Arbeidsmarkt
11 juni 2013 | door: Stijn Decock, Hoofdeconoom Voka

België gaat kapot aan lage koopkracht en hoge loonlasten

Zonder een deal over arbeidslasten en lage levenskosten zullen nog meer bedrijven wegtrekken uit België en zal de onvrede bij de bevolking toenemen. Om een deal te bewerkstelligen zullen de politieke en niet-politieke partijen een aantal taboes moeten laten varen

"Zowel de arbeidslasten als de kosten voor levensonderhoud liggen te hoog om bedrijven en bevolking tevreden te houden. "

De hoge arbeidslasten zijn niet nieuw in dit land. Tijdens de saneringsgolf van de jaren 80, toen begrotingstekorten in België met twee cijfers geschreven werden, heeft men de lasten op arbeid sterk verhoogd. Toch kon België zich eind jaren 80 en in de jaren 90 economisch vrij goed handhaven. Eveneens gingen de besparingsjaren toen niet gepaard met stijgende armoede.

  
De reden hiervoor is dat de kosten van het levensonderhoud in België lange tijd laag lagen, lager dan in de buurlanden. De hoge belastingen werden gecompenseerd met lage woon- en energieprijzen. Wie van een uitkering gebruik maakte, kon daar relatief gemakkelijk van leven. Het was een ongeschreven afspraak tussen overheid en burger: de nettolonen en uitkeringen zijn niet zo hoog, maar het levensonderhoud evenmin, waardoor de koopkracht van de burger vrij hoog bleef.

   

Hoge welvaart in de jaren 80 en 90
Hoe ging dat in zijn werk? Vooreerst de huizenprijzen. België heeft veel later dan de buurlanden deftige ruimtelijke ordeningsplannen opgesteld. Voor de verkeersveiligheid, het milieu en de infrastructuur was dat een ramp, maar het had als voordeel dat grondprijzen lang laag bleven omdat zowat overal gebouwd mocht worden. Een huis met een grote tuin was een perfect haalbare droom voor een gezin uit de lagere middenklasse. 

   
Daarnaast was er een vlucht vanuit de steden richting verkavelingen waardoor de huurprijzen in de steden laag bleven voor wie van een beperkt inkomen moest rondkomen. De bevolkingsgroei nam niet toe, zodat het aanbod aan huizen in evenwicht was met de vraag naar huizen. België kende absoluut niet de woningsnood van Nederland. 

  
De jaren 80 en 90 werden ook gekenmerkt door de omgekeerde olieschok en de melkplassen en graanbergen. Grondstoffen waren toen heel goedkoop. Een vat olie, dat in deze crisistijden nog altijd voor meer dan 100 dollar over de toonbank schuift, kostte eind jaren 90 nog geen 10 dollar. Bovendien schakelde België ook over op nucleaire energie waardoor de elektriciteitsprijzen laag bleven.

  
Ook de bedrijven profiteerden hiervan. Industrieelgrond was goedkoop, elektriciteit eveneens. De hoge loonlasten konden worden gecompenseerd via een verregaande automatisering en kapitaalsintensiviteit. Een voorwaarde was dat de elektriciteit om al die machines aan te drijven goedkoop bleef en dit kon dankzij de kerncentrales.

  
Hoge huurprijzen door late en slechte regulering
Aan de deal, hoge loonlasten maar lage levenskosten kwam in de loop van de jaren 2000 een einde. Vooreerst de woonprijzen. Huizenprijzen worden heel sterk beïnvloed door de rentestand. Hoe lager de rente, hoe meer kapitaal kan afgelost worden met een zelfde aflossing. Dus stijgen de prijzen van de huizen.

  
Bovendien raakte het land langzaam volgebouwd en werd er (eindelijk) werk gemaakt van een striktere ruimtelijke ordening. Dat leidde tot schaarste aan bouwgrond en dus hogere grondprijzen. Bovendien voerde België in de jaren 2000 een laks migratiebeleid waardoor de bevolking van België snel toenam met laagopgeleide en weinig bemiddelde migranten. Deze onverwachte snelle bevolkingsgroei dreef de vraag naar (huur)huizen op. Tot slot kenden we in de jaren 2000 twee beurscrashes en enkele fiscale regularisatiecampagnes waardoor vermogende particulieren hun geld in vastgoed gingen stoppen.

  
Dit alles zorgde ervoor dat de huizenprijzen in 10 jaar verdubbeld zijn. Voor jonge mensen die niet over een startkapitaal beschikken, wordt de aanschaf van een vrijstaand huis met grote tuin (zoals hun ouders er een hebben) een moeilijke zaak. De hoge huurprijzen nemen voor mensen met een laag inkomen een grote hap uit het budget.

  
In de jaren 2000 gingen ook de grondstofprijzen sterk omhoog. Hoofdzakelijk om redenen die buiten België liggen. De snelle groei van heel wat opkomende economieën zorgde voor een enorme toename van de vraag naar olie en landbouwgrondstoffen. Maar ook de Belgische regering gaat niet vrijuit. In die jaren werd de elektriciteitssector op een weinig doordachte manier geliberaliseerd met als resultaat forse prijsstijgingen. Daarnaast werd met te hoge subsidies groene energie gepromoot zonder rekening te houden met de factuur die achteraf zou volgen. 

   

De deal is stuk
In 2013 is de oude deal tussen de overheid en de bevolking stuk. De hoge loonlasten worden niet langer gecompenseerd met een hoge koopkracht. België is in zowat alles een duur land geworden. Dit terwijl de loonkosten de allerhoogste van de eurozone zijn en daarom in economisch opzicht niet langer te verantwoorden tegenover de bedrijven.

 
Indien de regering de deal met de burger wil herstellen zijn de opties beperkt. De koopkracht via loonsverhogingen compenseren, is economische zelfmoord omdat dan een exodus van bedrijven en jobs dreigt. Over de internationale grondstofprijzen hebben we weinig te zeggen, we kunnen alleen maatregelen nemen om minder verbruik aan te moedigen (bv isolatie of zuinige wagens), maar dat zal niet langer met uitgebreide subsidies gepaard kunnen gaan. We moeten vooral weer een doordacht energie- en groene stroombeleid voeren, zodat de elektriciteitsprijzen opnieuw in lijn met de buurlanden liggen.

 
De hoge woningprijzen moeten we zeker niet met massale subsidies te lijf gaan, de ervaring in het buitenland met allerhande technieken om woningenbezit aan te moedigen, leert dat dit enkel tot nog hogere prijzen leidt. De enige oplossing is het aanbod op een slimme manier verhogen (bv door bestaande kavels op te delen, meer in de hoogte te bouwen…) en de migratiepoorten niet wagenwijd open laten staan.

 
Het sluitstuk is het verlagen van de loonkosten. Naast de dure overheid is vooral de lage activiteitsgraad de reden waarom de lasten op lonen zo hoog zijn. Dus je moet de vicieuze cirkel doorbreken die de hoge lonen heel wat mensen in de inactiviteit duwen. Slank de overheid af, verlaag de lasten en je prijst heel wat mensen opnieuw in de markt, waardoor de activiteitsgraad stijgt en de lasten nog verder omlaag kunnen.

 
Het herstellen van de deal is belangrijk, anders zullen nog meer bedrijven wegtrekken en de onvrede bij de bevolking toenemen. Om dat te bewerkstelligen zullen heel wat politieke en niet-politieke partijen een aantal taboes moeten laten varen.

 

 

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer