heeft vergeven en begrip tonen een niet veel genezendere werking dan haten en blijven hangen in een gevoel van onrecht? Zijn wij niet groter dan de oorlog? Hoe dan ook: Het is een dag om te denken aan dat het gebeurd is en dus altijd weer kan gebeuren. En dan hoe dan ook maar te blijven hopen en te blijven streven naar: ‘Never, never again’,..

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Annemarie Steenbergen, docent Nederlands
Houd Dodenherdenking zuiver - 1 mei 2013



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer