Arbeidsmarkt
8 oktober 2013 | door: Klaas Annink

De sportschoolsamenleving is ontaard

Het gros van de bevolking ervaart in toenemende mate minder ‘voldoening’ van zijn werk, en  begeeft zich richting depressie en wellicht zelfs het gekkenhuis.

"Hardlopen op een loopband is eigenlijk hetzelfde als wegrennen voor de realiteit"

Het noodzakelijke onderscheid tussen de fysieke vorm en de esthetische motivatie lijkt zich te bevinden op heen hellend vlak. Het voorkomen der zaken wordt tengevolge hiervan in een toenemende mate ingegeven vanuit een esthetisch streven, waardoor hun functionele potentieel aan het oog wordt onttrokken. Mooi wordt telkens weer verkozen boven functioneel, en deze schoonheid op kunstmatige wijze verwerkelijkt. Het probleem dat deze verschuiving veroorzaakt is een schijnbaar afnemende noodzaak voor functionaliteit. In die wetenschap kan ook de modieuze opvatting ‘omdat het kan’ worden verklaard als typerende uiting voor het huidige tijdvak.

 

Musculatuur

In dit opzicht is de toenemende esthetische interesse die uitgaat naar de ‘ontwikkeling’ van het lichaam bijzonder goed te plaatsen. Nooit eerder werd zo hard expliciet getracht de musculatuur te ontwikkelen, zonder enige dan esthetische redenen. Fysiek zware omstandigheden, naar onze maten gemeten althans, lagen ooit ten grondslag aan de noodzaak van een ontwikkelde musculatuur. Het verrichten van arbeid leverde als bijproduct hetgeen thans het uitgangspunt is geworden van een vermoeiende zoektocht langs sportscholen, diëtisten en tal van specialisten.

‘Er goed uitzien’ betekend op dit moment uiteindelijk een soort van noodzaak tot het verrichten van nutteloze arbeid in een kunstmatige omgeving, denk aan work-outs in sportscholen, of het kunstmatig ‘bijstellen’ van het fysieke voorkomen, denk aan de opmars van de plastische chirurgie.

 

Functionele arbeid daartegenover leidt op den duur tot de ondergang van het esthetische ideaal, repetitief lichamelijke arbeid leidt tot fysieke slijtage en een betrekking in de administratieve- of dienstensector biedt vanwege de haar statische karakter alle mogelijkheid om gedurende de werkdag ‘uit te dijen’.

Voldoening

Thuisgekomen van een lange saaie dag achter de desktop wordt dan vervolgens ‘voldoening’ gezocht in het staren naar een ander beeldscherm. Het doelloos rennen van rondjes in het bos of park of het zinloos liften van stukken ijzer lijkt hiervoor het enige ‘alternatief’ . Blijkbaar bestaat dus toch ergens de behoefte om fysieke inspanning te leveren. Maar waar komt die behoefte dan vandaan? Is het enkel een streven naar fysieke ‘schoonheid’ dat hiervoor verantwoordelijk kan worden gehouden? Dat lijkt mij wat overdreven, hoewel het als meespelende factor zeker niet geheel buitenspel mag worden gezet.

 

De ontdekking van het bestaan van een intern ’systeem’ dat zorgt voor een gevoel van voldoening na het leveren van fysieke inspanning, en de psyche als het ware ‘beloont’ voor het werk dat het fysieke aspect van het individu heeft geleverd, werpt een ander licht op de zaak. In het lichaam bevindt zich blijkbaar een ‘mechanisme’ dat precies hiervoor zorgt. Het wegnemen voor de noodzaak tot fysiek presteren kan dan worden verklaard als de oorzaak van een gevoel van ongelukkigheid, in het dagelijks taalgebruik beter bekend als een depressie.

 

Wellicht kan ook de vervreemding waarover de marxisten spreken wanneer ze het hebben over het reduceren van mensen tot productiekracht door ‘het kapitalistisch-systeem’, volgens dit mechanisme worden verklaard. Het achterlaten van de voorouderlijke velden, het vaderland, de ontheemding en kunstmatige samenleving onder de fabrieksrook betekent immers ook het afstand doen van duurprestaties en het beheersen van productie processen ten gunste van arbeidsdeling door mechanisering resulterend in een veel abstracter begrip van ‘arbeid’. Deze transitie wordt door ‘het proletariaat’ doorgemaakt in de periode waarin de radicale breuk tussen de moderniteit en de ‘geschiedenis van de lange termijn’ plaat had. En is tekenend voor de postindustriële ‘samenleving’ van vandaag de dag.

 

Zittend beroep

Gevolg van het ‘zittende beroep’ dat thans als ideaal wordt aangeprezen, en gestimuleerd onder het mom van de ‘kenniseconomie’ en de digitalisering van de maatschappij, is namelijk een rem op de natuurlijke aanmaak van endorfine. Een lichaamseigen stof die bij het verrichten van langdurige fysieke inspanning wordt afgegeven en zorgt voor een gevoel van voldoening. Een rem op de aanmaak en afgifte van deze stof, de oorzaak daarvan wordt immers met het uitbannen van fysieke arbeid opgeheven, kan op haar beurt weer leiden tot een gevoel van ongelukkigheid en zelfs depressies.

 

Mijn vermoeden is dat juist dit als enige logische gevolg van de ‘kennis- en diensteneconomie’ die ons telkens als ideaal wordt voorgesteld kan worden herleid. De ‘kenniseconomie’ met haar uitdijende dienstensector vereist immers een toename in het algemene opleidingspeil, en werk voor hoger opgeleiden heeft nou eenmaal de neiging om fysiek minder zwaar te zijn. Denk bijvoorbeeld aan de horden van IT technici, verkopers van mobiele telefoons en adviseurs op het gebied van weet ik veel waar we tijdens iedere verjaardag over struikelen. Het ‘zware’ werk wordt vervolgens afgeserveerd en ‘uitbesteed’ naar de andere kant van de wereld, en is daarmee niet langer ‘ons’ probleem.

 

Gevolg is echter wel dat het gros van de bevolking in toenemende mate minder ‘voldoening’ ervaart als gevolg van haar arbeid, en zich begeeft op een afglijdende schaal in de richting van een depressie en wellicht zelfs het gekkenhuis.  

 

Ontaarding

Het bestrijden van dit moderne probleem kan geschieden door of ‘vrijwillig’ fysieke prestaties te leveren omwille van het leveren van prestaties (sporten), of door het slikken van synthetische preparaten (antidepressiva) welke de aanmaak en afgifte van endorfine stimuleren. Beide methoden bieden weliswaar een oplossing voor het endorfineprobleem, maar tonen ons tegelijk opnieuw hetgeen ‘ontaarding’ zijn gaan noemen. Om te overleven moet de mens als wezen duurprestaties leveren, endorfine is een lichaamseigen middel om deze prestaties als het ware te ‘belonen’.

 

Op het moment dat de noodzaak tot het verrichten van fysieke prestaties om te kunnen overleven wegvalt, moet dit wegvallen op een kunstmatige manier worden gecompenseerd wil diezelfde mens zich nog enigszins ‘gelukkig’ kunnen voelen. Voor het individu zijn de beide opties ongetwijfeld heilzaam, en daarmee is aan de maatstaf van de tijd ruimschoots voldaan.

 

De noodzaak voor een toenemend aantal individuen om zich te wenden tot kunstmatige inspanning of chemische preparaten om ‘geluk’ te kunnen ervaren, toont mijns inziens dat er op een overkoepelend niveau iets fundamenteel mis gaat.

 

Kapot werken

Nee, dan de combinatie noeste arbeid en het gemoedelijke vormgeven der grondstoffen kenmerkend voor de vervlogen gestalte van de ambachtsman. Of de afwisselende werkzaamheden, al naar gelang het seizoen, van een vernietigde boerenstand. Het ‘zich kapot werken’ in de mijnen of fabriek, zoals we thans vaak horen over de 2 à 3 generaties die voor de onze en die van onze ouders kwamen, moet worden beschouwd in het licht van de maatschappelijke transformatie waarin die geslachten waren bekneld.

 

Het heeft geen zin om de erbarmelijke omstandigheden waarin deze geslachten zichzelf vonden te ontkennen, of de ‘zwaarheid’ van hun arbeid te bagatelliseren. Noodzakelijk is het wel om al die zaken te zien in het licht van de grotere transformatie der industrialisering en de gevolgen daarvan die zich pas vanaf medio 1950 zijn gaan voltrekken. De ontheemding van de eerste generaties ontwortelden was noodzakelijk om het grondwerk te leggen voor de grotere rationalisering, abstrahering en atomisering welke de maatstaven vormen van onze ‘samenleving’ uit individuen.

 

Allereerst moest daartoe het natuurlijke gevoel van verbondenheid tussen leefgemeenschappen en familiebanden worden tenietgedaan. Wellicht dat in het marxisme van onderaf, met haar nijging tot collectivisering, zo bezien toch ergens een natuurlijke reactie op de moderniteit kan worden herkend. Aan de hand waarvan men de aantrekkingskracht, op grote delen van ‘het volk’, ervan wellicht zou kunnen verklaren.

 

Voldoening

Voor de jaren van tochtige huisvesting in de stank en schaduw van de grote schoorstenen kwam ‘ons’ lichamelijke ideaal tot stand, het bleek het noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de eisen die het dagelijks leven aan onze voorvaderen opwierp en verantwoordelijk voor een zekere mate van geluk. In de gereguleerde werkweek van de fabriek, draaiend ongeacht de stand van de zon, en de ‘noodzaak’ dit hongerige monster van grondstoffen te voorzien, daarin zien wij de vernietiging zich openbaren.

 

Het gebrek aan ‘voldoening’ dat de nieuwe leef -en werkomstandigheden met zich meebracht, droeg de kiem voor de grote kunstmatigheid van vandaag de dag in zich. Het actief streven naar ‘voldoening’ kan in mijn ogen worden beschouwd als kenmerk van een ontaarde samenleving. Niet dat ik dit geluk of het streven ernaar aan wie dan ook wil onthouden, het tegendeel is eerder waar, ik probeer slechts een tendens die ik waarneem te beschrijven en daarvoor een verklaring te vinden.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Klaas Annink
De sportschoolsamenleving is ontaard - 8 oktober 2013
Energydrink is een verderfelijk sap - 22 juli 2013



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 51
Maak een interview van uw opiniestuk
> Meer