Economie
18 mei 2013 | door: Stijn Decock, Hoofdeconoom Voka

Het is vijf over twaalf voor België

In de jaren 80 werd de frank werd met 8,5% gedevalueerd om het concurrentievermogen van België te herstellen. Dat kan dankzij de euro niet meer. Een interne devaluatie blijkt de enige oplossing.  

"De houding van de vakbonden zorgt ervoor dat de concurrentiehandicap wordt vergroot."

De devaluatie van de frank kwam er in reactie op het dalend concurrentievermogen. Hoewel België nu ook met een sterk dalend concurrentievermogen kampt, is een devaluatie door de komst van de euro niet meer mogelijk. De enige oplossing is een interne devaluatie doormiddel van het verlagen van de brutolonen. Het is zeer de vraag of we anno 2013 voldoende partners bereid vinden om zoals in Poupehan een interne devaluatie door te voeren.

Die devaluatie – het kroonstuk op een hele rits ingrijpende maatregelen - kwam er nadat België eind jaren 70, begin jaren 80 met een serieuze concurrentiehandicap zat. De staalsector, de steenkoolmijnen, de textielindustrie… alle grote toenmalige Belgische traditionele sectoren kampten toen met de naweeën van de oliecrisis en de opkomende concurrentie van goedkopere landen. 

Bovendien lag de werkloosheid op bijna 12% en het begrotingstekort op maar liefst 15,5% van het bbp. Tevens kende België, net zoals nu, een tekort op de handelsbalans. Een hele generatie jongeren dreigde rechtstreeks van de schoolbanken naar het stempellokaal te moeten verkassen. Om de tijdgeest te vatten; Walter Grootaers had toen zelf een hitje met het lied ‘Geef me Werk’. 

 
Concurrentievermogen
Volgens de geschiedschrijving zette een bolwassing over de belabberde staat van de Belgische economie door de Europese collega’s premier Martens ertoe aan om ingrijpend het concurrentievermogen op te vijzelen. Martens had twee voordelen ten opzichte van vandaag. Op dat moment vond hij ook bij de vakbonden leiders die er zeker van waren dat een herstel van het concurrentievermogen goed was voor de werknemers en de bestrijding van de werkloosheid.

Ten tweede beschikte hij over het wapen van de devaluatie. Het voordeel van een devaluatie is dat het een harde maar zeer korte pijn is. Je moet het letterlijk in een weekend bij verrassing uitvoeren. Slechts een kleine groep mensen mag op het hoogte zijn. Indien het verrassingseffect weg is, dreigt iedereen zijn geld van de bank te halen. De operatie moet afgerond zijn voordat de banken de maandag erop opnieuw open gaan en de kranten in de kiosk liggen. 

Interne devaluatie via drie ingrepen
Maak de vergelijking met het België van 2013. De loonhandicap met de buurlanden ligt tussen de 15 en 20%. De werkloosheid en vooral de jongerenwerkloosheid stijgt opnieuw. Enkele belangrijke grote bedrijven zoals Ford, Arcelor Luik, Caterpillar en Opel Antwerpen sluiten de deuren of bouwen de activiteiten sterk af. Andere sleutelbedrijven – grote exporteurs en belangrijke werkgevers – klagen steen en been over te hoge lonen en energieprijzen. Links en rechts valt er een waarschuwing vanuit het hoofdkwartier over het hoge kostenplaatje van de Belgische vestiging. Verder is de handelsbalans al voor het vierde jaar op rij negatief. En net als in 1982 krijgt België in ieder Europees rapport keer op keer te horen dat het dringend het concurrentievermogen moet herstellen.

De harde en korte pijn van een devaluatie is dus niet meer mogelijk. Het enige wat rest om de lonen concurrerend te maken is een soort van interne devaluatie die voorziet in een daling van de brutolonen richting het niveau van de buurlanden. De meest brute manier om dit door te voeren, zoals in de Zuid-Europese landen, is iedereen minder te betalen, maar dit ligt sociaal gevoelig. Een veel haalbaardere piste is de lasten op lonen te verlagen door te besparen bij de overheid, die verhoudingsgewijs nog altijd vetter is dan in de meeste andere Europese landen. 

Een tweede of aanvullende mogelijkheid is mensen enkele uren langer laten werken voor hetzelfde loon. Dit wordt door werknemers als minder pijnlijk ervaren omdat een uur per week meer werken minder erg is dan netto een loonsverlaging te slikken. De laatste piste, de lasten op arbeid verlagen door de belasting te verschuiven, is een beperkte oplossing omdat België in zowat alle andere categorieën tot de kampioenen hoort qua nominale belastingstarieven. Idealiter voer je een combinatie van de vorige drie uit om de handicap aan te pakken. 

Vakbonden willen niet mee
In het werkgeverskamp en een deel van de politiek is men overtuigd dat er dringende maatregelen nodig zijn om het concurrentievermogen te herstellen. Alleen lijken, in tegenstelling tot Poupehan in de jaren 80, de werknemersorganisaties hier minder van overtuigd te zijn. Tussen de lippen door laten de leiders soms blijken dat ze het wel snappen, zoals ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw die op 1 mei voor de eerste keer toegaf dat het wegwerken van de loonhandicap 150.000 jobs zou opleveren. Trouwens een cijfer dat heel dicht tegen onze eigen berekeningen aanleunt. Dus zelf het ABVV geeft nu toe dat er een economische wetmatigheid bestaat dat te hoge lonen in verhouding met te lage productiviteit baanvernietigend werkt.

Toch blijken de vakbonden heel wat koudwatervrees te hebben om deze redenering ook naar de praktijk over te brengen. De discussie over de index, het arbeiders-bediendenstatuut. de vakbonden onderhandelen hier nog altijd tegen de stroom in. Hun houding zorgt ervoor dat de concurrentiehandicap wordt vergroot, wat natuurlijk banenvernietigend werkt. Het is dus eerder vijf over dan vijf voor twaalf. Willen we de welvaart op lange termijn veilig stellen, dan zal in de eerste plaats opnieuw meer leiderschap nodig zijn bij de beleidsmensen, leiderschap om de achterban vooral te overtuigen dat pijnlijke maatregelen op korte termijn iedereen op lange termijn gezonder zal maken.

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer