Economie
24 september 2013 | door: Rutger Schuil, freelance publicist

Lenen is goedkoper dan bezuinigen

We moeten bezuinigen om het huishoudboekje op orde te krijgen. Helaas voor het kabinet werkt de economie op macroniveau anders dan op microniveau.

"Economische schoolvoorbeelden zijn aan dit kabinet niet besteed"

Geld lenen kost geld. Dit wordt ons door de overheid al enkele jaren duidelijk gemaakt op televisie en in advertenties. Geleend geld zal moeten worden terugbetaald tegen een soms hoge rente, en dus kost geld lenen geld. Hetzelfde principe wordt er ook op nagehouden door de Nederlandse regering. Maar het kabinet vergist zich.

 

Op microniveau klopt het adagium, een gezin kan niet eeuwig blijven lenen. Uiteindelijk zal het ten onder gaan aan de schuldenlast. Maar op macroniveau werkt deze economische wetmatigheid subtieler. Nederland bevindt zich namelijk in de comfortabele situatie waarin geld lenen praktisch geen geld kost. Het komt af en toe zelfs voor dat wij geld toe krijgen als andere landen en investeerders hun geld in Nederland willen stallen. Er zal gezegd worden dat dit komt omdat wij zo goed kunnen bezuinigen. Omdat de Nederlandse overheid binnen de drie-procent-norm van Brussel blijft. Dit is maar ten dele waar, de werkelijke reden is complexer.

 

Bezuinigingen lossen de staatsschuld niet op

Wij hebben in vergelijking met de Zuid-Europese landen een zeer moderne economie. Deze wordt gekenmerkt door een hoge mate van innovatie, arbeidsflexibiliteit en een gemoderniseerd sociaal zorg- en pensioenstelsel. Daarom is onze totale schuld altijd stukken lager geweest dan die van Portugal, Italië, Griekenland en Spanje, de zogenoemde PIGS-landen. Het vertrouwen in Nederland is bijgevolg groot en zal dat blijven, ook als we soms ons boekje te buiten gaan.     

 

Vanzelfsprekend kost onze staatsschuld ons geld, ongeveer €10,1 miljard aan rente per jaar. Dit is absoluut weggegooid geld te noemen. Helaas is hier met de huidige bezuinigingen weinig aan te veranderen. Deze rente wordt namelijk betaald over onze totale staatschuld die eind 2013 rond de €447 miljard schommelt. Rutte-I en Rutte-II bezuinigen samen €52 miljard, maar houden een begrotingstekort van 3.3%, waardoor de staatsschuld blijft toenemen en het bedrag dat we aan rente uitgeven gelijk blijft of zelfs toeneemt. Herfinanciering van een gedeelte van de staatsschuld tegen lagere rentes is mogelijk, maar het probleem wordt er niet mee opgelost.

 

Een negatieve vicieuze cirkel

Als er bezuinigd wordt op overheidsniveau, bezuinigd wordt in het bedrijfsleven en bezuinigd wordt door de consument, dan is er geen economische groei meer mogelijk. Zonder groei en zonder vraag naar producten en goederen ontstaat er minder werkgelegenheid. Minder werkgelegenheid betekent minder inkomsten voor de overheid, met verder bezuinigingen tot gevolg. Zo gaat de cirkel rond. Het vertrouwen neemt af, het pessimisme neemt toe en iedereen wordt er de dupe van. Bezuinigen is nog nooit de manier gebleken om uit een crisis te komen.

 

Je ziet het in Griekenland en Spanje gebeuren, waar de overheid te veel en te snel moet bezuinigen. Zonder groei en zonder uitzicht op een verbeterde situatie, zijn 1 op de 4 Spanjaarden en Grieken werkloos. Onder de jongeren is dit zelfs 1 op de 2. Geen baan betekent geen inkomen en geen inkomen betekent geen belastingafdracht maar wel een uitkering. Kortom, werkloosheid kost de overheid en het bedrijfsleven handenvol geld.

 

Investerend de crisis uit

Hoe kwamen andere landen uit de economische crisis? In het verleden hadden onder andere de Verenigde Staten en Duitsland te lijden onder de Grote Depressie van de jaren dertig. Zij kwamen hieruit door grote investeringen in de oorlogsindustrie. Gelukkig is deze investering nu niet nodig. Maar dezelfde landen investeren wel in onderwijs, infrastructuur, duurzame energie en innovatie. De BRIC-landen, met Brazilië en China voorop, zetten grote stimuleringspakketten in die hun land sterk uit de crisis laat komen. Deze landen zijn afgestapt van het strikte monetaristisch beleid dat Milton Friedman vanaf de jaren zeventig met succes promootte.

 

Het BBP van Nederland valt op te delen in ruwweg drie delen, 60% consumptie-uitgaven, waarvan ruwweg de helft door de overheid en de andere helft door haar burgers, 30% export en 10% investeringen. Om ons heen groeien landen langzaam de crisis uit en de export trekt aan. Maar dat zal niet genoeg zijn om het bezuinigingsslagveld te compenseren. Van een productieland dat exporteert zijn we de afgelopen decennia een land geworden dat alleen maar doorvoert zonder extra waarde toe te voegen. Rutte praat nog steeds met trots over Nederland exportland, maar dat is al lang verleden tijd. Het is niet voor niets dat Duitsland als productieland zich wel een weg uit de crisis weet te exporteren en Nederland ver achterblijft.  Ruim 70% van ons BNP bestaat uit sectoren die investeringen nodig hebben, die vertrouwen nodig hebben en die nu kapot gaan onder de bezuinigingen.

 

Het is tijd voor een gematigd Keynesiaans economisch model: investeren in crisistijd en bezuinigen wanneer het goed gaat. Zo groei je de crisis uit en neemt de staatschuld (naar verhouding) af. Investeren en nivelleren. Laat het een feestje worden voor heel Nederland.

 

 

Trefwoorden:
Economie

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer