Onderwijs
26 september 2011 | door: Gerard Drosterij en Rik Peeters, resp. onderzoeker bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, en onderzoeker en promovendus bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur

Een terugtredende overheid die burgers de maat neemt? Dat werkt niet

De duidingen leken te verschillen, in wezen hadden de Britse rellen volgens Cameron en Miliband dezelfde oorsprong: asociaal gedrag. De teneur in Nederland is dezelfde.

"De overheid keert zich tegen maatschappelijk verval, maar benadrukt de eigen verantwoordelijkheid."

De focus van premier Cameron lag weliswaar op foute jongeren en gefragmenteerde families en die van oppositieleider Miliband (Labour) op graaiende bankiers uit de City, hun boodschap klonk eender: ze ging over mensen in de samenleving en weinig over de overheid zelf.

 

Premier Cameron sprak van een broken society, een samenleving gekenmerkt door 'onverantwoordelijkheid, egoïsme, kinderen zonder vaders, scholen zonder discipline'. Volgens hem waren de oorzaken bekend, en ging het nu slechts om doortastend overheidsoptreden. Cameron deed waar politici patent op hebben: verontwaardigd reageren op schokkende gebeurtenissen en vervolgens de wonderdokter spelen. 

 

Dezelfde boodschap klinkt door in de recente integratienota van minister Donner. Daarin wordt gesproken van een trendbreuk 'in de maatschappelijke ontwikkeling waarbij in de afgelopen decennia in het kader van de verzorgingsstaat de burger, professionals en maatschappelijke organisaties steeds meer verantwoordelijkheden uit handen zijn genomen [...]'. Het initiatief moet van de burger komen. 'Met deze koerswijziging bevestigt het kabinet de maatschappelijke norm dat zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid vooropstaan [...…]'. De overheid spreekt haar afschuw uit over maatschappelijk verval, maar benadrukt vooral de eigen verantwoordelijkheid van burgers.

 

Omkering

Het is een omkering van de democratische bewijslast: niet de overheid ziet zichzelf genoodzaakt haar beleid te verantwoorden, maar legt de burger langs de morele meetlat. In een democratie is de volgorde echter andersom: daar controleert in eerste instantie de burger de overheid. Wederzijdse afstemming vindt plaats via mechanismen als verkiezingen en publieke discussie. Echter, in het hedendaagse politieke debat domineert statelijke verontwaardiging. De overheid trekt de publieke bijdrage van de samenleving in twijfel, vindt tegelijkertijd haar eigen bijdrage te groot, doch belooft korte metten te maken met onruststokers en andere ordeverstoorders.

 

In de troonrede van 2002 stond al te lezen: 'Burgers zijn de dragers van de maatschappij. Te vaak wordt naar de overheid gekeken om problemen en risico's in het dagelijks leven te voorkomen of weg te nemen.'

 

Schizofreen

De nadruk op eigen verantwoordelijkheid is dus niet simpelweg een symptoom van een terugtredende overheid. De burgerschapsopvatting van Rutte, Cameron en hun voorgangers is niet neoliberaal, maar complexer, of liever: schizofreen. Een roep om grotere burgerlijk verantwoordelijkheid gaat niet gepaard met een vertrouwen in het morele kompas van burgers. Eigen verantwoordelijkheid, ja, maar dat betekent niet 'je eigen gang gaan', want zoals in de integratienotitie sarcastisch staat: 'Culturele verscheidenheid heeft […...] tot verdeeldheid en op zijn best tot wederzijdse veronachtzaming geleid.' Het wereldvreemde ideaal van de multiculturele samenleving heeft het klassiekliberale vertrouwen geschonden. Dus voor eigen bestwil bezuinigt de overheid intensief om ruimte te geven aan een big society, maar ziet er wel op toe dat de samenleving zich gaat conformeren aan gedeelde normen en waarden.

 

Veelzeggend is hoe kabinet-Rutte zichzelf positioneert in het regeerakkoord: 'Dit kabinet gelooft in een overheid die alleen dat doet wat zij moet doen, liefst zo dicht mogelijk bij mensen. Dan kan de overheid weer een bondgenoot worden van burgers.' De metafoor van het 'bondgenootschap' getuigt ogenschijnlijk van dienstbaarheid aan de samenleving, maar rechtvaardigt evenzeer een hard optreden tegen vijanden van binnenuit: zij die zich uit onwil of onkunde onverantwoordelijk gedragen. De denkbeeldige 'vijand' is de onverantwoordelijke burger, gerechtvaardigd onderwerp van overheidsinterventie.De oproep tot een bondgenootschap lijkt onschuldig en sympathiek, maar de realiteit leert anders. De burger wordt gepresenteerd als essentieel onderdeel van zowel oorzaak als oplossing van maatschappelijke problemen.

 

Campagnes

In campagnes als 'Nederland tegen terrorisme: wat kunt u doen?', 'Meld Misdaad Anoniem', 'Ik vermoed kindermishandeling; wat kan ik doen?, 'De pakkans vergroten' wordt de burger medeplichtig. Een goede opvoeding, sociale cohesie, gezondheid, zelfredzaamheid -- de overheid weet het ons allemaal goed te vertellen.

 

Maar zoals elke onderwijzer weet, kan je pas dingen van mensen eisen als je dat doet met respect en realisme. Dan weet je dat je woede oogst wanneer je zero tolerance predikt, maar uiteindelijk bewezen daders van ernstige misdrijven al weer snel laat gaan, maar dat je evenzeer woede oogst wanneer je jongeren voor elke scheet de les leest. Het uiteindelijke effect van stoere taal zonder gevoel voor de praktijk is dat de overheid niet meer serieus wordt genomen, zowel door slachtoffer als dader. Stoere woorden over eigen verantwoordelijkheid en bondgenootschappen werken dan eerder vervreemdend dan verbroederend.

Trefwoorden:
Onderwijs

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Gerard Drosterij en Rik Peeters, resp. onderzoeker bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, en onderzoeker en promovendus bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur
Een terugtredende overheid die burgers de maat neemt? Dat werkt niet - 26 september 2011



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer