Rechtspraak
12 juni 2013 | door: Rens Pennings, Masterstudent Bedrijfskunde-Strategy

'(S)hell in Nigeria'

Maken Nigeriaanse keuterboeren echt kans tegen oliegigant Shell? Misschien, maar dan wel op morele gronden en geen juridische. 

"Als winstmachine is Shell groots in het presteren, maar miereneukerig als het gaat om haar verantwoordelijkheden."

De rechter veroordeelde Shell Nigeria op 30 januari 2013 voor slechts één van de vijf aanklachten die door vier Nigeriaanse boeren waren ingediend. Alle aanklachten hadden te maken met, natuurlijk: olielekkages. De reden dat ik hierover begin, is een artikel dat op 5 juni jongstleden in de Volkskrant verscheen. Inhoudelijk ging het over de doelstellingen van Shell inzake ‘duurzame energie’. Shell en duurzame energie? Hou toch op. Alsof we de gigantische olievervuilingen met bijbehorende rechtszaak in Nigeria nog niet vergeten zijn. Hoe zat het ook alweer?

 

Een ‘unieke zaak’ was het: Shell Nigeria werd op 10 oktober 2012 door vier Nigeriaanse boeren voor het gerecht gesleept in Nederland. Vier olielekkages hadden de akkers en visgronden van de boeren veranderd in een inktzwart spooklandschap. Maar de kans dat de boeren deze rechtszaak gingen winnen was even groot als de kans dat Sinterklaas echt bestaat.

  

Milieuschade door sabotage

Uiteindelijk veroordeelde de rechter Shell Nigeria tot het betalen van een schadevergoeding aan één Nigeriaanse boer door milieuschade aangericht door olielekkages. Zoals Pieter Pauw – onderzoeker en publicist op het gebied van klimaat en duurzaamheid – op 11 februari 2013 in zijn opiniestuk over Shell beschrijft: ‘’Het lijkt een Pyrrusoverwinning, want er wonen tientallen miljoenen (arme) mensen in dit gebied waar ‘s werelds grootste olieramp voortduurt’’.

  

De belangrijkste reden voor de afwijzing van de andere vorderingen aan Shell was zo klaar als een klontje: “een oliemaatschappij is in beginsel niet aansprakelijk voor olielekkages door sabotage’’, aldus de rechter in Den Haag. Een prima reden? Of niet? Het probleem bij dit soort rechtszaken tegen Shell zit vaak veel dieper dan dat de oppervlakte laat zien. Het is heel simpel: rechtszaken gaan over wat juridisch en feitelijk gezien waar en onwaar is. Shell heeft veel ervaring met rechtszaken en is ook erg goed in het verdedigen van de verantwoordelijkheden van haar eigen bedrijf. Maar vanuit moreel perspectief kan ik wel enige kritische noten omtrent de verantwoordelijkheden van Shell naar voren brengen.

  

Onverantwoorde verantwoordelijkheid

Shell zit al een halve eeuw in de Niger-delta. Samen met de Nigeriaanse overheid en twee andere oliemaatschappijen zijn zij een joint venture. Het aandeel van Shell is 30% en daarmee heeft de maatschappij ‘enkel’ de operationele verantwoordelijkheid. In Jip en Janneke taal betekent dit dat ze in feite niks bezit. Ze draait enkel aan de knoppen. Shell moet ervoor zorgen dat alles op operationeel niveau als een ‘geoliede’ machine blijft lopen. Als er olielekkages ontstaan als gevolg van sabotage aan de oliepijpleiding, dan is dat de verantwoordelijkheid van de Nigeriaanse overheid en niet van Shell.

  

Wat betreft de overheid: Shell mengt zich niet in de politiek. Dit staat netjes in haar bedrijfsprincipes omschreven. Daarmee heeft Shell alleen een economische macht en geen politieke. So, what? Het betekent dat Shell geen invloed kan en mag uitoefenen op de Nigeriaanse overheid. Ze mag deze alleen adviseren. Bijvoorbeeld als de belangen van haar stakeholders nadelig worden beïnvloed. Als een lokaal Nigeriaans dorp wordt overspoeld door olie, als gevolg van een olielekkage door sabotage, dan is het niet de verantwoordelijkheid van Shell om dit op te ruimen. Dat is die van de Nigeriaanse overheid en Shell kan die enkel adviseren. Zo staat het in de regels. Niet echt logisch, want per dag wordt er volgens Shell voor een kleine 10.000.000 liter olie gestolen, en je kunt wel raden of dit altijd goed gaat.

  

Een wereld van verschil

De bedrijfsprincipes van Shell werken prima in een gezond land als Nederland. Maar niet in een gebied als de Niger-Delta. Een gebied dat bol staat van de corruptie, armoede, en kampt met een vooral ondoorzichtig falend bestuur. Toch blijft Shell zeggen dat ze juridisch en feitelijk gezien enkel een economische macht heeft. Dus ook in de Niger-Delta.

Die economische macht is echter enorm (70% oftewel 108,3 miljard euro van Nigeria’s totale exportopbrengsten kwamen in 2012 uit dat gebied), wat het onvermogen van de rechterlijke macht op de maatschappij extra schrijnend maakt. Is er dan niets dat hier de aandacht op kan vestigen? Jawel, de mensenrechten.

   

De ‘universele’ mensenrechten

De mensenrechten zijn morele aanspraken op de organisatie van de samenleving. In andere woorden, de manier waarop de maatschappij is georganiseerd. De overheid is hiervoor verantwoordelijke numero 1. Indirect zijn alle ‘leden’ van de maatschappij verantwoordelijk voor die inrichting, dus ook mensen zoals jij en ik. Dat is het mooie van de mensenrechten: ze hebben een universele geldigheid.

  

Het is van nature logisch dat de overheid wordt gezien als degene die een land ‘organiseert’. Maar ‘het universele’ houdt in dat wanneer deze afwezig is (lees: Nigeria), mensen toegang moeten hebben tot de belangen van de mensenrechten. Pak dit samen met de globalisering in Nigeria en één plus één is twee: een groot deel van de macht is bij multinationals als Shell komen te liggen. Shell heeft daarmee een veel grotere verantwoordelijkheid dan op het eerste gezicht lijkt.

  

Het frappante is dat Shell in haar bedrijfsprincipes beweert dat ze de mensenrechten respecteert, die van haar werknemers althans. De mensenrechten van de samenleving respecteren is teveel gevraagd. Dat ligt voor Shell wat genuanceerder, deze steunt ze: “voor zover dat binnen de legitieme rol van het bedrijfsleven past’’. Het is dan ook dit zinnetje uit de Algemene Beleidsuitgangspunten van Shell (2010 p. 4) waarmee Shell haar morele geloofwaardigheid de grond in boort. De woorden van Pieter Pauw in zijn opiniestuk over Shell sluiten aan op mijn visie, dat ondanks alle mooie praatjes er van de oliegigant niet veel verwacht hoeft te worden.

  

Shell onthoudt…

Op morele gronden hadden alle vier de keuterboeren op 30 januari 2013 de rechtszaak gewonnen. Shell is gezien haar machtspositie de verantwoordelijke die haar invloed had moeten gebruiken om de oliepijpleidingen te beschermen. Op die manier had de vervuilde leefomgeving van de vier boeren (en duizenden anderen) voorkomen kunnen worden. Dit principe is alleen te mooi om waar te zijn. Shell’s directe verantwoordelijkheden strekken niet verder dan wat juridisch is vastgelegd. Indirect is deze verantwoordelijkheid veel groter, blijkens uit de mensenrechten.

 

Doordat Shell haar verantwoordelijkheden als gewapend beton heeft vastgelegd, houdt zij zich aan alle geldende wetten. Behalve de morele, maar deze zijn in dit geval indirect en niet te bewijzen. Dus, als winstmachine (26 miljard euro in 2012) is de oliegigant groots in het presteren, maar miereneukerig als het gaat om haar verantwoordelijkheden. Spiderman zei het al: ‘remember, with great power comes great responsibility’.

 

Rens Pennings, 22 jaar (Masterstudent Bedrijfskunde – Strategy, Radboud Universiteit Nijmegen)

 

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Rens Pennings, Masterstudent Bedrijfskunde-Strategy
'(S)hell in Nigeria' - 12 juni 2013



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer