Onderwijs
2 juli 2013 | door: Ingrid Verbanck, Verantwoordelijke marketing.

De juf heeft het gedaan

Eén op tien jongens zit in het speciaal onderwijs berichtte De Morgen afgelopen vrijdag. Ligt dat aan teveel vrouwelijke leerkrachten?

"Er is geen wetenschappelijk bewijs dat vervrouwelijking schuldig is aan de uitval van jongens in het onderwijs "

Bij monde van kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen werd afgelopen vrijdag in De Morgen gesuggereerd dat de vervrouwelijking van het onderwijs de oorzaak is van de uitval van jongens in het onderwijs: “Zeker het gedrag van jongens wordt te snel als een probleem ervaren door het sterk vervrouwelijkte lerarenkorps”.

 

Dat het onderwijs (te) sterk vervrouwelijkt is, zal niemand ontkennen. Die gestage vervrouwelijking hangt samen met de verminderde appreciatie van het beroep. In de tijd dat de onderwijzer nog met dezelfde eerbied werd bejegend als de notaris, de dokter of andere notabelen, werd het beroep quasi uitsluitend uitgeoefend door mannen. Sinds de jaren ’80 neemt echter de standing van het beroep af en zien we dus een toename van het aantal vrouwelijke leerkrachten en een afname van het aantal mannelijke.

 

Dat is een spijtige evolutie, niet omdat leraressen bewust hun jongens en hun meisjes anders zouden bejegenen, maar wel omdat het jongens ontbreekt aan rolmodellen waardoor ze zelf ook minder geneigd zijn te kiezen voor een baan in het onderwijs. Ook het onderwijs ontsnapt trouwens niet aan de wetmatigheid van de man/vrouw-verhouding volgens het echelon: hoe hoger de functies, hoe meer mannen men aantreft.

 

De uitval van jongens

Het klopt dat er een te hoge uitval is van jongens: al te vaak zijn het jongens die de school verlaten zonder diploma. En zoals nu ook moet worden vastgesteld: jongens worden ook meer dan meisjes doorverwezen naar het speciaal onderwijs. Al te vaak wordt aangenomen dat de vervrouwelijking van het onderwijs daar rechtstreeks de schuld van zou zijn, terwijl daar eigenlijk geen wetenschappelijk bewijs voor is. De oorzaken voor de slechte prestaties van sommige jongens in ons onderwijs moeten dus elders gezocht worden.

 

Problematisch gedrag

Het gedrag van jongens wordt inderdaad sneller als problematisch ervaren, maar niet (enkel) door vrouwelijk onderwijzend personeel. Er is nu eenmaal een brede maatschappelijke tendens om gedrag van jongeren dat vroeger werd gezien als ‘te corrigeren, maar deel uitmakend van het opgroeien’ nu als ‘problematisch’ te beoordelen. Het is geen toeval dat de leeftijd waarop je een GAS-boete aan je broek gesmeerd kunt krijgen onlangs werd verlaagd naar 14. Uiteraard hebben dergelijke ontwikkelingen ook hun weerslag op hoe het voltallige lerarenkorps (mannen én vrouwen) het gedrag van hun leerlingen bekijken.

 

Afkomst

Eén van de meest determinerende factoren die de doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs bepaalt, en dan zeker naar het type 8 (ernstige leerstoornissen) is de sociaaleconomische achtergrond van de leerling. Hoe ‘lager’ de socio-economische klasse, hoe kleiner de kans dat hij zich in het ASO zal staande houden. In nogal wat gevallen is de gebrekkige kennis van het Nederlands door een leerling van allochtone afkomst reden genoeg voor doorverwijzing naar type 8. Meisjes in dezelfde situatie worden dan afgeleid naar het beroepsonderwijs, bijvoorbeeld naar een richting zoals ‘voeding-verzorging’ die uitkijk biedt op een baan als bejaardenhelpster of poetsvrouw.

 

Studiecultuur en stereotypering

Ook in andere Europese landen moet men vaststellen dat het verschil tussen jongens en meisjes op tal van schoolprestaties toeneemt, ten nadeel van de jongens. Wetenschappers wijzen dan onder meer in de richting van opvoeding: aan meisjes wordt nog altijd meer geleerd om zich meegaand op te stellen, veel belang te hechten aan samenwerking en weinig risico te nemen. Het ligt voor de hand dat dergelijk gedrag in een schoolse omgeving – zowel door mannelijke als vrouwelijke leerkrachten – meer gewaardeerd wordt.

 

Een ander kwalijk gevolg van stereotypering is dat leerkrachten sowieso minder lijken te verwachten van jongens op academisch vlak en deze verwachting onbewust overdragen met nog zwakkere prestaties als gevolg. Zittenblijven, schoolmoeheid en doorverwijzing naar het speciaal onderwijs volgen logischerwijze op slechte studieresultaten.

 

Meer en meer lijkt het er op dat genderstereotypering dicteert dat kennisverwerving een zaak is voor meisjes en vrouwen waardoor jongens het nut niet meer inzien van studeren en het behalen van een diploma. Anders gezegd: voor sommigen wordt het stoer en mannelijk om te falen op school.

 

Wie dacht dat stereotiep denken over de geslachten enkel schadelijk is voor vrouwen, moet dringend zijn of haar mening herzien. 

Trefwoorden:
Onderwijs

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer