13 oktober 2011 | door: Frits van Veen, journalist

Het multiculturele walhalla

Terwijl velen de multiculturele samenleving voor mislukt verklaren, ervaart Frits van Veen in de hoofdstad een heel andere werkelijkheid. Het is leuk met al die allochtonen. Waar hebben we het over?

"De buschauffeurs in Amsterdam zijn de helden van de integratie. "Mensen, dit is geen café!""

Kom net weer terug uit een van Amsterdams multiculturele buurten, Westerpark, waar een van de drie brugklassers woont die ik als mentor begeleid. Gezellige sfeer in de bus. Terwijl het buiten regent, is het in de bus een geanimeerde boel. Iedereen praat vandaag met elkaar. Twee jongens die voor mij staan, kijken nogal sip. De een ziet er Marokkaans uit, en ik begroet hem in de paar woorden Arabisch die ik ken. Zijn gezicht verandert in een grote glimlach. De ander ziet er Surinaams uit, en ook hij ontdooit als ik hem aanspreek. Als ook de niet van humor gespeende, autochtone buschauffeur zijn duit in het zakje doet – “Mensen, het is hier geen café!” – is de lol compleet.

 

Het is niet elke dag zo leuk in bus 21, maar meestal geniet ik toch van die rit. Er zitten op dat uur vooral veel allochtone scholieren in. En in de tweeenhalf jaar dat ik dat adres in de Westerpark-buurt wekelijks bezoek, was er maar een keer een wanklank – een door ongegronde ergernis ingegeven, hatelijke opmerking richting chauffeur, die dat gelaten over zich geen liet komen. Natuurlijk zal het ook wel eens hommeles zijn in die bus, vooral in de avonduren. Buschauffeurs krijgen tegenwoordig vaak met geweld te maken. Sinds mijn wekelijks ritje ben ik ze als de helden van de multiculturele samenleving gaan zien.

 

Nog aangenamer is mijn wekelijkse wandeling door de Javastraat naar een adres in de Indische buurt. Wat een heerlijke, volkse sfeer, als je het bijvoorbeeld met de P.C. Hooftstraat vergelijkt.

 

Op beide adressen begeleid ik Marokkaanse kinderen. Ik vind het interessant om in die gezinnen te komen. Na afloop spreek ik altijd met de ouders, in Westerpark van de eerste generatie, in de Indische buurt van de tweede. Ze beheersen de Nederlandse taal slecht, respectievelijk matig. Vooral daardoor hebben hun kinderen een zetje in de rug nodig.

 

Nou ken ik de Marokkaanse cultuur al vrij goed, maar je leert altijd bij. Ik kom regelmatig in Marokko, zowel beroepshalve als voor vakantie, en ik heb ook in Nederland veel Marokkaanse vrienden. Mijn liefde voor Marokkanen en hun cultuur is waarschijnlijk een genetische afwijking, waar ik niet veel aan kan doen.

 

Crimineel

Die liefde geldt natuurlijk niet Marokkaanse “crimineeltjes”, zoals ze tegenwoordig heten. Die haat ik; en misschien wel meer dan andere criminelen. Met die aversie tegen criminelen ben ik waarschijnlijk ook geboren. Ik haatte ze al, toen er nog geen allochtonen waren. Ze waren blank en woonden in dezelfde buurten als nu, ook in de buurt waar ik opgroeide.

 

Ikzelf deed als kind trouwens ook dingen – ruiten ingooien van mijn eigen clubhuis, brand stichten op het aanpalende terrein en obstakels op de spoorlijn leggen – waarvan ik me toen niet realiseerde dat het crimineel was. Ik vond het vooral spannend. Goed, een keer kwam de brandweer er aan te pas en een keer zag een trein zich genoodzaakt te stoppen, maar dan was ik al gevlogen. Dat alles gebeurde bovendien allemaal voor de ogen van de bewoners van de huizen in mijn straat, de Cremerstraat in Utrecht, die uitkeken op dat clubhuis (Jong Utrecht) en de spoorlijn naar Woerden. Gelukkig ben ik inmiddels geïntegreerd.

 

Wellicht nog een interessante kanttekening. De straat werd ongeveer gelijkelijk bewoond door katholieken en protestanten. De tegenstelling tussen die twee christelijke groepen was toen nog enorm groot. Ik was katholiek en heb tot ver in mijn puberteit geloofd dat protestanten heidenen waren. Toch was er geen protestant die mijn “criminaliteit”, voorzover er al aanstoot aan werd genomen, verklaarde uit mijn katholieke geloof.

 

Voor ik tot mijn stelling kom, wil ik nog even een misverstand wegnemen dat ik hierboven mogelijk gewekt heb. Ik ben niet bevooroordeeld. Mijn derde “pupil” woont in de Nieuwmarktbuurt. Haar ouders komen uit Bangladesh en zijn hindoe van geloof. Er is daar in dat huis een nieuwe wereld voor me opengegaan. Ik voel me rijk.

 

Rooskleurig

Ik kan me voorstellen dat veel lezers, voorzover deze groep al niet is afgehaakt, dit wel een erg rooskleurig verhaal vinden.

 

Maar dat is het niet. Ik weet heel goed wat een ellende de komst van zo veel immigranten sinds de jaren zestig heeft gebracht in onze volksbuurten. Het waren en zijn de minder bedeelde Nederlanders, die de komst van deze vreemdelingen uit zulke ruige oorden als het Marokkaanse Rif-gebergte, hebben moeten opvangen.

 

Hoe vaak werden ze niet voor racisten uitgemaakt?

 

Maar deze autochtone Nederlanders deden in feite het vuile werk voor het bedrijfsleven, dat goedkoop personeel uit Marokko en Turkije wilde, en de overheid, die de verblijfsvergunningen uitdeelde. Het waren en zijn nog steeds deze autochtone Nederlanders die met bloed, zweet en tranen, zonder dat ze erom gevraagd hadden en vaak tegen hun zin, de integratie, voorzover daarvan sprake is, mogelijk maakten.

 

Voor hun lot was nauwelijks aandacht. Ze moesten het doen het met Hans Janmaat, maar die werd niet serieus genomen en werd door de rechter veroordeeld voor uitspraken die heilig waren vergeleken met de bagger die Wilders over ons uitstort. Ze kregen Fortuyn, maar die werd – achtenhalve maand nadat hij in augustus 2001 zijn politieke loopbaan begon - vermoord door een linkse activist.

 

Na 9/11 ontstond de hysterie

Van links-intellectuele zijde hadden zij in 2000 inmiddels steun gekregen van publicist Paul Scheffer, die in NRC Handelsblad het geruchtmakende artikel “Het multiculturele drama” schreef.

 

Maar na de aanslagen van september 2001 in New York sloegen we door. Er ontstond hysterie. De schokkende aanslagen waren een vergelding voor de desastreuze Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten, waarvan onnoemelijk meer mensen het slachtoffer waren geworden. Ze werden gepleegd door mensen die geen leger of land achter zich hadden en voor de terreur kozen. Hetzelfde geldt voor de latere aanslagen in Madrid en Londen – ook een reactie op hun politiek in het Midden-Oosten. De terroristen maakten daarbij gebruik van de enige retoriek waarover ze nog beschikten: hun geloof.

 

Een man speelde daar heel slim op in. Wilders moest daarvoor wel een ingrijpende facelift ondergaan. Van rechtse VVD’er, die op de bijstand wilde beknotten, toverde hij zich om tot voorman van Henk en Ingrid. Hij leende van islam-deskundigen enkele interessant aandoende Arabische begrippen, zoals fitna (chaos), en klaar was Geert. Niet alleen Henk en Ingrid trapten erin, ook de media lieten zich inpalmen (zie mijn artikel “Hoe Wilders de media in zijn macht heeft” op http://www.opiniestukken.com/opiniestukken/artikel/55/).

 

Ook veel intellectuelen gingen mee in de hetze, behalve Paul Scheffer, die als altijd het hoofd koel hield en nuchter bleef reageren.

 

Fascisten

Mij is bijvoorbeeld altijd het artikel bijgebleven dat de schrijver Joost Zwagerman een jaar of drie geleden in de Volkskrant schreef. Hij maakte daarin korte metten met iedereen (van de man in de straat tot een tweederangs politicus) die het had gewaagd Wilders te vergelijken met Hitler of zijn PVV fascistisch te noemen. Zwagerman had zich daartoe zelfs speciaal verdiept in het nazisme, zei hij. De enige die hij niet noemde was Wilders, die alle moslims voor fascisten uitmaakte en hun bijbel met Mein Kampf vergeleek.

 

Ook oorlogsverslaggever Arnold Karskens van De Pers, de beste gratis krant die er is, slaat inmiddels Wilders-taal uit. Onlangs schreef hij een artikel over dreigende rassenrellen tussen Marokkaanse jongeren en de rest van de bevolking in het Brabantse Helmond, waar niets van bleek te kloppen. En vervolgens verklaarde hij in het praatprogramma Knevel & Van den Brink dat we de moslimkindertjes in het door hongersnood geteisterde Somalië maar moeten laten verrekken.

 

Zo diep zijn we gezonken. Daarom vond ik dat dit weerwoord op zijn plaats is, al steel ik daarbij een deel van de titel van Scheffers artikel.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Frits van Veen, journalist
Het multiculturele walhalla - 13 oktober 2011



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer